De “Herkulanerinnen”

De Herkulanerinnen (Zwinger, Dresden)

De Duitser die rond het midden van de achttiende eeuw meer wilde weten over klassieke kunst, maar de middelen niet had om naar Rome te reizen, kon naar Dresden gaan, waar de keurvorst van Saksen een prachtige collectie had staan. Antiquarisme, dus het verzamelen van oudheden, behoorde destijds nu eenmaal tot de taken van een heerser. Friedrich August I de Sterke breidde in 1728 de Dresdense verzameling uit door de privécollecties van twee Italiaanse kardinalen te kopen – samen 164 stukken. Het materiaal stond opgesteld in de Groβe Garten ten oosten van de stad, waar de koning van Pruisen er danig van onder de indruk was. En dat was natuurlijk altijd de bedoeling geweest.

Winckelmann

Johann Joachim Winckelmann, de grondlegger van de kunstgeschiedenis die van 1748 tot 1755 in Dresden verbleef, oordeelde echter dat de collectie, mooi als ze was, niet goed stond opgesteld. Ze stonden “als haringen in een ton”. Dat weerhield hem er niet van zo’n beetje in katzwijm te vallen bij de bovenstaande drie beelden: de Herkulanerinnen. Ik overdrijf een beetje, maar met deze beelden begint de kunstgeschiedenis.

Lees verder “De “Herkulanerinnen””

De Dresdener Codex

De watervloed: een alligator (linksboven in het rechtse plaatje) spuugt het water uit.

In december 2012 was ik in Beiroet. De wereld zou immers vergaan – dat stond in de Maya-kalender – en Libanon leek ons wel een toffe plek om dat mee te maken. Een enorme regenbui was het ergste dat ons overkwam.

Die paniek om die Maya-voorspelling was voor een deel gebaseerd op een dertiende-eeuws manuscript dat momenteel in Dresden wordt bewaard in de Sächsische Landes-, Staats- und Universitätsbibliothek. Op negenendertig uitklapbare, dubbelzijdig beschreven bladzijden staan een rituele kalender, berekeningen met betrekking tot de planeet Venus, het een en ander over maans- en zonsverduisteringen, beschrijvingen van ceremoniën, afbeeldingen van goden en andere bovennatuurlijke wezens, en verder nog het een en ander over de regengod Chaac. Het boek is in 1740 verworven door Friedrich August II. Van heinde en verre trok de Codex Dresdensis bezoekers, zoals in 1791 Alexander von Humboldt, die later in Midden-Amerika probeerde meer te ontdekken over de Precolumbiaanse wereld en in 1810 enkele bladzijden publiceerde uit het handschrift in Dresden.

Lees verder “De Dresdener Codex”

Winckelmann in Dresden

Winckelmann (Japanisches Palast, Dresden)

Genieën worden gewoon geboren, net als iedereen. Ze worden pas geniaal als ze een onderwerp hebben waarop ze hun genialiteit kunnen uitleven. Dat geldt ook voor de kunsthistoricus Johann Joachim Winckelmann (1717-1768), die een heel arme jeugd heeft gehad. Toen hij eenmaal wat geld verdienen kon met het geven van bijles, moest hij de helft afstaan aan zijn ouders in het armenhuis. Hij kon echter een Latijnse school bezoeken en wist genoeg te sparen om twee jaar te studeren in Halle en twee jaar in Jena. Evengoed leefde hij van de bedeling. Een baan als huisleraar volgde, en een betrekking als conrector van een Latijnse school was de volgende stap. Het was een leven van hard werken en roofbouw op zijn gezondheid, maar hij ontgroeide de armoede.

Bibliotheekmedewerker

Alles veranderde in 1748, toen hij als bibliotheekmedewerker in dienst trad van graaf Heinrich von Bünau. Deze had zich drie jaar eerder teruggetrokken uit het openbare leven en leefde nu in kasteel Nöthnitz op een anderhalf uur wandelen van de barokstad Dresden. Daar werkte hij aan een Genaue und umständliche teutsche Kayser- und Reichshistorie, waarvan al vier banden waren verschenen. Nu hij alle tijd had, wilde hij het geschiedwerk afronden en hij was inmiddels bezig met de geschiedenis van de in de tiende eeuw aangetreden Ottoonse Dynastie. Veel succes heeft hij niet gehad bij die arbeid, want er is geen nieuw deel van de Reichshistorie meer verschenen.

Lees verder “Winckelmann in Dresden”