Wat heet mooi? De teksten

Een dichteres uit Pompeii, soms geïdentificeerd als Sapfo.

Wat heb ik me op de hals gehaald, dacht ik, toen ik de ruim 230 mooie voorwerpen en tekstennoot Een tekst is natuurlijk ook een voorwerp, meer precies een werktuig, en nog preciezer een container (voor informatie). zag waarmee u reageerde op mijn oproep anderen met schoonheid te verrijken en te bevoordelen. U leverde teveel schoonheid voor één blogje, en sometimes there’s so much beauty in the world, I feel like I can’t take it. Ik begin met een lijst van mooie teksten, en heb op 10 september een blogje over architectuur, en wat daarna komt weet ik nu nog niet.

Observatie vooraf: je zou hebben verwacht dat als mensen houden van een bepaalde cultuur en bijvoorbeeld sculptuur noemen, ze ook wel architectuur zouden noemen en teksten. Maar dat blijkt niet zo te zijn. Soms kan ik verklaren waarom mensen die een bepaalde esthetiek waarderen die wel in de ene kunstcategorie kunnen benoemen maar niet in een andere. Keltische voorwerpen liggen in allerlei musea maar Keltische architectuur is feitelijk niet overgeleverd. Even vaak kan ik het verschil niet verklaren.

Lees verder “Wat heet mooi? De teksten”

De Karolingische Renaissance (1)

Een Exodus-manuscript; het onderste deel is geschreven in Karolingische minuskels die tijdens de Karolingische Renaissance werden geïntroduceerd.

In eerdere blogjes heb ik het gehad over mensen als Cassiodorus en de Ierse monniken die, in de tijd na de desintegratie van het Romeinse staatsapparaat in West-Europa, antieke teksten bleven kopiëren. Er is een beeldspraak – ik weet niet van wie – dat zij bij de stadspoort stonden en de West-Europese mensen, die de Oudheid verlieten en op reis gingen naar de Middeleeuwen, nog iets te lezen meegaven. Ik heb dat altijd een mooi beeld gevonden. Het stond me voor de geest toen ik LiviusOrg maakte.

Hoe ging het verder? Ik schreef al over de Europese monniken die de door Cassiodorus en de Ierse monniken begonnen kopieeractiviteit voortzetten. Eigenlijk is dat de culturele analogie van de wetgevingsactiviteit van de post-Romeinse vorsten. Voor een koning was het uitvaardigen van wetten core business; het overschrijven van teksten was dat niet en werd overgelaten aan de kerk. Dat begon te veranderen met de “Karolingische Renaissance”.

Lees verder “De Karolingische Renaissance (1)”

Clodia Pulchra, de Palatijnse Medeia (3)

Portret van een alweer wat ouder Romeinse dame, niet per se Clodia Pulchra (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

[Laatste deel van een blog van Lauren van Zoonen over Clodia Pulchra. Het eerste deel was hier.]

Clodia Pulchra komt er dus niet goed vanaf in Voor Caelius. Ook in zijn brieven, die niet zijn gecomponeerd volgens een komisch stramien, laat Cicero zich grof over Clodia uit. Hij noemt haar bijvoorbeeld “koe-ogig”,noot Cicer, Brieven aan Atticus 2.9.1; 2.12.2; 2.14.1; 2.22.5; 2.23.3. een titel van de godin Juno, de zus én echtgenote van Jupiter. Cicero insinueert dus een incestueuze relatie tussen Clodius en Clodia.

Tevens vermeldt hij schandalige leuzen over Clodius en Clodia die in de Senaat gescandeerd waren toen Clodius daar het woord probeerde te nemen.noot Cicero, Brieven aan zijn broer Quintus 2.3.2. Dat dit niet helemaal uit de lucht is gegrepen, blijkt uit de biografie van Cicero die de Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos maakte. Deze verwijst evenens naar Clodia en citeert zelfs de uitdrukking quadrantaria. Kan dit nog teruggaan op Cicero’s woorden, dat kan niet het geval zijn met Ploutarchos’ bewering dat Clodius niet alleen met Clodia Pulchra, maar met alle drie zijn zussen een incestueuze relatie had onderhouden.noot Ploutarchos, Cicero 29.4. Dat wil niet zeggen dat het waar is, wel dat er meer informatie circuleerde.

Lees verder “Clodia Pulchra, de Palatijnse Medeia (3)”