
[Laatste deel van een blog van Lauren van Zoonen over Clodia Pulchra. Het eerste deel was hier.]
Clodia Pulchra komt er dus niet goed vanaf in Voor Caelius. Ook in zijn brieven, die niet zijn gecomponeerd volgens een komisch stramien, laat Cicero zich grof over Clodia uit. Hij noemt haar bijvoorbeeld “koe-ogig”,noot een titel van de godin Juno, de zus én echtgenote van Jupiter. Cicero insinueert dus een incestueuze relatie tussen Clodius en Clodia.
Tevens vermeldt hij schandalige leuzen over Clodius en Clodia die in de Senaat gescandeerd waren toen Clodius daar het woord probeerde te nemen.noot Dat dit niet helemaal uit de lucht is gegrepen, blijkt uit de biografie van Cicero die de Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos maakte. Deze verwijst evenens naar Clodia en citeert zelfs de uitdrukking quadrantaria. Kan dit nog teruggaan op Cicero’s woorden, dat kan niet het geval zijn met Ploutarchos’ bewering dat Clodius niet alleen met Clodia Pulchra, maar met alle drie zijn zussen een incestueuze relatie had onderhouden.noot Dat wil niet zeggen dat het waar is, wel dat er meer informatie circuleerde.
Catullus
Rest er nog één bron over Clodia, namelijk de poëzie van haar tijdgenoot Gaius Valerius Catullus. In totaal zijn er 116 gedichten op zijn naam overgeleverd en in vijfentwintig daarvan verwijst hij naar zijn geliefde Lesbia. Zijn liefde doorloopt een veelvoud aan emoties: van kalverliefde tot woede, via verdriet naar berusting. Lesbia houdt het namelijk niet bij één minnaar, maar eet van meerdere walletjes.
Er is goede reden om aan te nemen dat Lesbia de schuilnaam is van Clodia Pulchra, met wie Catullus een relatie had. Enkele “give-aways” zijn de benoeming van een zekere Caelius en Rufus die Catullus een goede vriend noemt, een broer zelfs.noot In een van de gedichten lijkt ook Catullus naar de incestueuze relatie tussen broer en zus te suggereren:
Lesbius is knap: natuurlijk! Hem zal Lesbia
verkiezen boven jou, Catullus, met je hele afkomst.
Maar toch mag deze knappe vent Catullus met zijn afkomst zelfs verkopen,
als hij drie kussen van bekenden in de wacht zou kunnen slepen.noot
Het woord voor “knap” is pulcher, wat opnieuw een aanwijzing is dat Lesbius en Lesbia in feite Publius Clodius Pulcher en Clodia Pulchra zijn.
Een korrel zout
In welke mate de door Cicero en Catullus genoemde karaktertrekken en activiteiten van Clodia Pulchra berusten op waarheid, valt nauwelijks te achterhalen. Beide bronnen moeten hoe dan ook met een korrel zout worden genomen. Clodia is in de ene bron een bliksemafleider voor Caelius. In de tweede bron gaat het om de poëzie van een creatieve dichter.
Hoe het Clodia is vergaan na Cicero’s redevoering, is onduidelijk. Wel zien we haar nog opduiken in twee van Cicero’s brieven, waarin hij aangeeft geïnteresseerd te zijn in een stuk land dat in haar bezit is. Dit wil hij kopen om een monument te bouwen ter ere van zijn geliefde dochter Tullia. Cicero erkent dat de kans klein is dat hij het beoogde stukje land zal verwerven, aangezien Clodia er zeer aan gehecht was.noot
Daarmee verdwijnt Clodia weer uit de geschiedenis. Een vrouw die ongetwijfeld iets anders te vertellen had dan wat wij vernemen uit de bronnen. Een vrouw ook die, net als Perikles’ geliefde Aspasia, in feite alleen aan ons bekend is via en wegens de mannen met wie ze te maken had.
Zelfde tijdvak
Octavianusaugustus 17, 2023
Nieuwe oude alfabettenmei 24, 2020
Caesar voor de Lupercaliafebruari 15, 2026

Bedankt voor deze interesse reeks! Over de schrijfwijze van de naam deze samenvatting uit “The Patrician Tribune – Publius Clodius Pulcher” (W. Jeffrey Tatum, 1999, p.247-248).
Het is onwaarschijnlijk (volgens Tatum zelfs ‘almost certainly wrong’) dat de o-schrijfwijze een politiek statement was:
Er is een Griekse inscriptie die mogelijk een oom van Clodius vermeldt, ook met de o-vorm. Dit is geen sterk argument, gezien de moeilijkheden om Latijn naar het Grieks te transcriberen. Clodius gebruikt de al van in het begin van zijn politieke carrière.
Cicero verwijst naar Clodius’ broer Gaius ook met de o-spelling (Cic., Att. 3.17.2 en 4.15.2), telkens zonder oordeel hierover.
Ondanks alle anti-Clodiusretoriek benoemt Cicero ook elders de spelling niet als een politieke keuze.
De plebejische Claudii Marcelli gebruikten de . Tatum wijst er elders in het boek ook op dat het volk zijn leiders niet als één van hen wenste te zien. Ook voor popularis-voormannen was nobilitas een troef.
Iets later, in de eerste eeuw, was de o-uitspraak in ieder geval zo ingeburgerd dat de au-uitspraak als pedant ervaren kon worden (Suet., Vesp. 22). Of je dit zomaar een eeuw vroeger mag veronderstellen is natuurlijk een andere vraag, maar ook Cicero gebruikt vaak in plaats van in zijn brieven, die hij zelf kenmerkt door minder verheven taalgebruik.
Tatum oppert dat de niet meer dan een modebewuste keuze was, omwille van haar associatie met volkser, ongedwongen of archaïsch taalgebruik populair bij de dandy’s van die tijd. Hij gaat nog een stap verder en vraagt zich af of het niet wat vooringenomen is om het initiatief als een mannelijke, politiek geïnspireerde keuze te zien. Misschien was het wel stijldiva Clodia was die de toon zette waarna haar broer volgde.
De nazaten van Clodius lieten de weer vallen voor de .
Hm. Waar ik een grafeem tussen haakjes zette, is dat telkens verdwenen. Dat maakt het betoog wat lastig om volgen. 🙂
Dank voor deze bijdrage!