Romeins aardewerk

Reconstructie van een Atheense rammelaar (Celicia Ceramics)

[Ik was een weekendje in Nijmegen en wijd er een reeks blogjes aan. Dit is het laatste en het eerste was hier.]

Het Museumpark Orientalis heette ooit de Heilig Land-stichting en was destijds, een eeuw geleden, bedoeld om mensen die de pelgrimage naar Palestina niet konden maken, te tonen in welke wereld Jezus had geleefd. Sympathiek bedoeld, maar de implicatie was dat in het Midden-Oosten de tijd had stilgestaan en dat de bewoners niet in staat waren tot dezelfde innovatie die typerend is voor Europa. Orientalis is echter niet alleen een confrontatie met het denken van een eeuw geleden, het is ook het museumpark dat elke zomer ruimte biedt aan het Laat-Romeins Festival, het gezelligste en oudste nog bestaande Romeinenfestival in Nederland.

Keramiek

In het tentoonstellingsgebouw is nu een expositie over oude handelsroutes, die dus mooi aansluit bij de nieuwe opstelling in het Valkhof Museum, maar ik kwam vooral om wat bekenden te ontmoeten en me door archeologe Ester Schraven van Celicia Ceramics te laten bijpraten over historisch geïnspireerd aardewerk. Elk museum verkoopt wel wat imitaties van antiek keramiek of glas, maar ik heb geen idee hoe dat nu wordt gemaakt en hoe authentiek dat nu eigenlijk is.

Lees verder “Romeins aardewerk”

Romeins Leuth

Haar van een Romeinse Leuthenaar
Haar van een Romeinse Leuthenaar

Leuth, voor wie dat mocht willen weten, ligt halverwege Nijmegen en Kleef, nog net in Nederland. In de Romeinse tijd liep hier de limes-weg en dat betekent dat er allerlei archeologische vondsten worden gedaan. Voor de financiering van een opgraving – als een opgraving noodzakelijk is – gelden dan allerlei standaardprocedures, waarbij geldt dat “de verstoorder betaalt”: degene die een deel van het bodemarchief vernietigt, bijvoorbeeld om een straat aan te leggen, financiert het onderzoek.

Dat is een redelijk vertrekpunt, zoals het ook redelijk is dat een projectontwikkelaar of een gemeente van tevoren aan de archeologen vraagt wat het zoal zal kosten. Je kunt immers niet bij de aandeelhouders of de burgers aankomen met de mededeling dat je een open-einde-financiering bent overeengekomen, waarbij de dames en heren wetenschappers net zo lang onderzoek kunnen doen als hun goeddunkt. Daarom geven de opgravers, hierbij gebruik makend van een “archeologische verwachtingenkaart”, vooraf een schatting van de te verwachten kosten.

Lees verder “Romeins Leuth”