
Het eerste gedicht dat ik uit mijn hoofd leerde, was het “Kinder-lyck” van Joost van den Vondel: het grafschrift dat hij in 1632 of 1633 schreef na de dood van zijn zoontje. Thematisch is het niet heel bijzonder: de dichter troost zijn echtgenote door haar te zeggen dat het kind nu in de hemel is. Een door-en-door christelijk idee dat niet bepaald de originaliteitsprijs verdient – iets wat de dichter ook niet nastreefde.
Het knappe zit ‘m in het virtuoze taalgebruik: het gedichtje zit vol sprankelende binnenrijmen, die lijken te zijn geïnspireerd door een soortgelijk gedicht: “Animula vagula blandula” van keizer Hadrianus.


Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.