Prinses Marianne in Palestina

Prinses Marianne was een dochter van de Nederlandse koning Willem I en zijn echtgenote Wilhelmina. Rond haar twintigste trouwde ze met Albrecht van Pruisen, maar het huwelijk liep op de klippen en ze ontweek haar echtgenoot door vaak op reis te gaan. In juli 1849, kort na de dood van haar broer Willem II, vertrok ze weer eens, ditmaal naar Sicilië, Egypte en het Heilig Land. Reisgenoten hebben dagboeken bijgehouden en brieven geschreven, die door Kees van der Leer en Marieke Spliethoff zijn gebruikt om een mooi, pas uitgekomen boekje te maken, Op reis met prinses Marianne. Ik pik er wat krenten uit.

De negentiende-eeuwse en antieke Levant

Maar eerst wat context. Vanaf 1831 was de Levant bezet geweest door troepen van Muhamad Ali, de naar onafhankelijkheid strevende bestuurder van Ottomaans Egypte. De bezetter had het gebied in revolutionair tempo gemoderniseerd, wat had geleid tot grote onrust. In 1840 was weliswaar een einde gekomen aan het Egyptisch gezag, maar de onvrede was gebleven; ik citeerde Gérard de Nerval al eens. Traditionele leiders, die het vertrouwen van de bevolking hadden, waren verdwenen, en konden niet langer bemiddelen. Dit zou in 1860 leiden tot een geweldsuitbarsting zoals het Midden-Oosten al heel lang niet had gezien.

Lees verder “Prinses Marianne in Palestina”

Mark Twain bij het graf van Noach

De Bekaavallei

De Amerikaanse schrijver Mark Twain (1835-1910) behoeft natuurlijk geen introductie: hij is vooral bekend als de auteur van Tom Sawyer en Huckleberry Finn. Kort na de Amerikaanse Burgeroorlog stuurde een Amerikaanse krant hem als een hedendaagse pelgrim naar het Heilig Land. Hij bundelde later zijn reisbrieven in The Innocents Abroad (1867). Als een man van zijn tijd, die over het Midden-Oosten vooral was geïnformeerd door de Bijbel, contrasteerde hij voortdurend de Oudheid met het Ottomaanse heden.

Op weg van Beiroet naar Baalbek, en na een oponthoud in het huidige Chtaura, bereikten Twain en zijn reisgenoten in de Bekaavallei het graf van Noach. Het naamloze dorpje heet tegenwoordig Karak Nuh en – om de waarheid te zeggen – het graf van Noach is geen omweg waard. Twains ironie is verfrissend.

Lees verder “Mark Twain bij het graf van Noach”