Drijvend veen

Buitendijks hoogveen
Buitendijks hoogveen

In 1999 schreef ik De randen van de aarde: een overzicht van de geschiedenis van de Lage Landen in de Romeinse tijd. Later actualiseerden mijn collega Arjen Bosman en ik de tekst, maar De rand van het Rijk (2010) is inmiddels uitverkocht. De verbeterde Engelse versie, Edge of Empire (2012), is nog wel leverbaar: hier. Zonder valse bescheidenheid: dit is een echt fijn boek, vol boeiende informatie, stoere verhalen, grappige details en interessante vondsten.

Een van de leukste teksten die ik voor de Nederlandse versies vertaalde, was de beschrijving die de Romeinse officier Plinius de Oudere gaf van het door hoogveen omringde Flevomeer, de voorganger van de Zuiderzee. Voor de Romeinen was dit een rare plek. Even verderop was het einde van de aardschijf, waar mensen woonden op terpen.

Daar overspoelt de Oceaan in zijn ontzaglijke omvang tweemaal per etmaal met vaste tussenpozen een onafzienbare vlakte, zodat je je afvraagt wat het verborgen, onophoudelijk betwiste gebied nu eigenlijk is, land of zee. (Plinius, Natuurlijke historie 16.5)

Het einde van de wereld dus, en dat merkte je, want bij het Flevomeer begon de aardschijf al af te brokkelen, wat de activiteiten van de Romeinse vloot in deze wateren soms lelijk bemoeilijkte.

Eiken groeien er onbelemmerd, tot op de oevers. Wanneer ze, door het water ondergraven, door stormvlagen worden losgerukt, varen ze, met reusachtige stukken eilanden tussen hun wortels, rechtopstaand over het water. Onze vloten schrokken vaak van de tuigage van hun omvangrijke takken wanneer de stroming ze welhaast doelgericht ’s nachts op de aangemeerde oorlogsbodem deed afkomen. Dan was er voor die schepen geen andere oplossing dan een zeeslag aan te gaan… met bomen! (Plinius, Natuurlijke historie 16.2)

Wat hier wordt beschreven, staat bekend als een drijftil: een op drift geslagen veeneilandje. In 2000 is zo’n til losgebroken van de Friese oever van een op de grens met Groningen gelegen meer; het dreef daarna vervolgens naar de andere provincie. Wie voor de kosten opdraaide nu een brok Friesland tegen Groningen botste, hield destijds de noordelijke bestuurderen danig bezig.

Het door Plinius beschreven landschap bestaat in Nederland niet meer. Ons hoogveen is reeds lang geleden afgegraven. De Fries-Groningse grenswateren zijn zoet en daar waar ons water zout is, liggen tegenwoordig wadden, duinen en dijken. Voor buitendijks hoogveen zoals de Romeinen zagen, moet je naar Duitsland, en de foto hierboven maakte ik gisteren in het mondingsgebied van het riviertje de Jade. Daar ligt een natuurgebiedje dat “Das schwimmende Moor” heet en ik wilde dat toch eens hebben gezien, veertien jaar nadat ik de bovenstaande vertaling maakte.

2 gedachtes over “Drijvend veen

Reacties zijn gesloten.