De Bergrede (9): De canon

De bergrede op een christelijke sarcofaag (Musée national des antiquités, Algiers)

Ook vandaag blog ik over de Bergrede. Het is een tekst waar nu eenmaal veel over te zeggen valt. Dit keer pak ik er een heel, heel klein detail uit, namelijk enkele woorden uit Matteüs 5.17. In de Nieuwe Bijbelvertaling:

Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.

Even verderop zal Jezus dit toelichten, in Matteüs 13.8:

Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld.

Maar dat is niet waarover ik het vandaag wil hebben. Mij gaat het om de vijf woorden “de Wet of de Profeten”. Daar staat niet wat u denkt.

Lees verder “De Bergrede (9): De canon”

De Bergrede (8): het zout der aarde

Haliet (Museum van Kleef)

Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over de Bergrede, en wel over de regels die volgen op het stukje van vorige week. Daarin ging het over de vervolging die voor de toehoorders van dit evangelie maar al te herkenbaar moet zijn geweest. Nu staat daar iets tegenover: de zoutmetafoor. In de Nieuwe Bijbelvertaling van Matteüs 5.13:

Jullie zijn het zout van de aarde.

Dit is op het eerste gezicht duidelijk. Jezus zegt dat zijn volgelingen het leven, ook voor anderen, smaak geven. Daaraan verbindt hij een inspanningsverplichting: zijn volgelingen moesten zich onderscheiden door goede daden. Dit is geen bijzondere gedachte. Joden waren Gods uitverkoren volk en dat schiep verantwoordelijkheden. Daarna wordt de passage echter ronduit vreemd.

Lees verder “De Bergrede (8): het zout der aarde”

De Bergrede (7): christenvervolging

Niet per se een christen (Museum van El-Djem)

In mijn reeks over de Bergrede nu de laatste van de zaligsprekingen waarmee deze compositie begint. Dit is de tekst in de Nieuwe Bijbelvertaling.

Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten.

Het Matteüsevangelie is geschreven na de val van Jeruzalem in 70 n.Chr. Als we het dateren rond 80, zullen we er niet ver naast zitten. De volgelingen van Jezus waren toen al vervolgd. In Rome had keizer Claudius al “Joden verdreven die, opgehitst door de agitator Chrestus, voortdurend ongeregeldheden veroorzaakten”. Nero had groepen gebruikt als levende fakkels en in mythologische tableaux vivants. In Jeruzalem was Jezus’ broer Jakobus gestenigd. Het geweld was kleinschalig geweest, maar daarom nog wel serieus.

Lees verder “De Bergrede (7): christenvervolging”

De Bergrede (6)

Olijfboom (Neot Kedumim)

Vandaag even een stukje in mijn reeks over het Nieuwe Testament, meer specifiek over de Bergrede, nog meer specifiek over één van de zaligsprekingen waarmee de Bergrede begint. In de Nieuwe Bijbelvertaling luidt Matteüs 5.5:

Gelukkig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.

Dat is een echo van Psalm 37.

Wie nederig zijn, zullen het land bezitten
en gelukkig leven in overvloed en vrede.

Die psalm bevat verder een schets van de wereld die zal komen: doe het goede, stoor je niet teveel aan het kwade, want het zal uiteindelijk verdwijnen, geen zondaar overleeft. Utopie, natuurlijk.

Lees verder “De Bergrede (6)”

De Bergrede (5): de lichtmetafoor

Lamp op een standaard (Museum van Limassol)

Tijd om het weer eens over de Bergrede te hebben, en dan meer in het bijzonder over de lichtmetafoor. Die is te vinden in het bruggetje tussen enerzijds de Zaligsprekingen waarmee de toespraak begint en anderzijds de door Jezus voorgestelde uitwerking van de Wet van Mozes (zoals zijn oordeel over het afleggen van eden). Nadat Jezus het heil heeft aangekondigd voor wie huilt, hongert naar gerechtigheid, wordt vervolgd of anderszins ellende ondervindt, maar voordat hij uitlegt dat ze naar volmaaktheid moeten streven, houdt hij zijn publiek voor:

Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel. (Mt 5.14-16; Nieuwe Bijbelvertaling)

Lees verder “De Bergrede (5): de lichtmetafoor”

De Bergrede (4)

Jezus met de Wet van Mozes (Catacombe van Domitilla, Rome)

De Bergrede, waarover ik al enkele keren eerder blogde (een, twee, drie, vier), bestaat uit een proloog van zaligsprekingen, gevolgd door een reeks aanscherpingen van de Wet van Mozes:  “Jullie hebben gehoord dat…” wordt dan gevolgd door “en ik zeg zelfs…”. Verder zijn er oproepen om het goede niet te doen voor de bühne maar vanuit overtuiging, eenvoudig te zijn in gebed, anderen niet te veroordelen – kortom, volmaakt te zijn zoals God volmaakt is.

Eén van de aanscherpingen is deze (Matteüs 5.33-37, Nieuwe Bijbelvertaling):

Jullie hebben ook gehoord dat destijds tegen het volk werd gezegd: “Leg geen valse eed af, voor de Heer gedane geloften moeten worden ingelost.” En ik zeg jullie dat je helemaal niet moet zweren, noch bij de hemel, want dat is de troon van God, noch bij de aarde, want dat is zijn voetenbank, noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote koning; zweer evenmin bij je eigen hoofd, want je kunt nog niet één van je haren wit of zwart maken. Laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee; wat je daaraan toevoegt komt voort uit het kwaad.

Lees verder “De Bergrede (4)”

De Bergrede (3)

Christus als wetgever op een piepklein bergje. Detail van een sarcofaag uit Rome (Louvre, Parijs)

Het zal u niet zijn ontgaan dat ik afgelopen week in Frankrijk was om de laatste hand te leggen aan mijn boek Hannibal in de Alpen. Als u het niet merkte door het reeksje van woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag, dan was het misschien door dit draadje op Twitter. Er was door alle drukte weinig tijd om mijn wekelijkse stukje over het Nieuwe Testament voor te bereiden, maar gelukkig kan ik u een alternatief bieden. Of beter: twee.

Ik blogde onlangs over de vraag of Jezus kon lezen en schrijven. Daarover is nu ook dit stuk van Jan Krans te lezen op de blog van de Protestantse Theologische Universiteit. Aanbevolen.

Lees verder “De Bergrede (3)”

De paleografie van 4QBéatitudes

In een eerder stukje verwees ik naar de Dode-Zee-rol die bekendstaat als 4Q525 of 4QBéatitudes. Voor wie de telling niet kent: 4Q verwijst naar de vierde grot van Qumran, daarna volgt een nummer of een naam. In dit geval dus 525 of, zoals de Franse geleerde die de tekst publiceerde het fragment noemde, Béatitudes.

Ik heb er onlangs bij een podcast over gesproken en zei toen dat het mogelijk was dat deze tekst, die wel enige parallellen heeft met de Zaligsprekingen uit de Bergrede, niet per se het model hoefde zijn van de christelijke tekst. Het kon ook andersom zijn, opperde ik, omdat het fragment niet scherp gedateerd is. Er is geen koolstofdatering. Een vroege versie van Jezus’ woorden kon heel wel de auteur van een late Dode-Zee-rol hebben beïnvloed. Die gedachte was een improvisatie in de studio en ik had het beter niet kunnen zeggen, want de tekst is paleografisch gedateerd in de Herodiaanse periode.

Lees verder “De paleografie van 4QBéatitudes”

De Bergrede (2)

Mozaïek uit de Groß Sankt Martin in Keulen

In mijn reeks over het Nieuwe Testament was ik begonnen aan de Bergrede. Zoals ik al vertelde is het een compositie van de auteur van het Matteüs-evangelie, gebaseerd op de uitsprakenverzameling die bekendstaat als Q. Het beroemdste deel is de verzameling paradoxen die bekendstaat als de Zaligsprekingen omdat, in oude vertalingen, deze spreuken steeds werden ingeleid met “zalig is degene die…” Hier gebruik ik de Nieuwe Bijbelvertaling van Matteüs 5.3-12 (parallel: Lukas 6.20-23) en de situatie is dat Jezus een berg op gaat om zijn eerste grote redevoering te houden. Hij begint met een Umwertung aller Werte.

Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
Gelukkig de treurenden,
want zij zullen getroost worden.
Gelukkig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.

Lees verder “De Bergrede (2)”

De Bergrede (1)

Christus als wetgever, op een heel laag bergje. Detail van een sarcofaag uit Rome (Louvre, Parijs)

Zoals ik al eerder heb verteld, liggen aan de evangeliën van Matteüs en Lukas twee bronnen ten grondslag, enerzijds het evangelie van Marcus en anderzijds de bron Q. (Er gaat een gerucht dat een tekst van Q is aangetroffen in dezelfde cache waarin ook het Judas-evangelie zou zijn gevonden. Ik ben sceptisch, maar noteer het als iets waarop u gespitst moet zijn.) Lukas geeft Q weer in de volgorde waarin hij het aantrof: een reeks spreekwoorden en gezegdes zonder veel verband. Matteüs maakt er toespraken van, waarvan de Bergrede het indrukwekkendste is. Ze is vooral bekend om de ronkende proloog, de beroemde “zaligsprekingen”, waarin Jezus de toekomst schetst in het Koninkrijk van God (“Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.”)

Er is over de Bergrede veel te vertellen. Zo is er een nauwe parallel in de Dode-Zee-rol die bekendstaat als 4Q525 en zijn er leuke antropologische observaties te doen bij het woord “geluk”. Mij gaat het nu even om de compositie als geheel, die er dus een is van Matteüs. Het publiek zal meteen hebben herkend dat als Jezus op een berg de Wet gaat bespreken, dit een verwijzing is naar Mozes’ wetgevende activiteit op de berg Horeb/Sinaï. Dat maakt Jezus in de eerste plaats “de profeet als Mozes”, een gangbare messiaanse titel, en in de tweede plaats een religieuze autoriteit. Immers, joodse religieuze autoriteit wilde zeggen: uitleg van de Wet.

Lees verder “De Bergrede (1)”