Nog even iets over papyrologie

De Leidse Amunpapyrus (foto Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Het filmpje dat u hierna ziet, illustreert de tijd waarin we leven. Mijn uitgever, Omniboek, wilde reclamefilmpjes hebben voor het interessante Mohammed-boek dat Marcel Hulspas heeft geschreven en voor mijn boek over de wedloop tussen papyrologie en vervalsers. Hulspas zou mij interviewen en ik Hulspas. Alles was al geregeld, toen de coronamaatregelen werden verscherpt en er niks van kwam. Als ik me goed herinner, kwam het nieuws dat we niet in de studio terecht konden, op de ochtend zelf. De tijd waarin we leven.

Hulspas’ boek is echter niet alleen interessant, zijn thematiek is ook belangrijk. En eerlijk gezegd vind ik ook mijn eigen boek redelijk belangrijk. Het gemak waarmee oudheidkundigen misdadigers een handje helpen, is voldoende schokkend om het, vooruitlopend op de rechtszaak tegen Obbink, nog eens over het voetlicht te brengen. En dus zaten Hulspas en ik onlangs in een uitgestorven Rijksmuseum van Oudheden. Zonder professionele apparatuur maar met een hoop praatjes.

Lees verder “Nog even iets over papyrologie”

De Leidse Amunpapyrus

De Leidse Amunpapyrus (© Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

In een van de vitrines van de afdeling Egypte van het Leidse Rijksmuseum van Oudheden ligt de Amunpapyrus, een van de beroemdste teksten uit de oude wereld. Hoewel we over de herkomst slechts vermoedens hebben, is er geen twijfel aan de echtheid. Hij is namelijk al bekend sinds 1828, toen het nog jonge museum de collectie verwierf van Giovanni d’Anastasi (1780-1860), een Griekse koopman die in Egypte was beland, het vertrouwen had gewonnen van de Ottomaanse onderkoning Mohammed Ali en allerlei oudheden had verzameld. Weliswaar kunnen we over unprovenanced oudheden niet sceptisch genoeg zijn en is het zeker denkbaar dat d’Anastasi de dupe is geweest van bedrog, maar het is niet aannemelijk dat een vervalser in het eerste kwart van de negentiende eeuw én de juiste inkt zou hebben bereid én de beschikking zou hebben gehad over een fors antiek papyrusblad én een Egyptische tekst kon schrijven waaraan egyptologen sindsdien weinig vreemds hebben herkend.

Omdat Anastasi veel voorwerpen heeft aangekocht in Thebe, is aannemelijk dat de Leidse papyrus daarvandaan komt, temeer omdat in die stad een netwerk was van Amuntempels, waarvan het complex te Karnak de voornaamste was. Vanaf de zestiende eeuw v.Chr. gold de god van Thebe als de belangrijkste in Egypte en was zijn stad hét religieuze centrum van het land. Het was een van de plaatsen die werd genoemd als locatie van de oerheuvel, waar nog voor het begin van de tijd het eerste land boven de oerwateren was verschenen.

Lees verder “De Leidse Amunpapyrus”

Bedrieglijk echt

Dankzij uw bijdragen kon ik afgelopen zomer een huisje huren in Gemmenich op de Vaalserberg. Op de Belgische helling, tweehonderd meter ten zuiden van de grens, schreef ik toen mijn boek Xerxes in Griekenland (koop het, dan heeft ook mijn uitgever een goed oud jaar). Ik maakte toen ook een beginnetje met een ander boek, Bedrieglijk echt, dat ik momenteel in hetzelfde huisje aan het afronden ben.

Rookgordijnen

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb destijds geblogd over hoe vreemd het was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven. Iedere eerstejaarsstudent weet waarom dit een rookgordijn was: analisten kunnen wel slechte vervalsingen ontmaskeren maar niet aantonen of iets echt is. Het persbericht over de laboratoriumresultaten is minimaal te typeren als misleiding.

Lees verder “Bedrieglijk echt”

De glorie van Rome

Romulus en Remus (Palazzo Massimo, Rome)

Wat ik wilde worden als ik groot was? Astronaut natuurlijk! Maar ik was dertien en oud genoeg om te begrijpen dat dát moeilijk zou worden. Tropenarts was de voor de hand liggende tweede keuze voor een puber die geregeld post kreeg uit Santiago de Chile, waar een oom hielp in een sloppenwijk. En als weetgierig Kijk-lezertje zag ik een carrière als deeltjesfysicus ook wel zitten. In elk geval zou ik exact kiezen, dat was zeker.

Mijn vader dacht daar anders over. ‘Doe gymnasium! Dat brengt je in contact met de wortels van onze beschaving. Je doet dan wel minder b-vakken, maar je wordt cultureel een rijker mens. Wat had ik dat graag zelf gedaan!’ En mijn vader wist hoe hij zijn zoon op andere gedachten moest brengen: in een antiquariaat kocht hij de Griekse en Romeinse sagen van Gustav Schwab, en binnen de kortste keren zat ik op het gym.

Lees verder “De glorie van Rome”