Nog even iets over papyrologie

De Leidse Amunpapyrus (foto Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Het filmpje dat u hierna ziet, illustreert de tijd waarin we leven. Mijn uitgever, Omniboek, wilde reclamefilmpjes hebben voor het interessante Mohammed-boek dat Marcel Hulspas heeft geschreven en voor mijn boek over de wedloop tussen papyrologie en vervalsers. Hulspas zou mij interviewen en ik Hulspas. Alles was al geregeld, toen de coronamaatregelen werden verscherpt en er niks van kwam. Als ik me goed herinner, kwam het nieuws dat we niet in de studio terecht konden, op de ochtend zelf. De tijd waarin we leven.

Hulspas’ boek is echter niet alleen interessant, zijn thematiek is ook belangrijk. En eerlijk gezegd vind ik ook mijn eigen boek redelijk belangrijk. Het gemak waarmee oudheidkundigen misdadigers een handje helpen, is voldoende schokkend om het, vooruitlopend op de rechtszaak tegen Obbink, nog eens over het voetlicht te brengen. En dus zaten Hulspas en ik onlangs in een uitgestorven Rijksmuseum van Oudheden. Zonder professionele apparatuur maar met een hoop praatjes.

Het filmpje van Hulspas krijgt u later deze week te zien; hierboven is het filmpje over valse papyri. De eerste minuut zal ons geen Oscar opleveren: ik vertel dan aan de hand van de Leidse Amunpapyrus dat een exacte datering van een papyrus – lees: onderzoek van het materiële aspect – noodzakelijk kan zijn voor het begrip van de tekst. Daarna begint het eigenlijke gesprek.

Hulspas loodste me kundig door de stof, dus komt aan bod dat vervalsers vrij eenvoudig iets kunnen maken dat in het laboratorium niet te herkennen is als onecht. Dat is op zich niet erg, zolang oudheidkundigen teksten maar negeren waarvan de herkomst onbekend is. Dan krijgt een vervalser geen kans om de kluit te belazeren.

Het kasteel van de wetenschap is echter zo sterk als de zwakste wetenschapper en er zijn helaas oudheidkundigen die de verleiding niet weerstaan om een publicatie te wijden aan spectaculaire teksten zonder gedocumenteerde “provenance”. Terwijl ze best weten dat spectaculaire teksten verdacht zijn, precies omdat ze spectaculair zijn. Ze vormen het aas waarmee vervalsers wetenschappers verleiden de gedragscodes te negeren. De academische druk om te scoren is echter hoog en dat maakt het verleidelijk de spelregels te overtreden. De tijd waarin we leven.

En zo is de papyrologie de laatste jaren aangelopen tegen problemen met de Artemidorospapyrus (vals), met twee groepen snippers van de Dode-Zee-rollen (tientallen vervalsingen en tientallen vervalsingen), met het Evangelie van de Vrouw van Jezus (vals) en met de Sapfo-fragmenten. Die laatste zijn óf vals óf gestolen. Denk over dat laatste niet te romantisch. Dit is geen Indiana Jones. Rovers aarzelen niet om de bewakers van opgravingen dood te schieten. Alleen iemand zonder hart kan de moorden in Dayr al-Barsha zijn vergeten.

Dit filmpje over papyrologie zou anders zijn geweest als ik tijdens het interview had geweten wat één dag later bekend werd: dat de Green-collectie zijn gestolen Egyptische oudheden had overgedragen aan het Koptisch Museum in Cairo. Evengoed ben ik blij dat Hulspas wat tijd nam, dat Bruno van Wayenburg de shots monteerde en dat het Rijksmuseum van Oudheden ons wat ruimte liet. Er zijn veel aardig  mensen, ook in de tijd waarin we leven.

[Mijn uitgever is blij als u mijn boek koopt; ik ben blij als u het leest en reblog het dus op #GrondslagenNet.]

Een gedachte over “Nog even iets over papyrologie

Reacties zijn gesloten.