Het wijnschip van Neumagen of zoiets

Het wijnschip van Neumagen (Landesmuseum, Trier)

Het bovenstaande reliëf van een wijnschip, te zien in het Rheinisches Landesmuseum in Trier, is gevonden in Neumagen aan de Moezel. Het stadje heette in de Romeinse tijd Noviomagus, net als Neoux, Nijmegen, Nijon, Nogent, Nouvion en Novion. Allemaal nederzettingen langs de routes waar men vroeger kuddes over een rivier zette en novio magos betekent in het Gallisch “het nieuwe veld”. De andere weide heette dan seno magos, zoals we herkennen in Senan. Misschien zijn “deze kant” en “overkant” de handigste vertalingen.

Blijkbaar heeft men het in Neumagen niet zo op zijn herderlijke oorsprong en prefereert men de Romeinen. Men heeft althans rond 2007 het wijnschip herbouwd. Het heet Stella Noviomagi, “de ster van Neumagen”. Zoiets kan leuk zijn, maar zoals u op de foto hieronder ziet, ligt de boot nogal hoog in het water. De roeiriemen staan op de foto omhoog, maar zelfs als ze neergelaten zouden zijn, zouden ze het water nauwelijks raken.

Lees verder “Het wijnschip van Neumagen of zoiets”

MoM | De uitspraak van Latijnse woorden

Het standbeeld van Ambiorix in Tongeren. Ik zeg dit er voor de zekerheid even bij: dit is dus een negentiende-eeuwse reconstructie. De held der Belgae zal in het echt niet hebben geleken op een pakje Gauloises of zijn gaan staan op een hunebed uit de tijd van de Trechterbekercultuur.

Een kort blogstukje vandaag, ingegeven door een lezersvraag: hoe weet je eigenlijk hoe je antieke naam uitspreekt? Het gaat nu niet om zaken als de uitspraak van de Latijnse letter C, die in de klassieke periode klonk als /k/. Cicero heette dus Kikero. Het gaat vandaag om iets anders, om het accent, dus de lettergreep die je (althans als Nederlanders Latijnse woorden uitspreken) iets harder uitspreekt dan de andere.

Eén van de voornaamste methoden om vast te stellen waar het accent ligt, is het metrum van gedichten. Maar de twee namen waar het om gaat, Noviomagus en Ambiorix, komen niet voor in antieke poëzie. Gelukkig hebben we voldoende Latijnse gedichten om de hoofdregels vast te stellen: als een woord meer dan twee lettergrepen heeft, wordt de voorlaatste lettergreep benadrukt als die een lange klinker heeft, en anders schuift het accent naar de voorvoorlaatste lettergreep. (Lange lettergrepen zijn het simpelst te herkennen aan het feit dat je ze schrijft met twee letters, zoals ae, of doordat ze worden gevolgd door twee medeklinkers.)

Lees verder “MoM | De uitspraak van Latijnse woorden”