MoM | De uitspraak van Latijnse woorden

Het standbeeld van Ambiorix in Tongeren. Ik zeg dit er voor de zekerheid even bij: dit is dus een negentiende-eeuwse reconstructie en de Belgische held zal er in het echt heel anders hebben uitgezien.

Een kort blogstukje vandaag, ingegeven door een lezersvraag: hoe weet je eigenlijk hoe je antieke naam uitspreekt? Het gaat nu niet om zaken als de uitspraak van de Latijnse letter C, die in de klassieke periode klonk als /k/. Cicero heette dus Kikero. Het gaat vandaag om iets anders, om het accent, dus de lettergreep die je (althans als Nederlanders Latijnse woorden uitspreken) iets harder uitspreekt dan de andere.

Eén van de voornaamste methoden om vast te stellen waar het accent ligt, is het metrum van gedichten. Maar de twee namen waar het om gaat, Noviomagus en Ambiorix, komen niet voor in antieke poëzie. Gelukkig hebben we voldoende Latijnse gedichten om de hoofdregels vast te stellen: als een woord meer dan twee lettergrepen heeft, wordt de voorlaatste lettergreep benadrukt als die een lange klinker heeft, en anders schuift het accent naar de voorvoorlaatste lettergreep. (Lange lettergrepen zijn het simpelst te herkennen aan het feit dat je ze schrijft met twee letters, zoals ae, of doordat ze worden gevolgd door twee medeklinkers.)

Noviomagus, de naam van een dozijn steden in het Romeinse Rijk (“nieuwmarkt”), is het makkelijkst. De /a/ van magus is kort. Het is namelijk een Keltisch leenwoord, en we kennen het ook uit andere namen, zoals Rigomagus (“koningsmarkt”) en Nivomagus. De laatste vorm biedt een nauwe parallel voor Noviomagus en het fijne is bovendien dat deze naam voorkomt in het Lied van de Moezel van de vierde-eeuwse auteur Ausonius. En voilà: daar is de /a/ van magus kort. Ik durf er dus wel een kratje bier op in te zetten dat het Noviómagus is.

Snel verder naar Ambiorix, de naam van de Eburoonse leider die het Veertiende Legioen vernietigde en de wraak van Julius Caesar over zich afriep, die er hierna voor zorgde dat 300 dagen later de Eburonen waren uitgemoord. Wegens hun misdrijf, zo schrijft Caesar, mochten het volk en zijn naam niet langer bestaan.

Ironisch genoeg is het dankzij Caesars eigen Oorlog in Gallië dat we de naam der Eburonen toch kennen, inclusief dus die van Ambiorix, wiens naam puur Keltisch is en valt te herleiden tot twee woorden, Ambi en rix. Het laatste is het woord voor “koning”, het eerste wil zoiets zeggen als “plaats”, “heel de omgeving” of “overal”. De /o/ is te beschouwen als een soort genitief, “van”, en deze heeft, zo is me verzekerd, nooit nadruk. De in feite twee woorden tellende Keltische naam “alom koning” zou dus moeten worden uitgesproken als Ambíoríx, met een bijna ingeslikte /o/. Toevallig bestaat er in het Iers nog steeds een soortgelijke naam, waar de nadruk ook valt op de voorvoorlaatste en de laatste lettergrepen.

Ik sluit overigens allerminst uit dat de mensen in Italië die Caesars Oorlog in Gallië lazen toch Ambiórix uitspraken. Ik sluit ook niet uit dat er dan een taalpurist was die opmerkte “het is Ambíoríx hoor”. Tot sluit ik niet uit dat er een antieke taalgeleerde was die desgevraagd geruststellend zei dat er niet zoiets bestaat als een correcte uitspraak.

[Met dank aan Herman Clerinx, Vincent Hunink, Casper Porton en Alexander Smarius.

Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

12 gedachtes over “MoM | De uitspraak van Latijnse woorden

  1. Pieter

    Ik weet toch niet of ik het goed begrijp. Volgens de eerste redenering is de klemtoon op Rigomagus op de voorvoorlaatste lettergreep: Rigómagus. Terwijl als ik naar de vertaling kijk (koningsmarkt = markt van de koning?) die -o- me dus een genitief lijkt en dus geen klemtoon zou mogen hebben? Voor Ambiorix geldt trouwens ook dat in het Latijn de klemtoon niet achteraan ligt op woorden van meer dan één lettergreep, dan krijg je volgens de regels Ambíorix.
    Hangt het er niet vanaf of de Romeinen voor niet-Latijnse woorden in het Latijn de oorspronkelijke uitspraak behielden of niet en ze dus verlatijnsten? Bij Griekse woorden gebeurt soms het ene, soms het andere, denk ik (Mijn Latijn zou goed moeten zijn, mijn Grieks is erg roestig.).
    Overigens zal de klemtoon in het Latijn bij Ambiorix verschoven zijn als de vorm verbogen werd.
    Zoals ik al zei, ik weet niet zeker of ik je uitleg helemaal kan volgen..

  2. Michiel Mans

    Ik weet niet hoe goed Google met Latijn is, maar ‘ze’ spreken het wel. Met handige uitspraakhulp; symbool: speaker linksonder in taalkader. Eerste klik op speaker geeft normale snelheid van uitspraak, tweede klik doet het lettergrepig. Afijn, daar ik ook wel eens Italiaanse woorden op uitspraak zoek, herkende ik de Latijn inspreker als dezelfde. Mogelijk spreekt hij het Latijn op z’n Italiaans uit.

    https://translate.google.nl/?hl=nl#view=home&op=translate&sl=la&tl=nl&text=Noviomagus
    https://translate.google.nl/?hl=nl#view=home&op=translate&sl=la&tl=nl&text=Ambiorix

  3. brunovanwayenburg

    Ja, dit willen wij lezen! (nou ja, ik dan. Ook nog lang nagekauwd op Nehalennia-Hellevoetsluis). Twee dingetjes:
    -‘Toevallig bestaat er in het Iers nog steeds een soortgelijke naam, waar de nadruk ook valt op de laatste lettergreep.’ Welke naam is dat dan?
    -kleine omissie: ‘Tot sluit ik niet uit dat er een antieke taalgeleerde was die desgevraagd geruststellend zei dat er niet zoiets bestaat als een correcte uitspraak.’

    1. Johan Hendriks

      Ik vind de uitleg over Noviomagus wel overtuigend, maar die van Ambiorix niet. Oké, de -o- is toonloos, maar Latijnse uitspraakregels laten gelden voor Keltische woorden lijkt me tricky. Ik hen vroeger van mijn docent gelerrd dat de nadruk ligt op de eerste -i-: Ambíorix dus.

  4. Dirk

    Namen kunnen hun eigen vreemde accentvoorkeuren hebben, waarbij de klemtonen uit de samenstellende delen verdwijnen. Ik vergelijk: in Antwerpen vertrekt de Bredabaan naar het noorden. Om één of andere reden spreekt niemand dat hier uit als Bredábaan, maar wel als Bredabáán. Er loopt hier vlakbij een Stéénweg, maar ook een Krijgsbáán.

    1. jan kroeze

      @dirk: heeeeerlijk, schitterend en op het oog onlogisch, wat het niet is natuurlijk. Dat is het aardige van taal.

      1. Henk Smout

        ‘Vroege vogels’ vanmorgen net als week geleden: “Capreólus capreólus”.
        Hun bedankje voor mijn correctie had dus geen enkele waarde.

  5. Henk Smout

    Biologen, opgelet!
    De/het ree: Capréolus capréolus.
    De wielewaal: Oríolus oríolus.
    De grottenolm Proteus anguinus, genusnaam uit te spreken als prótuis. De verder absoluut deskundige spreekt uit Protééjus.

  6. Rob Duijf

    Het lijkt me voor de hand liggen, dat de Romeinen vreemde namen en woorden transponeerden naar het Latijn, net zoals wij dat nu doen: wij gaan een midweek naar Londen en niet naar ‘London’, of we doen een stedentripje naar Parijs en niet ‘Paris’.

    De Romeinen zetten de klanken die ze hoorden fonetisch om naar schrift. Neem bijvoorbeeld de Germaanse stamnamen Chamavi, Chauki, Chatti, Cheruski: die spreek je in het klassieke Latijn uit als geaspireerde ‘k’, dus /kh/, iets wat we in het Engels (Angelsaksisch) doen met ‘cat’ /khet/ of ‘coast’ /khoost/.

    Dus namen als Noviomagus en Ambiorix moet je in Latijnse lettergrepen verdelen (No-vi-ó-ma-gus, Am-bí-o-rīx) waarbij je er niet alleen rekening mee moet houden waar de beklemtoning komt te liggen, maar ook welke klinkers de Romeinen kort en welke lang uitspraken. Kortom, over inheemse namen en woorden die via het Latijn tot ons komen, ligt een lekker Latijns sausje. De Kelten en Germanen schreven zelf niet, dus wie had de Romeinen moeten corrigeren? Taalreconstructies zijn immers allemaal van latere tijd….

    https://www.neomagus.nl/2010/03/08/uitspraak-naam-neomagus/

Reacties zijn gesloten.