Tweemaal de Gouden Eeuw

Of Hesiodos een historisch personage is, staat te bezien, maar dat heeft antieke beeldhouwers er niet van weerhouden zijn portret te maken. Deze mooie kop is in het British Museum, Londen.

1.

Oké, die Gouden Eeuw, waar komt die nou weer vandaan? Antwoord: dat weten we niet. De oudste vermelding van de mythe is te vinden in de Werken en dagen van de Griekse dichter Hesiodos, die u moet plaatsen in de achtste eeuw v.Chr. Zoals wel meer mensen in de Oudheid meende hij dat het in de loop der tijden van kwaad tot erger was gegaan. Eerst was er een paradijselijke gouden eeuw, toen een zilveren eeuw, een bronzen eeuw, een eeuw van helden en tot slot een ijzeren eeuw.

En daarmee hebben we het probleem bij de kuif. Vier metalen van afnemende waarde onderbroken door een eeuw van helden. Het lijkt erop dat Hesiodos zich de Mykeense tijd herinnerde en die integreerde in een ouder mythisch schema. Er moet dus vóór Hesiodos een verhaal zijn geweest over vier tijdperken. We vinden die een slordige acht eeuwen ná Hesiodos bij de dichter Ovidius, die dus weliswaar jonger is, maar een oudere fase documenteert in een traditie die we niet kennen. Cassius Dio maakte het lijstje overigens nog beter door een gouden eeuw te laten degenereren tot ijzer en roest.

Lees verder “Tweemaal de Gouden Eeuw”

10 jaar Livius Nieuwsbrief (3)

Ik eindigde mijn vorige stukje met de constatering dat het publiek wél is geïnteresseerd in de Oudheid, maar andere dingen nodig heeft dan nu worden geboden. Concreet: de feiten worden niet voldoende goed gepresenteerd, er is weinig verdieping en de nieuwsstroom over de Oudheid op het wereldwijde web bestaat uit contextloze ditjes en datjes. Het publiek kan zo geen beeld krijgen van wat er nu eigenlijk op het spel staat. Als er dan ook zichtbaar fouten worden gemaakt, valt het draagvlak voor de oudheidkunde en de klassieken weg.

Voorlichting als vak

Zie ik het goed, dan is de kern van het probleem dat de oudheidkundige wetenschapsvoorlichting nog wordt beschouwd als een soort “wetenschap light”. Om te beginnen blijkt dat uit de vorm: niet zelden heeft een publieksartikel of -boek het academische stramien “vraagstelling – eerdere discussie – argumenten – conclusie – literatuurlijst”. De inhoud is daarentegen vaak onacademisch eenvoudig: er wordt niet geschreven voor mensen die het HBO of de universiteit hebben afgemaakt. Anders dan bijvoorbeeld bijbelwetenschappers, die nog wel eens schrijven over hun hermeneutische uitgangspunten, laten oudhistorici, classici en archeologen hun methode onbesproken. Ze leren u dus niet wat wetenschap is, maar kleden haar uit. Zolang men er zo naar kijkt, kan er geen voorlichting ontstaan die is toegesneden op internet, hoogopgeleiden en informatieverzuiling.

Lees verder “10 jaar Livius Nieuwsbrief (3)”