
Ik zou het zoveelste stukje kunnen gaan schrijven over het falende openbaar vervoer. Vanmorgen zou het beginnen met de onmogelijkheid bij Amsterdam CS een plek voor mijn fiets te vinden, het daardoor missen van mijn trein, vervolgens een alternatieve sneltrein die zóveel vertraging had dat de stoptrein – in NS-newspeak “sprinter” – aantrekkelijker leek, om te constateren dat de stoptrein pas mocht vertrekken ná de vertraagde sneltrein. En dit in een novembermaand waarin ik al eens een overstap miste doordat de trein het betreffende station maar oversloeg en waarin ik meemaakte dat ik überhaupt niet thuis kwam en een hotel moest nemen.
Ik heb al eens geschreven waarom de dooddoener “dan had je maar eerder van huis moeten gaan” niet klopt. Het is een capaciteitsprobleem dat alleen te vermijden valt door echt uren eerder weg te gaan. Een analogie is de ochtenspits op de snelweg: je komt niet eerder op kantoor door eerder weg te gaan, want je staat evengoed in de file. Ik sluit niet uit dat we binnenkort een overheidsvoorlichtingscampagne krijgen “vermijd de file, om vier uur uit de veren” of “uitgeslapen in de trein”.







Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.