De eerste filosofen (7): Zenon van Elea

Zenon (Vaticaanse Musea, Rome)

[Omdat ik het in april redelijk druk heb, geef ik het woord aan Kees Alders, webdesigner en tevens auteur van het boek De wereld vóór God. Filosofie van de Oudheid. Vandaag gaan we verder met zijn reeks over de eerste filosofen, de zogenaamde voorsocratici. Het eerste deel was hier.]

Een gelopen wedstrijd

Achilleus en een schildpad besluiten een hardloopwedstrijd te houden. Natuurlijk gaat Achilleus ervan uit dat hij deze met gemak zal winnen. Hij weet immers dat hij meer dan twee keer zo snel rent als de schildpad.

Lees verder “De eerste filosofen (7): Zenon van Elea”

De eerste filosofen (6): Parmenides

Parmenides (Museum van Velia)

[Omdat ik het in april redelijk druk heb, geef ik het woord aan Kees Alders, webdesigner en tevens auteur van het boek De wereld vóór God. Filosofie van de Oudheid. Vandaag gaan we verder met zijn reeks over de eerste filosofen, de zogenaamde voorsocratici. Het eerste deel was hier.]

Even een waarschuwing: we zijn nu toegekomen aan misschien wel de moeilijkste denker uit de Oudheid. We gaan proberen te begrijpen wat metafysica is, en wat transcendente metafysica is. Veel mensen worden al gillend gek als ze die woorden horen. Misschien niet voor niets. Maar we gaan proberen het te begrijpen.

Het zijn kan niet veranderen

Aan het eind van die inmiddels bekende zesde eeuw voor onze jaartelling leefde in de stad Elea, niet ver van het huidige Napels, de filosoof Parmenides. Waarschijnlijk was Parmenides een leerling van Xenofanes, de filosoof die we eerder zagen die zoveel lol had om de Griekse goden. Parmenides kwam echter met een geheel eigen filosofie, die hij uitschreef in één lang gedicht. In dit gedicht beschrijft hij hoe ‘een godin’ hem onderwijst wat ‘de waarheid’ nu eigenlijk is.

Lees verder “De eerste filosofen (6): Parmenides”

Achilleus en de Schildpad (in Gent)

Gent, Sint-Veerleplein

Achilleus en de Schildpad: een van de bekendste grapjes uit de oude wereld. En heel gepast voor dierendag natuurlijk. De Griekse filosoof Parmenides had het probleem neergegooid: als het zijnde is en als het niet-zijnde niet is, hoe komt het dan dat we bijvoorbeeld dingen zien groeien? Het zijnde neemt dan meer ruimte in beslag en dat betekent dat er minder is van het niet-zijnde. Maar dat is er sowieso niet.

De oplossing ligt in de atoomtheorie, maar tot je die oplossing kent zul je het denkbaar vinden dat de werkelijkheid, zoals we die zien en ervaren, een illusie is. Parmenides’ opvolger Zenon bedacht enkele paradoxen om dat te bewijzen, zoals die van Achilleus en de schildpad. U kent hem wel: als de snelvoetige renner de schildpad honderd meter voorsprong geeft, kan hij het dier nooit inhalen. Als Achilleus honderd meter verder is, is de schildpad tien meter verder, en als Achilleus die tien meter heeft afgelegd, is de schildpad weer een meter verder.

Lees verder “Achilleus en de Schildpad (in Gent)”

Klassieke literatuur (6b): filosofie

Parmenides, een van de vaders van de filosofie (Museum van Velia)

[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een vooral persoonlijk antwoord geven. Wie zich er werkelijk in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit aanschuiven bij een collegereeks. Voor de Latijnse literatuur is er bovendien Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag vervolg ik met een stukje over de antieke filosofie – deel één was hier en het vervolg is al daar.]

Het zijnde is. Het niet-zijnde is niet. Dat klinkt logisch maar het is toch wat problematisch, althans dat was het voor de Griekse denker Parmenides van Elea (c. 500 v.Chr.). In een lang, gedeeltelijk overgeleverd gedicht betoogde hij dat als dit waar zou zijn, er geen verandering kon bestaan, aangezien dan bijvoorbeeld iets dat niet is verandert in iets dat is, of andersom. Denk maar aan een groeiende boom: er is meer, meer, meer hout – wat betekent dat er meer, meer, meer zijnde is en minder, minder, minder niet-zijnde. En dat kan natuurlijk niet.

Lees verder “Klassieke literatuur (6b): filosofie”

Klassieke literatuur (6a): filosofie

Thales, de eerste beoefenaar van de Griekse filosofie (Nationaal Museum, Beiroet)

[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een college aanschuiven. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag behandel ik de antieke filosofie.]

Wie de kern van de klassieken wil begrijpen, moet naar de periferie. Dat is geen grap. In Athene of Rome was de klassieke cultuur, met al haar inconsistenties en contradicties, vanzelfsprekend, maar dat was niet zo voor bijvoorbeeld een Griek in het verre Baktrië. Zijn Griekse identiteit stond voortdurend ter discussie, deels doordat hij behoorde tot een minderheid, deels doordat hij vér was van de grote centra van zijn cultuur, deels doordat niet werd voldaan aan de voorwaarden om de Griekse cultuur te laten bloeien. Zonder zee is het lastig te leven als echte Griek.

Onder zulke omstandigheden moet je keuzes maken en die verraden wat je beschouwt als de kern van je cultuur. (De kolonisten die op Mars gaan wonen, zullen ook zulke keuzes moeten maken.) De Baktrische Grieken wilden per se de wijsbegeerte bewaren, die ze herkenden in het boeddhisme en waarvan ze het belang onderstreepten met decoraties in Griekse stijl.

Lees verder “Klassieke literatuur (6a): filosofie”