Hoe bestuur je een wereldrijk? (1)

Een Chinese kameel (Metropolitan Museum, New York)

Rond het begin van onze jaartelling bestonden er twee wereldrijken: het Romeinse Imperium en het Chinese Keizerrijk onder de Han-dynastie. Samen heersten zij over ongeveer de helft van de toenmalige wereldbevolking. Beide rijken hebben zich in dezelfde periode maar onafhankelijk van elkaar ontwikkeld. Is het de moeite waard om een vergelijking te maken tussen de Romeinen en de Han? De Oostenrijkse historicus Walter Scheidel, sinds 2004 hoogleraar in Stanford, meent van wel en laat dat zien in de bundel State Power in Ancient China and Rome. De bundel bevat acht artikelen die het Romeinse keizerrijk vergelijken met het China van de Han-dynastie.

Scheidel is een pleitbezorger van vergelijkende geschiedenis (comparative history). Eén van de voordelen van het vergelijken van staten en ontwikkelingen, zoals tussen Rome en de Han, is volgens hem dat het de historicus dwingt uit de specialistische “comfort zone” te treden en nieuwe vragen te stellen. Het dwingt tot het overstijgen van (historische) disciplines en het helpt bij het identificeren van causale relaties en factoren en hoe die in verschillende omgeving verschillend uitwerken. Vergelijken is overigens geen doel op zich, maar een middel voor het stellen van vragen en formuleren van verklaringen.

De hoofdthema’s van de bundel zijn de relatie tussen de machthebbers en de elites, de organisatie van de staat en het ambtelijk apparaat, de rol van de steden en de politieke aspecten van de religies in beide staten. Om het heel plat te zeggen gaat het om de vraag: hoe bestuur je een wereldrijk?

Omdat de kennis over het Chinese Keizerrijk bij veel lezers mogelijk wat meer is weggezakt dan die over Rome, eerst een korte update.

China

De periode 480 v.Chr. tot 221 v.Chr. staat bekend als de periode van de Strijdende Staten.  Vanuit een soort feodale samenleving waren zeven grotere staatseenheden ontstaan, die, zoals de naam van de periode aangeeft, frequent onderling strijd leverden. Halverwege de derde eeuw v.Chr. kreeg één van deze staten, Qin, de overhand dankzij een leger infanteristen gerekruteerd uit de boerenbevolking, dat veel groter was dan de feodale legers van de andere staten. In de periode 230-221 veroverde vorst Qin-Shi-huangdi de andere zes staten. In 221 riep hij zichzelf uit tot Eerste Keizer van China. Tot aan zijn dood in 210 v.Chr. voerde hij naar verluid een tiranniek bewind dat gekenmerkt werd door deportatie, centralisatie en standaardisatie, dat laatste onder andere van het Chinese schrift en maten en gewichten.

Na de dood van Qin volgde een korte burgeroorlog, waarbij een militaire leider uit de vroegere staat Han de macht greep en de Han-dynastie stichtte. De Han-dynastie kende twee perioden: de Westelijke Han met als hoofdstad Chang’an (in de buurt van X’ian) tot 9 n.Chr., en na een periode van onrust de Oostelijke Han (hoofdstad Luoyang) van 25 n.Chr. tot 220 n.Chr. Daarna volgde een lange periode van verdeeldheid, waarna vanaf 581 de Sui en daarna de Tang-dynastie China weer verenigden.

De hoofdlijnen van de ontwikkeling van het Romeinse wereldrijk is de lezer waarschijnlijk wel bekend, met de verovering van het Middellandse Zee-gebied in de eerste eeuwen v.Chr., het Principaat tot ca 200 n.Chr. en de Late Keizertijd tot aan het uiteenvallen in de vijfde tot en met zevende eeuw. China zou zichzelf in de zevende eeuw opnieuw uitvinden in de Sui, Tang en daaropvolgende dynastieën, terwijl Europa en het Middellandse Zee-gebied verdeeld bleven.

Bestuur

Goed, hoe bestuur je dus een wereldrijk? De Han deden dat met een uitgebreid civiel bestuur van ruim 120.000 personen, van de kanselier als belangrijkste bestuurder in de hoofdstad tot de simpele klerk van het stadsbestuur.  De Han-bureaucratie telde meer dan 900 officiële rangen en titels en achttien salarisschalen. Er waren regels voor werving en promotie van ambtenaren, iedereen moest minimaal jaarlijks rapporteren aan hogere functionarissen en er waren censors die inspectiereizen maakten. Het beroemde Chinese examensysteem bestond nog niet, dat kreeg zijn vorm pas bij de Tang-dynastie. Ambtenaren en bestuurders werden benoemd op aanbeveling, waarbij het keizerrijk drie categorieën kandidaten zocht: zij die “bekwaam en goed” waren, mensen die “ernstig en oprecht” waren en kandidaten die “openhartig waren en in staat onbevreesd te vermanen”.

De Romeinse keizers bestuurden hun rijk veel meer lean and mean. Het staatsapparaat omvatte in de Late Keizertijd waarschijnlijk zo’n 35.000 personen en in de eerste twee eeuwen moet het aantal keizerlijke bestuurders en ambtenaren eerder in duizenden dan in tienduizenden worden geteld. Gouverneurs van een provincie, procurators en andere belangrijke bestuurders werden door de keizer benoemd, maar deze hadden slechts een beperkte persoonlijke staf. Ook het centrale bestuursapparaat in Rome was beperkt van omvang. De taakomschrijvingen waren veel algemener dan in China. Rome beschikte bijvoorbeeld ook nauwelijks over een centraal archief.

Daar horen wel een paar kanttekeningen bij. Ten eerste de rol van het leger. Rome beschikte over een enorm staand leger, dat deels zelfvoorzienend was, ook bestuurstaken vervulde maar buiten de bovengenoemde aantallen viel. Een deel van de bevoorrading en van de voedselvoorziening (graan!) was bovendien afkomstig van de uitgebreide keizerlijke landgoederen, die weliswaar vaak bestuurd werden door een procurator maar waarvan de arbeiders en andere medewerkers niet werden meegeteld.

En tenslotte – en dat is zeker een belangrijke factor – werd het dagelijks bestuur, inclusief veel rechtszaken en belastingzaken, uitgevoerd door de stadsbesturen. Die hadden – in tegenstelling tot hun Chinese collega’s – een behoorlijke autonomie, zo lang er tenminste de gewenste belasting binnenkwam en er geen opstandige toestanden optraden.

Opvallend is dat de belastingopbrengsten, gezien als percentage van het nationaal product, in beide rijken ruwweg gelijk was. Waarbij in Rome meer dan de helft naar de legioenen ging en in China een kleiner deel. In de derde eeuw n.Chr. werd de belastingdruk in het Romeinse Rijk hoger door de toegenomen dreiging aan de grenzen en de trend om de militairen steeds meer te betalen. Dat was een van de oorzaken van de toenemende bureaucratisering in het late keizerrijk. Het bestuur van Rome ging meer op dat van de Han lijken.

[Wordt vanochtend vervolgd.

Op mijn uitnodiging om met enkele gastbijdragen dit tot een coronavrije ontmoetingsplaats te maken, ging ook Otto Cox in, met deze bespreking van de door Walter Scheidel geredigeerde bundel State Power in Ancient China and Rome (2015). Dank! Meer gastbijdragen of eventueel sluimerende frustraties zijn welkom.]

*)
Walter Scheidel is een Oostenrijks historicus die sinds 2004 hoogleraar is aan de universiteit van Stanford. Hij heeft veel gepubliceerd over economie en demografie in de klassieke oudheid, daarnaast richt hij zich op vergelijkende geschiedenis zoals overeenkomsten en verschillen tussen staatsvorming in het nabije oosten. Ook is hij een groot voorstander van interdisciplinaire benadering van geschiedenis. Hij is een van de initiatiefnemers van ORBIS, een interactieve kaart van de Romeinse wereld. Zijn meest recente boek is The Great Leveler, waarin hij betoogt dat ongelijkheid in geld en status uitsluitend wordt verminderd door oorlogen, revoluties of vergelijkbaar gewelddadige gebeurtenissen.

5 gedachtes over “Hoe bestuur je een wereldrijk? (1)

  1. FrankB

    “vergelijkende geschiedenis”
    Een ander voordeel is dat een analyse met populatie 2 iets minder onbetrouwbaar is dan een analyse met populatie 1. Het blijft uiteraard flink oppassen; vooral ook moeten we de neiging onderdrukken om de verschillen te negeren. Via de bieb (ik weet niet eens meer welke vestiging) heb ik een tijdje geleden een economisch-historische analyse gelezen van de wijze waarop China zich ontwikkelde en wat wij nog wel eens de westerse beschaving noemen. Een groot verschil is dat het politiek-economische centrum zich in de laatste veel sterker verplaatste. De analyse begint met de overgang naar een agrarische economie. Het westerse centrum bevond zich toen in Mesopotamië. Zoals we weten bevindt het zich nu aan de oostkunt van de VSA. Het boek maakt de voorspelling aannemelijk dat China bij de volgende eeuwwisseling wereldleider zal zijn geworden. Het zal duidelijk zijn dat het Romeinse Rijk en China eveneens met elkaar vergeleken worden.
    Zoals altijd draait de analyse om (verantwoording van) de gebruikte methode en het systematisch verzamelen van empirische data. In dat opzicht is het boek toppie. Jammer dat ik de titel en de auteurs niet meer weet.

  2. jan kroeze

    Mag je concluderen dat de Chinezen veel bureaucratischer waren? Hun huidig systeem lijkt er op lijkt mij.

    1. Otto Cox

      “Veel” bureaucratischer durf ik niet te zeggen, maar er was -en is- ontegenzeggelijk een sterkere centrale sturing. Die nadruk op centraal sturen en collectiviteit versus meer decentraal sturen en meer individualiteit is inderdaad min of meer een constante. Dat zie je bijvoorbeeld ook op een deelterrein als het waterbeheer: in Nederland is dat van onderop gegroeid door het organiseren van waterchappen (dat ging niet zonder conflicten overigens), in China was waterbeheer een zaak van de Keizer.

Reacties zijn gesloten.