De Kushana’s

Een Kushana-prins uit Dalverzintepa (Nationaal Museum, Tasjkent)

Het begint dus in China. Of beter, ten noorden van China. Aan het begin van de tweede eeuw v.Chr. woonden daar twee groepen nomaden. In het noordwesten waren dat de Tochaars-sprekende Yuezhi en in het noordoosten de Xiongnu. En verder was er de eeuwige trek waarmee herdersvolken westwaarts reizen, omdat je dan van het betrekkelijk droge Manchurije en Mongolië naar steeds groenere gebieden reist – over de Altai, naar de Pontische Steppe, naar de Hongaarse poesta.

En dat wil dus zeggen dat de Xiongnu westwaarts trokken en de Yuezhi voor zich uit dreven. In 176 v.Chr. kwam dit proces door een militair conflict in een stroomversnelling en de Yuezhi migreerden via het huidige Kazachstan naar Sogdië, zeg maar het huidige Oezbekistan, waar ze rond 130 v.Chr. aankwamen. Ook vestigden ze zich in Baktrië, het grensgebied tussen Oezbekistan en Afghanistan, aan weerszijden van de rivier de Oxus. Ze woonden hier te midden van een Sogdisch-Baktrisch-Perzisch-Griekse bevolking en namen het Griekse alfabet over. Opgravingen als het Oezbeekse Khalchayan en het Afghaanse Tillya Tepe documenteren het pluriforme karakter van deze wereld.

Lees verder “De Kushana’s”

Sjamanisme

Detail van een kruikje uit de schat van Sânnicolau Mare; mogelijk een sjamaan in extase (Nationaal Museum, Boedapest)

Je begroef graankorrels in de aarde en in het voorjaar ontstonden daaruit grote halmen. De overstromende rivier bracht de dood over de uiterwaarden, maar in het voorjaar was de vallei vruchtbaar. Je gooide dode bladeren, maaisel, schillen en ander afval op de composthoop, en na verloop van tijd werden daaruit maden en wormen geboren. Moderne biologen denken er anders over, maar het was niet onlogisch dat men in de Oudheid dacht dat nieuw leven alleen kon ontstaan uit de dood en dat de twee onlosmakelijk met elkaar samenhingen.

Er waren feitelijk twee werelden: die van de levenden en die van de doden. Soms maakten ze contact: het is vooral mooi gedocumenteerd in de Keltische verhalen, maar alle volken hadden gedenkdagen waarin de doden even wat dichterbij waren. De Romeinen kenden bijvoorbeeld de Lemuria, waarbij ze rituelen uitvoerden om niet tot rust gekomen doden te verdrijven uit de woonhuizen. Daarnaast waren er religieus specialisten die de oversteek van de ene naar de andere wereld konden maken; onderzoekers noemen hen sjamanen.

Lees verder “Sjamanisme”

Han-China

Wandtegel uit de Han-periode (Wereldmuseum, Leiden)

[Dit is het tweede van drie blogjes over de geschiedenis van China. Het eerste was hier.]

Hereniging

Het was een chaotische tijd, waarin de kleine staten onderling streden. Gaandeweg bleven er maar zeven over. Ook die voerden oorlog en de periode na 481 staat daarom bekend als de Periode van de Strijdende Staten. Officieel was er nog steeds een hoge koning, maar die had alleen in Luoyang nog iets te vertellen. Uiteindelijk won de westelijk staat Qin het conflict. Ons woord “China” is een verbastering van Qin.

Lees verder “Han-China”

2x Animal Style

“Animal Style” uit Siberië (Musée Guimet, Parijs)

Wie begint op de Hongaarse poesta en de Donau volgt, komt bij de Zwarte Zee. Daar begint de Pontische vlakte. Die strekt zich uit naar het oosten, tot voorbij de Kaspische Zee, tot aan het Altaigebergte. Even verderop begint de Siberische steppe, die zich uitstrekt tot in Manchurije. Anders geformuleerd: er is een vrijwel onafgebroken, eindeloos lange zone van grasland dwars door Azië en oostelijk Europa.

Steppenomaden

In de Oudheid was dit het gebied van de steppenomaden. Als we het hebben over Centraal-Eurazië, heet dat “centraal” omdat de nomaden het centrum vormden van een wereld waarin de schrijvende volken de periferie vormen: China, Tibet, India, Perzië, Anatolië, Griekenland, het Romeinse Rijk. Steeds opnieuw ontstonden in dit centrum nieuwe groepen, die doorgaans van oost naar west trokken. De verklaring daarvoor is dat de regio van Manchurije en Mongolië erg droog is, en dat de weiden naar het westen toe steeds groener werden. De Altaj is de enige hindernis, en ik heb me laten vertellen dat de valleien groen en vruchtbaar zijn en makkelijk te passeren.

Lees verder “2x Animal Style”

Skythen in een gebied zonder landkaarten

Detail van een replica van het Pazyryk-tapijt (Tapijtmuseum, Teheran)

Een dezer dagen neemt Jean Bourgeois afscheid van de Gentse universiteit. Hij is in Nederland niet zo bekend, maar hij is een van degenen die zich heeft beziggehouden met archeologische luchtfotografie. Vooral de foto’s uit de Eerste Wereldoorlog hebben de aandacht getrokken, al was het maar omdat zo is vastgesteld dat de kaarten waarop de soldaten destijds hun posities intekenden, substantiële fouten bevatten. Met deze foto’s zijn echter ook zo’n vijfhonderd omwalde hoeven (“moated farms”) uit de Middeleeuwen ontdekt. Dit onderzoek loopt nog steeds en als u iets van de resultaten wil zien, is er dit prachtige boek van Birger Stichelbaut en Piet Chielens.

Skythen in de Altaj

In het midden van de jaren negentig raakte Bourgeois betrokken bij onderzoek in Centraal-Azië, meer precies in de Altaj. Deze regio (drie keer België, twee keer Nederland) is waar Rusland, Kazachstan, China en Mongolië samenkomen. Omdat de Sovjet-Unie er niet op zat te wachten informatie weg te geven aan China, zijn er van dit grensgebied geen goede landkaarten. Omgekeerd heeft China niet zo’n behoefte om informatie te delen over het leefgebied van de Oeigoeren. Ook hier geen landkaarten dus. Dit is voor een oudheidkundige natuurlijk een handicap van de eerste orde. Temeer daar de Altaj belangrijk is. Hier bestaat namelijk nog nomadisme.

Lees verder “Skythen in een gebied zonder landkaarten”

De herinneringen van Zjoekov: Khalkhin Gol

Zjoekov ten tijde van de slag bij Khalkhin Gol (1939)

Een paar maanden geleden ben ik begonnen in de mémoires van de Sovjet-maarschalk Georgi Zjoekov, de man die in 1945 Berlijn innam en die enkele jaren later als minister van defensie verantwoordelijk was voor het neerslaan van de Hongaarse Opstand. Ik heb over mijn eerste indrukken van de meer dan duizend pagina’s tellende Herinneringen en overwegingen (1969) al eens eerder geblogd. Het is soms taaie kost en daarom vorder ik maar langzaam. Inmiddels heb ik echter toch het jaar 1939 bereikt.

Het meest intrigerende van Zjoekovs herinneringen is misschien wel de enorme trots die hij voelt op wat de Sovjet-Unie in de twintig jaar na de Revolurie heeft bereikt. Dat leidt tot dat typische volksdemocratische proza waarin de lof wordt gezongen van de industrialisering en vernieuwing van het leger: glorieuze overwinningen die werden bereikt door het eerste en tweede vijfjarenplan zoals vastgesteld door het Centrale Comité van de Communistische Partij van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken, die de grootheid bewezen van de ideeën van de Oktoberrevolutie alsmede de juistheid van de leer van K. Marx en V.I. Lenin. Een en ander uiteraard onderbouwd met de productiecijfers die dit proza zo wonderlijk maken.

Lees verder “De herinneringen van Zjoekov: Khalkhin Gol”

Een helm uit Oezbekistan

Sakische helm (Nationaal Museum, Tasjkent)

Zo’n helm als deze had ik dus nog nooit gezien. Hij bevond zich in het Nationaal Museum van Oezbeekse Geschiedenis in Tasjkent. De enige uitleg was dat hij in de buurt van Samarkand, het antieke Marakanda, was gevonden in het graf van een Sakische leider – en de Saken, dat is een van de namen van de nomaden van Centraal Eurazië. Die leefden dus op de steppe van Mongolië naar Oekraïne en hun federaties staan bekend onder namen als Skythen, Sogden, Haoma-drinkende Saken, Puntmuts-Saken, Water-Saken ofwel Pausiken, Maan-Saken ofwel Massageten, Sarmaten, Dahen en – in een latere periode – Yuezhi ofwel Kushana’s, Hunnen, Türk en Avaren. Steeds andere namen, steeds dezelfde geschiedenis van federaties die ontstaan, naar het vruchtbaardere westen trekken en weer uit elkaar vallen.

Ik heb weleens verteld over Christopher Beckwiths idee dat we de geschiedenis van Azië en Europa niet moesten conceptualiseren als een boog van wereldrijken, zoals China, Tibet, India, Perzië, Assyrië, Anatolië, Griekenland en het Romeinse Rijk, met in het noorden wat nomadische barbaren, maar als een wereldsysteem met die nomaden in het centrum, omgeven door een periferie van antieke beschavingen. Die gedachte, geopperd in een boek waar ik gemengde gevoelens bij heb, bevalt me.

Lees verder “Een helm uit Oezbekistan”

Misverstand: Een- en tweebulters

Reliëf uit Jemen van een vrouw en een man, beide gezeten op een dromedaris, die elkaar ontmoeten bij een bron (Istanbul, Archeologische Musea)

Misverstand:  In het Nabije Oosten leefden kamelen

Mel Gibson wilde zó graag een realistische film maken over de dood van Jezus van Nazareth dat hij de acteurs dwong Aramees en Latijn te spreken. Of The Passion of the Christ daarmee een betere film werd, staat te bezien. Het Aramees klonk althans niet alsof de spelers begrepen wat ze zeiden. Maar eerlijk is eerlijk, er zijn films gemaakt met minder aandacht voor historische details. Jammer alleen dat Gibson niet ook het advies inwon van een bioloog, want dan zou de kijker niet die kameel hebben hoeven zien die in een scène pontificaal door Jeruzalem beent.

Lees verder “Misverstand: Een- en tweebulters”

De Romeinse kameel

Trajanus en een kameel (© VCoins)

In 161 na Chr. vielen de Parthen, de bewoners van het antieke Irak en Iran, onverwacht het Romeinse Rijk binnen. Minimaal één legioen werd vernietigd maar de Romeinse keizer Lucius Verus en generaal Avidius Cassius stelden orde op zaken. Op de militaire successen volgde een literaire catastrofe. Iedereen die de schrijfkunst machtig was, schreef namelijk een geschiedenisboek. Het ene was nog slechter dan het andere, meent de geestige Grieks-Romeinse schrijver Lucianus, die een heel traktaat over geschiedschrijving wijdde aan de kwakhistorici van zijn tijd. In de vertaling van Gé de Vries:

Ik heb een historicus moeten aanhoren die nota bene de toekomst beschreef, namelijk de gevangenneming van [de Parthische koning] Vologesus … en dan als hoogtepunt de overwinningsparade waar we zo verlangend naar uitzien. Zo, helemaal bezeten van zijn zienerschap, haast hij zich naar het einde van zijn geschrift. … Hij heeft beloofd over de toekomstige gebeurtenissen in India te zullen schrijven en over de tocht om de aarde via de Buitenste Zee. De Inleiding van zijn ‘Veldtocht tegen India’ is al klaar: het Derde Legioen, met Kelten en een kleine afdeling Mauretaniërs, is onder bevel van Cassius al de Indus overgestoken. Hoe het daar allemaal afloopt en hoe ze de aanval van de olifanten zullen opvangen… onze briljante historicus zal het ons binnenkort vertellen in een brief uit Mouziris of het gebied van de Oxydraken.

Lees verder “De Romeinse kameel”

Dromedarissen, kamelen en anglicismen

Pasgeboren dromedarisjes kunnen meteen lopen, zoals deze kleine eenbulter in een karavaanserail in Iran.

Effectief schrijven: Aristoteles dacht er al over na en onderscheidde drie zaken waarop je moest letten. Ze zijn nog altijd een makkelijke kapstok voor wie wil leren een overtuigend betoog te schrijven. Zo iemand moet

  • zijn verhaal logisch doen (de argumenten moeten de conclusie schragen);
  • persoonlijk geloofwaardig zijn (Sonja Bakker en Adriaan van Dis moeten niet verontwaardigd doen over plagiaat);
  • het zo brengen dat het publiek uit je hand eet.

Dat laatste houdt bijvoorbeeld in dat je rekening houdt met emoties en verwachtingen die bij het publiek leven. Wie een ander wil overtuigen, doet er meestal niet verstandig aan hem te beledigen. Maar er zijn ook taalkundige verwachtingen die een effectieve schrijver respecteert, bijvoorbeeld bij de woordkeuze. Men mag best zeggen dat “hun” iets hebben gedaan, maar wie het opschrijft, zal een deel van zijn publiek kwijtraken, uit louter ergernis. Irritante, rare en ongebruikelijke woorden dienen, zoals Julius Caesar al opmerkte, te worden vermeden als klippen op zee. Je betoog kan erop stranden.

Lees verder “Dromedarissen, kamelen en anglicismen”