De ironie van De Volkskrant

Wie zich ergert aan de zelfbewieroking van de humaniora, de geesteswetenschappen, de culturele sector, alfa’s of hoe u het ook wil noemen, heeft niet helemáál ongelijk.

Mijn blogje van gisteren over het gebruik van het woord “pretstudies” in een kop in De Volkskrant leverde nogal wat reacties op. Soms instemmend, soms ook met de strekking “Waar maak je je druk over? De ironie blijkt toch uit de aanhalingstekens?”

Misschien heb ik zulke reacties in de hand gewerkt door in mijn stukje een onhandig voorbeeld te geven, namelijk “De azijnbode” als synoniem voor een gewaardeerd ochtendblad. Als iemand die term gebruikt, wordt de ironie meteen herkend omdat iedereen weet dat het gaat om De Volkskrant. Dat ligt anders bij “pretstudies”. Het publiek kan immers nauwelijks ontdekken waar het feitelijk om gaat. Dat de officiële naam – voor zover die bestaat – valt weer te geven als “humaniora”, als “geesteswetenschappen”, als capaciteitsgroepen in de “Humanities Cluster”, als “alfa-wetenschappen”, als “culturele wetenschappen”, als “letteren” en Joost mag weten wat nog meer, is illustratief voor deze onduidelijkheid.

Lees verder “De ironie van De Volkskrant”

Pretstudies

Brief aan De Volkskrant

“Het land heeft ook ‘pretstudies’ nodig”, kopte deze krant op dinsdag 3 september boven een verslag van de Ware Opening van het academisch jaar in Leiden. Ik had deze kop niet verwacht in deze krant, die bankiers niet typeert als “graaiers” en mensen met een arbeidshandicap niet wegzet als “steuntrekkers”.

Waarom, waarom in vredesnaam? Dat de juiste namen van de geesteswetenschappen (humaniora, letteren…) onbekend zouden zijn, lijkt me kras. Nog onlangs was ik een van degenen die deze krant hielpen bij een artikel waarin diverse mensen, academisch en daarbuiten, de aard van de geesteswetenschappen netjes uitlegden (“Alfa’s in opstand”, 25 juli). Moet ik concluderen dat u uw eigen krant niet leest?

Lees verder “Pretstudies”