
De Engelsman George Smith, die leefde van 1840 tot 1876 en dus niet heel oud is geworden, is een van de grote helden uit de oudheidkunde. Hij was, zoals dat destijds heette, afkomstig uit de werkende klasse, maar was gefascineerd door alles wat Mesopotamisch was en had zichzelf spijkerschrift geleerd. Een moeilijk schrift dat juist in deze tijd voor het eerst werd begrepen. Omdat hij er buitengewoon handig in was, kreeg hij een aanstelling in het British Museum, waar hij op een dag in 1872, werkend in de statige Arched Room, de vondst van zijn leven deed.
De scène zou zo in een film kunnen: van pure opwinding begon hij te schreeuwen, zijn kleren uit te trekken en zette het op een lopen. Ziet u het voor u? Hij rent langs de Elgin Marbles en de Steen van Rosetta, slaat linksaf, komt bij de garderobe en de ingang, nog eens linksaf, regelrecht de British Library in. Karl Marx kijkt verstoord op van zijn lectuur. Nogmaals linksaf, langs de Egyptische vondsten. Terug in de Arched Room. Collega’s slaan kleren om hem Smith heen. “Wat is er?”, vragen ze bezorgd, “wat is er?” En hij gebaart naar het kleitablet, alsof iedereen meteen zou begrijpen wat daar staat. Misschien is het niet helemaal zo gegaan, maar we moeten een goed verhaal niet dood controleren.
Het was het tablet met de tekst van het Mesopotamische Zondvloedverhaal. De kranten schreven meteen over de grootste archeologische ontdekking aller tijden en de Daily Telegraph financierde een expeditie naar Mosul (het antieke Nineveh), opdat Smith daar kon zoeken naar andere tabletten. Die vond hij inderdaad: het Epos van Gilgameš. De tabletten maakten deel uit van wat (met gevoel voor archeologische hype) bekend is komen staan als de Bibliotheek van Aššurbanipal.

In zijn boek Assyrian Discoveries. An Account of Explorations and Discoveries on the Site of Nineveh (during 1873 and 1874) doet Smith verslag van deze reis, die niet helemaal zonder problemen verliep. Althans, de terugreis. Hij bereikte Aleppo, waar de Ottomaanse autoriteiten vragen stelden bij de kisten vol materiaal die hij bij zich had.
I showed my firman, to prove my right to the antiquities, and the customs officers said, if I would unpack all the antiquities, and show the things to them at the custom-house, they would give me a letter to the port to pass the things. I accordingly opened all my boxes, and having new boxes made there, repacked the antiquities. The Turkish officers laughed at the appearance of the old fragments of inscriptions, and called them rubbish, making fun at the idea of taking care of such things. They gave me a letter to the port of Alexandretta.
Die havenstad noemen wij tegenwoordig Iskenderun. Smith sloot zich aan bij een karavaan, bereikte de riviervlakte bij Antiochië, stak de Belen-pas over en daalde over de destijds nog rotsige weg af naar de havenstad, waar hij zich aandiende bij de Britse consul.
He went to the custom-house to present the letter for passing the antiquities; but when the letter was opened, it was found to contain an order to stop them, the Turkish authorities having made me the bearer of a letter directed against myself.
Een Uriabrief, en ondanks alle argumenten die Smith en de consul naar voren brachten, namen de Ottomaanse havenautoriteiten de goederen in beslag. Erg ondankbaar, vond Smith, aangezien de Britten nog niet zo lang geleden het Ottomaanse Rijk overeind hadden gehouden in de Krimoorlog. Uiteindelijk regelde de Britse ambassadeur in Constantinopel dat de tabletten aankwamen in het British Museum.

Garibaldi (1)
Layards grote project
Droysen
Een verhaal met een flinke koloniale rand, zoals zoveel (van dit soort opgravings)geschiedenis. Aan de andere kant heeft het de oudheidkunde wel vooruitgeholpen. Dubbel allemaal, zoals zo vaak.
Waar ik die ‘flinke koloniale rand’ dien te ontwaren is mij onduidelijk.
Britten die onderzoek doen in het Midden-Oosten met toestemming van de Ottomaanse authoriteiten. En?
Gezien het sloopwerk in Afghanistan door de taliban en het sloopwerk van isis in Syrië en Irak is het maar goed dat we het archeologisch onderzoek maar niet al te veel aan de volgelingen van mohammed overlaten. Ideologie en vóór islamitische oudheid verdraagt elkaar niet zo goed.
Zelf konden we er ooit ook wat van hoor. De Beeldenstorm tapte uit hetzelfde vaatje
Dit is nogal onnozele generalisering vanuit een anti-Islam gedachte. Buiten de Taliban en IS wordt er in vele Islamitische landen veel aan archeologie gedaan of toegestaan. Graag eerst inlezen en dan pas algemene reacties doen, misschien?
En dan komt de onvermijdelijke Zahi Hawas weer kijken! Egypte is het beste voorbeeld van hoe dat allemaal door elkaar kan lopen. Hoe een Egyptenaar moslim kan zijn en trots op het faraonische verleden. Maar er is ook een Moslimbroederschap die het faraonische verleden graag zou opblazen.
Wonderlijk dus dat het hier de Ottomaanse autoriteiten waren die het erfgoed wilden behoeden voor export naar Londen. Ze hadden inmiddels ervaring met Schliemann, Elgin en anderen.