
Een tijdje geleden vroeg ik u te noemen wat u mooi vond uit de Oudheid en omdat de respons nogal overweldigend was, heb ik uw antwoorden verdeeld over mooie teksten, mooie antieke architectuur, mooie antieke sculptuur. Vandaag neem ik u mee langs alles wat nog niet genoemd is, zoals muurschilderingen en aardewerk. Opnieuw zitten er verrassende keuzes bij. En dat is maar goed ook, want dat is natuurlijk de opzet van de reeks: dat we elkaar dingen tonen waarvan we nog niet wisten dat ze bestonden en/of mooi waren.
Prehistorie
Eerst maar even twee voorwerpen uit de Europese Bronstijd. Genoemd werden de Hemelschijf van Nebra, te zien in het Landesmuseum für Vorgeschichte in Halle, en de Gouden Hoed van Berlijn, die is te zien in het Neues Museum.
Egypte en het Nabije Oosten
Uit het antieke Egypte en Nabije Oosten kwamen allerlei prachtige voorbeelden, zoals het astronomische plafond in het graf van Senenmut bij Deir el-Bahri, de schilderingen uit het graf van Nebamun in het British Museum in Londen en de banketscène met de musiciennes in het in een eerder blogje al genoemde Graf van Nacht bij Thebe. De voorwerpen uit het graf van Toetanchamon bleven niet onvermeld; sterker nog, ze werden vier keer genoemd, met eenmaal een speciale vermelding van de kunstig versierde vazen.

Iets jonger, maar nog altijd daterend uit de Bronstijd, zijn de Megiddo Ivories, en uit de IJzertijd stammen de leeuwenjacht van Aššurbanipal (“die paarden!”) en de geglazuurde tegels met Perzische soldaten uit het paleis van Darius in Sousa, die tegenwoordig zijn te zien in het Louvre in Parijs.
Griekenland
Van de Griekse kunst, werd in de eerste plaats een wandschildering van twee boksers uit Santorini genoemd, nu in het Nationaal Museum in Athene, en in het verlengde daarvan de wandschilderingen uit Mykene, zoals La Parisiènne, in hetzelfde museum. Allebei pure schoonheid.

U noemde “de oudste afbeelding van het paard van Troje” en ik neem aan dat daarmee de Mykonos-pithos is bedoeld, en een “afbeelding van het verhaal van de Cycloop versus Odysseus”. Ik had niet verwacht dat de Krater van Vix in het Musée du Pays Châtillonnais in Châtillon-sur-Seine tweemaal zou worden genoemd, maar het is natuurlijk een geweldig indrukwekkend én mooi voorwerp.
Iemand noemde “de duiker van Paestum”, iemand anders noemde “Paestum, wat een verassing! (Duiker)”, weer iemand anders noemde “la Tomba del Tuffatore” en er was ook iemand die de ‘Tombe van de Duiker’ in Paestum noemde:
Eén van de zeer zeldzame voorbeelden van Griekse schilderkunst, opgegraven in de Griekse kolonie Poseidonia/Paestum in Zuid-Italië. Als er een stoel in de zaal van het bescheiden museum van Paestum had gestaan was ik er, toen ik deze grafkist voor het eerst zag (zo rond 1980) spontaan vanaf gevallen. De perfectie benaderd, en vol mysterie: wat is -bijvoorbeeld- de betekenis van die duikende jongeman?

Ook genoemd: een bronzen spiegelhouder met spiegel, terracotta-leeuwenkoppen (waterspuwers) en een marmeren ruiter in het museum van Locri (ten zuidoosten van het middeleeuwse stadje Gerace). En als klap op de Griekse vuurpijl: het originele Antikythera-mechanisme in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene.
Rome
In een eerder blogje noemde ik al dat u de Romeinse portretschilderkunst zo vaak had genoemd. Veel ervan komen uit de steden die zijn verwoest toen in 79 na Chr. de Vesuvius uitbarstte. U noemde meer dan eens het portret van een dame met pen (de zogeheten “Sapfo”) en ook het portret van Terentius Neo werd genoemd, dat een paar jaar geleden was te zien in het Drents Museum in Assen. Verder de muurschilderingen in de Villa Imperiale.

De schoonheid van de mummieportretten, waaraan het Allard Pierson-museum onlangs een mooie expositie wijdde, was eveneens aan u besteed: u noemde het portret van een oude dame, Aline, in het Neues Museum in Berlijn; een oude man in het Altes Museum in dezelfde stad; een jong meisje in het Staatliches Museum Ägyptischer Kunst in München; en een man met baard in het Allard Pierson-museum.
Nog iets jonger is een beroemde tondo van de keizerlijke familie van Septimius Severus in het Altes Museum in Berlijn: “Het gaat me hier vooral om de keizer zelf: de dunne lijntjes die z’n baard/haar weergeven, de bruinige huidtint, een knappe man.”

En dan was er de wanddecoratie. U noemde twee schilderingen uit het Metropolitan Museum in New York: Perseus en Andromeda met het zeemonster en ook Polyfemos en Galateia. Degene die dit tweetal noemde vond dat de woorden “mysterieuze, magische sfeer” te vaak zijn gebruikt, maar wilde ze bewaren voor deze fresco’s uit de villa van Boscotrecase. In hetzelfde genre: de tuinkamer van de villa van Livia in de/het Palazzo Massimo alle Terme in Rome.
U noemde mozaïeken, zoals het Nijlmozaïek in het archeologisch museum van Palestrina, de mozaïeken uit Zeugma in het museum in Gazi Antep, het Bacchusmozaïek in Sétif, en de “indrukwekkend trefzekere en mooie mozaïeken in vakantieland Tunesië” en dan met name “het mozaïek van Vergilius in het Bardo Museum van Tunis”. Iemand noemde de opus sectile uit de basilica van Junius Bassus op de Esquilijn” in de Capitolijnse Musea: “het impressioneert mij nog telkens ik het zie”.

Late Oudheid
En daarmee zijn we aangekomen bij de Late Oudheid. U noemde “de mozaïeken van Piazza Armerina”, en de “mozaïeken van de Villa del Casale in Piazza Armerina” en ook de “mozaïeken Villa Romana del Casale – Sicilië”.
Daar bleef het niet bij, want u noemde ook “de mozaïeken in de San Vitale, Ravenna”, de “mozaïeken Ravenna” en de “de mozaïeken in de Tombe van Galla Placidia”. Verder noemde u het “mozaïek Justinianus & Theodora (in Ravenna), en ook “de mozaïeken in Ravenna, in het bijzonder die in het ‘mausoleum’ van Galla Placidia en in de San Vitale (wanden én vloer): omdat ze van een uitzonderlijke schoonheid zijn”. Verder noemde u de “mozaïeken Ravenna (en dan realiseer je je ook hoeveel indrukwekkender de Hagia Sofia moet zijn geweest toen die alle mozaïeken nog had)”.

Iemand noemde het laatantieke glaswerk, en tot slot noemde iemand
Codices ofwel geïllustreerde manuscripten. M’n meest favoriete kunstvorm uit de Middeleeuwen begon al vóór die tijd. Doorgaans prima thuis te bestuderen. Zoals de Codex Purpureus Rossanensis uit de zesde eeuw na Chr. of de Weense Genesis.
Hors concours
Er waren wat zaken die in geen enkele categorie pasten, zoals de “platbodems van het Zwammerdamtype”, “de evolutie van de Romeinse helm, sarissa en de Macedonische falanx”, het ondateerbare Uffington White Horse en Romeinse bakstenen of dakpannen met de afdruk van een kattenpoot.

Sommige door u genoemde voorwerpen kon ik niet helemaal plaatsen. Antieke sieraden bijvoorbeeld: “het met rode edelsteentjes versierde sieraad in het Altes Museum in Berlijn” en de “gouden sfinx-oorhangers in het Metropolitan Museum of Art in New York”.
Enigszins buiten het bereik van de reeks is de tempelstad Bagan in Myanmar, en uit de negentiende eeuw het Hermannsdenkmal en de neo-zoroastrische monumenten in Yazd, zoals de tempel en de dakhme (“toren van stilte”).

Tot slot: u verraste me door ook museale situaties te noemen, zoals het onvolprezen “geconserveerde Romeinse schip in Castellum Hoge Woerd”, de museale inrichting van de Varusschlacht bij Kalkriese, de expositie rond de Man van Glauberg het mueum Keltenwelt, de presentatie van de opgraving in Squillace, de maquette van Rome in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel, de opgraving en het museum van Bibracte, de tentoonstelling over Keizerin Wu in het Princessehof in Leeuwarden en de tweemaal “sprookjesachtig” genoemde presentatie van de Hemelschijf van Nebra in Assen. En o ja, “de Palatijn is mooier nu dan toen er paleizen stonden”.

Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.