Rood bij de Romeinen

De normale rode achtergrond in een muurschildering (Archäologischer Park, Magdalensberg)

De redacteuren van de Thesaurus linguae Latinae zijn inmiddels klaar met de letter R, en dat betekent dat ze zich hebben beziggehouden met de kleur rood. Blijkbaar maakte men in het oude Rome onderscheid tussen allerlei roodtinten, die worden vertegenwoordigd door allerlei bijvoeglijke naamwoorden, waarvan er ongeveer twintig zijn te vinden bij de R. Ze zijn meestal afgeleid van de Indo-Europese stam *h₁reudh-.

Ruber

Het meest gebruikte woord voor “rood” is ruber, afgeleid dus van *h₁reudh, kon een breed spectrum aanduiden – van vuurrood, cinnaberrood, scharlakenrood, bloedrood of karmijnrood tot tinten die naar oranje neigden, zoals saffraan- of goudkleurig. Ook lichamelijke reacties werden taalkundig vastgelegd: men kon blozen, en daarom duidt rubor niet alleen de blos zelf aan, maar ook de verlegenheid.

Robeus en rubeus

Het woord robeus of rubeus wordt weliswaar algemeen gebruikt voor “rood”, maar is waarschijnlijk niet afgeleid van ruber en verwijst in plaats daarvan naar de braam. De eerstgenoemde vorm, rob-, lijkt uit een Romeins dialect te komen. De oudste vermelding ervan is een door Aulus Gellius geciteerd Senaatsbesluit, waarin staat dat een consul na een slecht voorteken rode vervangende offers moest brengen om de republiek te verzoenen met de goden.

si quid succidaneis hostiis opus esset, robiis succideret consul.

Mochten er nog vervangende offers nodig zijn, dan moet de consul rode (offers) brengen.noot Aulus Gellius, Attische nachten 4.6.2.

(Voor wie de Thesaurus wil raadplegen: aangezien robeus bij deze oudste vermelding is gespeld met een /O/, is dit lemma ingedeeld onder rob-.) Allerlei dieren worden robeus genoemd: schapen bij Marcus Terentius Varro, runderen bij Columella en een kalf in een wet uit de tijd van keizer Domitianus. Deze wet is belangrijk voor de schrijfwijze, aangezien ze bewaard is gebleven als inscriptie en dus stamt uit de tijd waarop ze is geschreven. De strekking is dat een praetor tijdens de Volcanalia een beschermingsoffer moet brengen dat stadsbranden moet afwenden en moet bestaan uit een rood kalf en een rood everzwijn.

Hac lege dedicata est, … ut praetor, cui haec regio sorti obvenerit, sacrum faciat aliusve quis magistratus Volcanalibus X k(alendas) Septembres omnibus annis vitulo robeo et verre robeo ac precationibus.

Met deze wet wordt (dit gebied) gewijd, … opdat de praetor aan wie deze regio door het lot is toegevallen, of een andere magistraat, elk jaar op de Volcanalia, op 23 augustus een offer brengt met een rood kalf en een rood varken, vergezeld van gebeden.noot EDCS-17300964.

Voor het overige komt dit kleurwoord nauwelijks voor in de voorchristelijke tijd. Vanaf de vierde eeuw wordt het echter zeer frequent, en dan altijd in de vorm met rub-. Vanuit dit late Latijn verhuisde het woord naar de romaanse talen, zoals het rouge. Van robus/rubus is ook het verkleinwoord robeolus of rubeolus afgeleid, dat alleen als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt, hetzij voor oker, hetzij voor een bepaalde ster.

Rūfus en rōbus

Rūfus duidt op een eerder geelachtig-rode tint en verwijst meestal naar roodblond haar, wat de oorsprong van de eigennaam Rufus verklaart. In tegenstelling tot ruber is de eerste lettergreep lang; daarom moet dit woord een iets andere afleiding hebben. Het is een dialectvorm (met een /f/ in het midden) van het Proto-Indo-Europese h₁roudh-, waar ook rōbus en ons “rood” zijn afgeleid. Deze dialectvorm gaat overigens wel terug op het h₁reudh- waar ruber vandaan komt. Rōbus komt in het overgeleverde Latijn slechts twee keer voor. Eenmaal bij Juvenalis:

Consul lanatas robumque iuvencum more Numae caedit.

De consul slacht volgens de gewoonte van Numa wollige schapen en een rode jonge stier.noot Juvenalis, Satiren 8.155.

Hier wordt een oud ritueel beschreven, uit de tijd van de legendarische koning Numa, waarbij dus een rode stier wordt geofferd. De tweede passage is een citaat uit Sextus Pompeius Festus’ Woordbetekenissen, geciteerd door de middeleeuwse auteur Paulus de Diaken.

Robum rubro colore et quasi rufo significari, ut bovem quoque rustici appellant, manifestum est.

Het is duidelijk dat “robum” een rode of roodachtige kleur betekent. Boeren kunnen een rund zo noemen.noot Paulus de Diaken, Uittreksel uit het Festus, p.264.

Opnieuw een rund! Blijkbaar was rōbus uit de mode geraakt en werd het alleen nog gebruikt voor roodbont vee. Een afgeleid woord komt daarentegen heel vaak voor: rōbigo, “roest”. Ook de roestziekte bij planten heette rōbigo. Er bestaat ook een vorm rūbigo, die niet van ruber kan zijn afgeleid ook hier de /u/ lang is. Het moet komen van rōbigo.

Tussenbalans

Er zijn dus “rood-woorden”

  • met een korte eerste lettergreep, ruber, rechtstreeks afgeleid van *h₁reudh-.
  • met een lange eerste lettergreep (rōbus, rūfus, rūbigo), afgeleid via *h₁roudh-.

Interessant is dat de laatantieke auteur Isidorus van Sevilla begreep dat de lange eerste lettergreep het onmogelijk maakte rōbigo¸“roest”, af te leiden van ruber. Omdat hij rōbus niet kende, kwam hij met een andere oplossing: hij leidt het af van rōdere “knagen”.

Robigo est vitium rodens ferrum vel segetes, quasi rodigo mutata una littera.

Robigo is een aantasting die ijzer of graan wegvreet (rodens), als het ware ontstaan uit “rodigo”, waarbij één letter is veranderd.noot Isidorus, Etymologiën 16.21.5.

Dit is mooi idee, aangezien ijzer door roest wordt aangetast en de planten door de roestziekte. Isidorus moet dan echter wel de tussenvorm rodigo aannemen, die niet is overgeleverd en, helaas, etymologisch onwaarschijnlijk.

Rubidus

Ook rūbidus bevat een lange ū, waarschijnlijk onder invloed van rūfus; toch is het terug te voeren op de stam *h₁reudh-. Het woord komt zelden voor, maar duikt tweemaal op bij de toneeldichter Titus Maccius Plautus: één keer in verband met brood, één keer met een ampul.

Festus interpreteert de eerste passage merkwaardig genoeg als “weinig gebakken” brood, terwijl Isidorus het opvat als “dubbelgebakken”, wat beter aansluit bij de betekenis die Gellius (zoals al eerder beschreven) geeft overgeleverd: rubidus duidt op een donker, bijna zwart rood. Festus stemt hem weer bij: een pot wordt door ouderdom en gebruik boven het vuur rūbidus, dus eerder zwartachtig.

Suetonius gebruikt rūbidus voor iemand wiens gezicht als gevolg van drankmisbruik een dergelijke kleur heeft aangenomen. Daarnaast komt rūbidus nog sporadisch voor in de Late Oudheid, onder andere ter beschrijving van de kleur van bloed.

Glinsterender rood bestaat niet (Mineralenmuseum, Beiroet)

Rutilus

Een van de meest beeldende Latijnse kleurwoorden is rutilus. Het duidt niet op een eenvoudig rood, maar op een glanzend, flikkerend, bijna metaalachtig glinsterend rood – vaak met een gouden of koperkleurige ondertoon. De term wordt vooral gebruikt wanneer lichtreflecties een rol spelen: iets rutilat (“glanst roodachtig”, “schittert”), in plaats van gewoon rood te zijn.

Typische contexten zijn daarom:

  • Haar: vooral het als opvallend ervaren roodblonde haar van noordelijke volkeren (Germanen, Galliërs), vaak met een licht gouden tint.
  • Metalen en licht: goud, brons of ook flikkerend vuur.
  • Hemelverschijnselen: bijvoorbeeld de ochtend- of avondrood, wanneer het licht intens en stralend overkomt.

In tegenstelling tot ruber (neutraal “rood”) of rūfus (eerder een dof, roodbruin rood) heeft rutilus bijna altijd een esthetische of poëtische lading: het oogt levendig, glanzend, soms zelfs prachtig. Het woord komt dan ook bijzonder vaak voor in de poëzie (bijvoorbeeld bij Vergilius of Ovidius), waar het licht, beweging en kleurintensiteit met elkaar verbindt.

Over de herkomst: de etymologie is niet helemaal zeker, maar er wordt vaak een verband verondersteld met de Indo-Europese stam *h₁reudh-.

Russus en russeus

Afgezien van glossen komt het woord russus maar dertien keer voor. In de poëzie vinden we het bij Ennius (voor de nek van een haan), Catullus (tandvlees), Lucretius (zeil), Martialis (een persoon met – waarschijnlijk – rood haar) en Prudentius (bloed). Verder komt het voor in de Priapea (kleding), driemaal in de Historia Augusta (kleding en wijn), in een oude Bijbelvertaling (aarde), bij Hieronymus (kleding) en bij Claudius Galenus (urine). Het lijkt dus een relatief intens rood te zijn. Het zou weer kunnen afkomstig zijn van de stam *h₁reudh-.

De “roden” in het circus (Nationaal Archeologisch Museum, Madrid)

Ook russeus is een vurig rood (naar het Griekse πυρρός) en wordt specifiek gebruikt bij beschrijvingen van wagenraces. De coureurs en hun teams behoorden tot zogeheten facties, die werden onderscheiden op basis van kleuren: rood, blauw, groen en wit. Deze groepen hadden trouwe aanhangers, bijna zoals de fanclubs van vandaag, en hun overwinningen brachten roem, prestige en politieke invloed. Welgestelde patriciërs steunden de facties om de gunst van het volk te winnen. De loyaliteit aan een kleur werd zo een vorm van sociale identiteit die het openbare leven in Rome mede vormde.

Russeus is afgeleid van russus, mogelijk onder invloed van roseus. Tot deze groep behoren ook russans en russatus, deelwoorden van het niet-overgeleverde werkwoord russare.

Rubicundus

Rubicundus duidt op een bijzonder intense roodheid, typisch voor een gezonde huidskleur, maar wordt ook gebruikt voor de bloedmaan. Het is afgeleid van ruber.

Roseus

Roseus betekent rozenrood (van rosa, roos) en wordt ook gebruikt om schoonheid aan te duiden.

Conclusie

Samenvattend kunnen de rode bijvoeglijke naamwoorden als volgt worden weergegeven, als we ons concentreren op de eerste lettergreep, die lang of kort kan zijn:

(klik=groot)

Terugkoppelend op een eerder blogje: Gellius had gelijk toen hij schreef dat het Latijn veel woorden voor “rood” kende, maar hij verloor zich in een wetenschappelijke discussie over enkele moeilijke dichtregels en heeft niet echt nagedacht over alle mogelijkheden.

Literatuur

  • Jacques André, Étude sur les termes de couleur dans la langue latine (1949).
  • Mark Bradley, Colour and Meaning in Ancient Rome (2009)
  • Robert Joseph Edgeworth, The Colors of the Aeneid (1992)
  • Rachael Goldman, Color-Terms in Social and Cultural Context in Ancient Rome (2013)
  • Nicolaas Vels Heijn, Kleurnamen en kleurbegrippen bij de Romeinen (1951)

[Deze gastblog van Josine Schrickx verscheen eerder (en in het Duits) op haar eigen blog. Dank je wel Josine!]

Deel dit:

Een gedachte over “Rood bij de Romeinen”

  1. Pieter

    Van dit soort blogjes word ik blij! Duidelijk, geleerd en verfrissend. Zit er geen reeksje in over de andere kleuren? (Hoewel, als we moeten wachten tot de TLL aan de V zit voor viridis, zullen we nog even geduld moeten uitoefenen.)

Reageren is alleen mogelijk voor site‑leden.
Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.