De Renaissance van de Twaalfde Eeuw (2)

De gotische bouwstijl is het meest zichtbare aspect van de Renaissance van de Twaalfde Eeuw. Dit gotische portaal naast een romaanse kerk is in Worms; het is ook de locatie van de ruzie tussen Brunhilde en Kriemhilde in het Nibelungenlied.

Was de elfde eeuw, zoals ik hierboven schreef, een overgangstijd? Tja. Alles is altijd een overgangstijd. Je kunt altijd wel iets aanwijzen dat verandert. En je kunt ook altijd continuïteiten aanwijzen. Wat zéker veranderde, was de implosie van het Kalifaat van Córdoba op het Iberische schiereiland. De instorting bood de Normandiërs de gelegenheid de Straat van Gibraltar te passeren, waarna de paus hun, zoals gezegd, zuidelijk Italië in leen gaf. Van daaruit veroverden ze Sicilië, dat tot dat moment bestuurd was geweest door een Arabische vorst. Ook de koningen van Castilië profiteerden van de crisis in het Kalifaat van Córdoba: ze rukten op naar het zuiden en veroverden in 1085 Toledo. Veertien jaar later braken de christelijke legers op nog een derde plaats de wereld van de islam binnen: de kruisvaarders veroverden Jeruzalem.

Vertalingen

Spanje, Sicilië en de “Landen van Overzee” waren de drie plaatsen waar informatie uit de Arabische cultuur eenvoudig kon overspringen naar de westerse wereld. Neem de vertaalscholen die vanaf 1125 bestonden op het Iberische schiereiland: Toledo, Barcelona en Zaragoza. In de laatste werden onder meer de Koran en de dialogen van Plato uit het Arabisch in het Latijn vertaald. De vertaalschool te Barcelona richtte zich vooral op de teksten van de Arabieren zelf. In Toledo vertaalde men de werken van Aristoteles uit het Arabisch. Ook elders waren vertaalinstituten.

Lees verder “De Renaissance van de Twaalfde Eeuw (2)”

Spitsboog

Terrasmuur in Apollonia

Iedere gymnasiumleerling kent het foefje om Griekse en Romeinse architectuur te onderscheiden: de Romeinen kenden bogen en booggewelven. De meeste gymnasiasten zijn ook slim genoeg om te weten waarom dit misleidend simplistisch is: je vergelijkt in feite de vijfde eeuw vóór Christus, de “gouden eeuw” van Athene, met de eeuwen ná Christus, toen het Romeinse Rijk bloeide. Als je in de vijfde eeuw v.Chr. in Rome zou hebben rondgelopen, zou je geen booggewelf hebben gezien; als je in de tweede eeuw na Chr. in Griekenland was geweest, zag je ze wel. Het heeft dus niets te maken met Grieken en Romeinen, maar alles met het groeiende repertoire van de Mediterrane bouwers. Het is een van de vele schijntegenstellingen tussen de twee dragers van de klassieke cultuur.

In de eerste eeuwen van onze jaartelling kende men ook de segmentboog. Dit is niet een halfronde boog, maar slechts een deel daarvan. Je kunt er betrekkelijk brede stukken mee overbruggen zonder dat je het bouwwerk hoog hoeft te maken. (De Pont des Marchands uit Narbonne is een voorbeeld.) De spitsboog, die we kennen uit de gotische architectuur, heeft het voordeel dat er meer gewicht op kan rusten en dat je er hoge, lichte ruimtes mee kunt scheppen. Deze boog is in de zevende eeuw ontstaan in het Midden-Oosten en er is geen reden om te betwijfelen dat de gotische architecten een Arabische innovatie hebben overgenomen. Hier is een leuk artikel over dat onderwerp.

Lees verder “Spitsboog”