De Renaissance van de Twaalfde Eeuw (1)

Het atrium voor de S. Clemente in Rome is een architectonische uiting van de Renaissance van de Twaalfde Eeuw

Ik schetste zojuist dat West-Europa in de elfde eeuw intellectueel op een dood spoor was beland. Uiteraard een schets in grote lijnen die, als je in detail kijkt, nooit blijkt te kloppen. Maar men wist dat men niet zo oud en wijs was als vroeger, men wist dat men geen Romeins Rijk had, men wist dat de teksten van de kerkvaders te ingewikkeld waren. Men was als dwergen op de schouders van reuzen.

Deze intellectuele impasse liep synchroon met deze politieke veranderingen. Aan het einde van zijn leven blikte paus Gregorius VII terug op zijn conflict met Hendrik IV, en kwam tot de slotsom dat diens keizerkroning ongeldig was geweest. De Duitse vorst had immers zelf een paus aangewezen en een tegenpaus kon onmogelijk Gods zegen overbrengen. Dat Gregorius er zo over dacht, mag gegeven de voorgeschiedenis begrijpelijk zijn, maar dat wil niet zeggen dat zijn redenering geldig was. Als de kerkvorst belezener was geweest, zou hij hebben geweten dat hij een ketters standpunt innam. De dwaling illustreert dat ook de Ottoonse Renaissance het intellectueel peil in West-Europa niet had verhoogd.

De Renaissance van de Twaalfde Eeuw

De toekomst behoorde echter niet aan de irrationaliteit. Na de crisis van de elfde eeuw ontstond een nieuwe Europese cultuur, die in maar weinig aspecten leek op de periode die eraan voorafging. De weinige filosofen van de Eerste Middeleeuwen hadden zo goed en zo kwaad als dat ging geprobeerd de neoplatoonse tradities uit de Romeinse keizertijd voort te zetten en waren verbonden geweest aan kloosters en andere kerkelijke instellingen, die onder toezicht stonden van de wereldse heersers. In de Tweede Middeleeuwen ontstond een nieuwe filosofie, die haar inspiratie ontleende aan een antieke autoriteit die voordien was genegeerd: Aristoteles. De geleerden leefden en werkten nu in autonome universiteiten, die de sieraden waren van steden die, vergeleken met de Oudheid, vrij zelfstandig waren.

Zo begon in de Volle Middeleeuwen een cultuur die ook de onze is. Historici spreken vaak van de Renaissance van de Twaalfde Eeuw, naar een boek van Charles Haskins uit 1927. Met die titel polemiseerde de Amerikaanse mediëvist tegen de opvattingen van zijn negentiende-eeuwse Zwitserse collega Jacob Burckhardt, die had verdedigd dat onze samenleving was ontstaan toen de oude Grieks-Romeinse cultuur tijdens de Italiaanse Renaissance was herboren. Haskins meende dat de Europese beschaving drie eeuwen eerder was ontstaan.

Het antwoord op de vraag wie gelijk had, Burckhardt of Haskins, is een beetje een definitiekwestie. Je kunt ook zeggen dat onze cultuur pas in de zestiende eeuw ontstond, toen het autoriteitsgeloof, dat zo lang een structurerende factor was geweest, werd opgegeven en de moderne wetenschap tot stand kwam. Feit blijft ondertussen dat in de twaalfde eeuw een moderne burgerij ontstond en dat een nieuw soort filosofie werd gedoceerd aan universiteiten. Ook nieuwe literaire genres en nieuwe bouwstijlen ontstonden. Dat was vrij revolutionair, al springt het minder in het oog dan de Italiaanse Renaissance, die zo sensationeel lijkt doordat de materiële erfenis zo aangenaam zichtbaar is en zo grote invloed heeft gehad op latere generaties.

Morgen meer. Veel meer.

Deel dit:

12 gedachtes over “De Renaissance van de Twaalfde Eeuw (1)

  1. Huibert Schijf

    “Men was als dwergen op de schouders van reuzen.” Ik geloof niet dat deze uitdrukking in deze context goed wordt gebruikt. De heel bekende uitdrukking geeft aan dat een onderzoeker verder kijkt omdat hij/zij op de schouders van reuzen staat.

    1. Volgens mij is dat de draai die Newton eraan gaf. Hij bedoelde het als een sneer naar Hooke, die nogal klein van stuk schijnt te zijn geweest.

      Bernard van Chartres, was echter geen onderzoeker; eerder een filosoof of theoloog.

      1. Huibert Schijf

        Dat klopt. Inmiddels heb ik ontdekt dat de uitdrukking die jij gebruikt de titel van een boek is, geschreven door H. van Dijk. Het boek heeft als ondertitel Studie over de receptie van de oudheid in de Middeleeuwen. Dat bedoelde je natuurlijk en dat herkende ik weer niet.

  2. Theo de Graaff

    Een interessante serie. Leuk.
    “Als de kerkvorst belezener was geweest, zou hij hebben geweten dat hij een ketters standpunt innam.”
    Dat zullen ze toch wel geweten hebben in het Vaticaan? Zou het geen politieke uitspraak zijn?

  3. Om structuur te scheppen, zoekt men naar cesuren. In werkelijkheid is vrijwel alles evolutief en start een omwenteling bij een vonkje van inzicht. De allereerste volledige vertaling van Aristoteles’ Organon zal toen geen cirkel van vuur veroorzaakt hebben over West-Europa maar het was wel het begin van die revival. Toen Descartes zei “Cogito ergo sum”, was dat een culminatie van de renaissance, i.e. de wedergeboorte van de denkende mens.

    Maar als ik één cesuur mag voorstellen, is het de boekdrukkunst, als versneller van de moderniteit.

  4. FrankB

    “Je kunt ook zeggen dat onze cultuur pas in de zestiende eeuw ontstond.”
    De tweede helft van de Achttiende Eeuw. Toen begon het primaat van de wetenschap als bron van kennis. Ervoor was deze nog vermengd met allerhande bijgeloof. Het beste voorbeeld blijft Sir Isaac Newton.
    Dat is mijn hoogstpersoonlijke definitie. En die is niet beter of slechter dan enige andere.

  5. Adriaan Gaastra

    Ik begrijp niets van de stelling dat de elfde eeuw een periode van impasse zou zijn. De elfde eeuw was juist een opmaat van veel ontwikkelingen in de twaalfde eeuw. De studie van het Romeinse recht kwam op (juist door geleerde glossen op Karolingisch en Langobardisch recht). Petrus Damiani, Anselmus van Bec, Anselmus van Laon en Ivo van Chartres plaveiden de weg voor de scholastiek.

    Gregorius VII zal best weinig belezen zijn geweest, maar de discussie “ex opere operato” wordt pas eind elfde eeuw, begin twaalfde eeuw beslecht. Kerkvaders en kerkrechtelijke bronnen tot die tijd geven tegenstrijdige antwoorden, dus Gregorius VII antwoord is goed noch fout, orthodox noch ketters. De karakterisering komt mij allemaal nogal denigrerend over, vooral bedoeld om het lage niveau van deze periode te illustreren. Nee, mijn excuses, ik kan moeilijk enthousiast worden van deze stukken op de blog. Het verhaal is erg Lévi-Bruhl-achtig: de Westerse inwoner van vroegmiddeleeuws Europa was onvolwassen en primitief en wordt pas vanaf de twaalfde eeuw volwassen. Ik houd mijn hart een beetje vast voor wat er morgen op de site komt.

  6. Frans Buijs

    Of Gregorius VII belezen was of niet zou ik echt niet weten, maar zoals hierboven door Theo de Graaff al opgemerkt, was het waarschijnlijk een politieke uitspraak. Een paus kon natuurlijk moeilijk toegeven dat een keizer die zich tegen hem keerde een legitiem heerser was.

Reacties zijn gesloten.