MoM | Nieuws zonder filter (1)

Graf van Lucius Cornelius Scipio met een van de oudste vermeldingen van de cursus honorum (Vaticaanse Musea, Rome)
Graf van Lucius Cornelius Scipio met een van de oudste vermeldingen van de cursus honorum (Vaticaanse Musea, Rome)

Afgelopen dinsdag was in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden de laatste avond van “Oog op de Oudheid”, het evenement waarbij we proberen te tonen dat de oude wereld meer heeft te bieden dan borreltafelfeitjes. Oudheidkunde is immers, zeker als de enge vakgebiedjes worden overstegen, intellectueel wél uitdagend. Dat proberen we in Leiden over het voetlicht te brengen en dit jaar was het thema “data”. Met hashtag #OodO19 kent u de “twittulen” nalezen (maar let even op de volgorde).

Als de laatste spreker zou ik het hebben over het overaanbod aan data en informatie. (Informatie = data die in een juist of onjuist verband zijn geplaatst.) Sinds ruim een halve eeuw is het meer dan we menselijkerwijs kunnen behappen. Er bestaan berekeningen dat de mensheid tegenwoordig in twee dagen evenveel data produceert als vanaf de Steentijd tot 2003. Ook heeft iemand eens uitgeknobbeld dat u per dag meer informatie verstouwt dan u anno 1960 zou hebben verwerkt in een maand. Die explosie aan informatie heeft diverse gevolgen en ik behandelde afgelopen dinsdag een paar thema’s die de vaste lezers van deze blog kennen: dat de wetenschap sowieso subjectieve aspecten heeft, dat wetenschappers snel vol op het orgel gaan, dat journalisten dat eveneens doen, dat hierdoor de kans dat je slecht over de Oudheid wordt geïnformeerd groter is dan dat je adequate informatie krijgt. En verder: wat er beter kan. Op verzoek van enkele aanwezigen hieronder mijn praatje.

Lees verder “MoM | Nieuws zonder filter (1)”

MoM | Periodisering en naamgeving

Een Mesopotamische stofstorm

Er bestaat een soort conventie dat de Oudheid eindigde in 500 n.Chr. en dat de Middeleeuwen daarna duurden tot 1500. Daarop volgen de Nieuwe Tijd en de Nieuwste Tijd. Een echte grens tussen die twee laatste valt niet te trekken: sommigen vinden de Franse Revolutie en de daarop volgende Napoleontische Oorlogen belangrijk, anderen 1848 of 1870, weer anderen wijzen op het breukvlak rond 1900. Er is voor alles wat te zeggen, zoals je ook kunt zeggen dat de eindgrens van de Middeleeuwen een eeuw voor of een halve eeuw na 1500 mag worden gelegd. Ik denk dat er momenteel meer historici zijn die de eindgrens van de Oudheid rond 650 plaatsen dan historici die vasthouden aan het einde van de vijfde eeuw. Het kan allebei.

De reden van dit alles is natuurlijk dat onze belangstelling verschuift. Eind vijfde eeuw vond de desintegratie van het West-Romeinse staatsapparaat plaats en ontstonden opvolgersstaten die eind zesde eeuw pseudo-etnische namen kregen als  “Frankisch” of “Ostrogotisch”. In de negentiende eeuw was men geobsedeerd door eenheidsstaten en dus vond men de in de vorige zin genoemde gebeurtenissen rond 500 belangrijk. Tegenwoordig kijken we minder naar de eenheidsstaat en meer naar de economie, zodat een latere cesuur voor de hand ligt. Zouden we religie belangrijk vinden, dan zijn de implosie van het heidendom eind vierde eeuw of de formalisering van de islam eind zevende eeuw relevant. Zoveel hoofden, zoveel zinnen.

Lees verder “MoM | Periodisering en naamgeving”