Voor-westerse geschiedenis (4) flora

Olijfboom

De bovenstaande olijfboom stond een kwart eeuw geleden in Agrigento op Sicilië. Vermoedelijk staat ’ie er nog, want olijfbomen zijn taai. Net als steeneiken, johannesbroodbomen, Aleppo-dennen, acacia’s, ceders, vijgenbomen en andere oer-Mediterrane gewassen. Ze weten zich op harde grond te wortelen en kunnen tegen een stootje. Dat geldt ook voor de palmboom, die oorspronkelijk wat oostelijker groeide, in de eeuwen vóór het begin van onze jaartelling naar het westen oprukte en in de eerste eeuw v.Chr. nog voldoende zeldzaam was om het opschieten van zo’n boom te beschouwen als een voorteken – ik blogde daar al eens over. In de Arabische tijd werd de palmteelt echt serieus groot en de palmboomgaard van het Spaanse stadje Elche, in het westen van de oude wereld, geldt als werelderfgoed.

Van oost naar west

De dadelpalm representeert, om zo te zeggen, de grote flora-beweging in de oude wereld: oosterse gewassen kwamen naar het westen. Westwaarts kwam ook de bananenpalm, die in de zesde eeuw v.Chr. vanuit het Verre Oosten de Indusvallei bereikte en daarvandaan verder naar het westen reisde. De sinaasappelboom en de kersenboom kwamen al langer voor het Nabije Oosten en bereikten eveneens de Mediterrane wereld. Van de laatstgenoemde boom is dankzij Plinius de Oudere bekend dat de Romeinse generaal Lucullus hem rond 70 v.Chr. aantrof in Anatolië en meenam naar Italië, waarna andere Romeinen de kersenboom overbrachten naar Gallië. Net als de wijnrank overigens; de Moezelwijn is een Romeinse innovatie. De Perzen brachten als eersten suikerriet vanuit de Indusvallei naar Khuzestan (volksetymologie: “suikerland”), de hellenistische vorsten exporteerden de plant verder naar het westen, al werd het pas echt wat in de Late Oudheid. Idemdito katoen.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (4) flora”

Libanon en tabouleh

Hoewel Libanezen tabouleh beschouwen als hun nationale gerecht, is het een salade die wordt gegeten in het gehele Midden-Oosten. Het gaat om een stevige hoeveelheid fijngesneden peterselie met blokjes of schijfjes tomaat. Daarnaast kun je er stukjes bosui en munt in aantreffen, en vaak ook gemalen tarwe (bulgur). Tabouleh wordt op smaak gebracht met olijfolie, peper, zout en vooral citroensap, wat zorgt voor de frisse smaak.

“Libanon is als tabouleh”, hoorde ik in Sidon vertellen: je kunt de peterselie niet weglaten, want dan is het geen tabouleh meer. Waarna, in goede oosterse vertellerstraditie, de spreker alle ingrediënten opsomde: je kon de tomaten niet weglaten, “want dan is het geen tabouleh meer”, je kon het citroensap niet weglaten, “want dan is het geen tabouleh meer”, je kon de olie niet weglaten… Het voorbeeld was precies wat ik nodig had om aan u uit te leggen wat me zo aantrekt in Libanon.

Lees verder “Libanon en tabouleh”

Pizza Gerard ’t Hooft

pizza_hooftIk ben nu een dag in Bulgarije. Sofia doet me denken aan Stuttgart en bevalt me wel. Het stadscentrum is niet heel groot en men toont de toeristen enkele kerken, waarvan de Alexander Nevski-kathedraal me niet bijzonder imponeerde terwijl de sobere kerk van Sint-Sofia iets prettig intiems had.

Het archeologisch museum was ons voornaamste doel en het is me daar goed bevallen: Thracisch goud en mooie provinciaal-Romeinse sculptuur, waarbij de “Dirty Harry”-kapsels me deden denken aan wat ik zag in de musea Thessaloniki, Kavala, Filippi en Istanbul. Niet ver daarvandaan is het badhuis waar keizer Galerius, die hier verbleef voor een kuur in de medicinale baden, op het idee kwam dat het verstandig zou zijn een einde te maken aan de christenvervolging. (Het wordt vaak en ten onrechte toegeschreven aan Constantijn.)

Lees verder “Pizza Gerard ’t Hooft”

De dwaas van Palmyra

Munt van Gondofares
Munt van Gondofares

In de nacht en door de mist begeef je je naar de plaats waar je schip zal afvaren, je gaat aan boord, vaart uit, en ontdekt de volgende ochtend dat je bent ingescheept in het verkeerde vaartuig. Je reisgenoten zijn niet op weg naar Italië, maar naar het verre westen. Zo begint De dwaas van Palmyra. Ik hoopte dat de auteur, Jan van Aken, de lezer op het verkeerde been wilde zetten, maar nee, in het vervolg vernemen we dat het schip ook een mummie vervoert waaraan een cruciaal onderdeel ontbreekt, net als aan het stoffelijk overschot van Osiris. We zijn in de letteren wel eens subtieler aan boord van een dodenschip gegaan.

Er moet een degelijk verhaal komen om zo’n opening te doen vergeten, en gelukkig heeft Jan van Aken zijn stof goed gekozen. De roman bestaat in feite uit de levensbiecht van de hoofdfiguur, Damis van Nineve, ten overstaan van de weduwe die de mummie uitgeleide doet. Damis is de leerling van de Griekse filosoof Apollonios van Tyana (4 v.Chr. – 96 na Chr.?), die op zoek naar wijsheid een lange zwerftocht zou hebben gemaakt die hem in de jaren veertig van de eerste eeuw bracht tot in de Indusvallei.

Lees verder “De dwaas van Palmyra”