Juvenalis over Rome: vreemdelingenhaat

Grafsteen van Habib, zoon van Annubat, uit Palmyra; let op de Aramese tekst (Via Appia, Rome)

Rome was een smerige grote stad, zoals ik in het vorige stukje aangaf. De problemen waren, om zo te zeggen, objectief groot. Een ander probleem was meer een kwestie van perceptie: niet iedereen was blij met het multiculturele karakter van de grote stad. Met een woord van de Leuvense onderzoeker Maarten Larmuseau: het centrum van het Romeinse Rijk was gekoloniseerd vanuit de periferie.

Vreemdelingenhaat

De Romeinse satiricus Juvenalis (ca.60 – ca.135) presenteert in zijn Derde Satire iemand die moeite heeft met al die buitenlanders. De vertaling is van Marietje d’Hane-Scheltema.

“Ik aarzel niet er recht voor uit te komen
dat ik vooral één mensengroep ontwijk,
de lievelingen van het rijke Rome:
die Griekse droesem, waar die stad van ons
verziekt van is – en veel meer buitenlanders!”

Lees verder “Juvenalis over Rome: vreemdelingenhaat”

Steengoed

Je hebt een baan in een boekhandel op een druk punt in de stad. Dagelijks bezoeken vreemdelingen je winkel. Je verkoopt ze reisgidsen en boeken over de geschiedenis van je stad.

Op een dag aan het eind van de winter verkoop je een architectuurboek en een bundel middeleeuwse heiligenlevens aan een dikke klant. Hij blijft een praatje maken en zegt ineens dat je eens kennis zou moeten maken met een van zijn vrienden. Een paar minuten later loopt ook die de winkel binnen. En de volgende dag opnieuw. Tussen hem en jou is een klik. De zomer komt en gaat, het najaar verstrijkt, en jullie realiseren je dat jullie samen door het leven willen.

Lees verder “Steengoed”