Juvenalis over Rome: vreemdelingenhaat

Grafsteen van Habib, zoon van Annubat, uit Palmyra; let op de Aramese tekst (Via Appia, Rome)

Rome was een smerige grote stad, zoals ik in het vorige stukje aangaf. De problemen waren, om zo te zeggen, objectief groot. Een ander probleem was meer een kwestie van perceptie: niet iedereen was blij met het multiculturele karakter van de grote stad. Met een woord van de Leuvense onderzoeker Maarten Larmuseau: het centrum van het Romeinse Rijk was gekoloniseerd vanuit de periferie.

Vreemdelingenhaat

De Romeinse satiricus Juvenalis (ca.60 – ca.135) presenteert in zijn Derde Satire iemand die moeite heeft met al die buitenlanders. De vertaling is van Marietje d’Hane-Scheltema.

“Ik aarzel niet er recht voor uit te komen
dat ik vooral één mensengroep ontwijk,
de lievelingen van het rijke Rome:
die Griekse droesem, waar die stad van ons
verziekt van is – en veel meer buitenlanders!”

Er waren zeker veel Grieken in Rome. Op het grafveld aan de Via Cornelia zijn vrijwel alleen mensen met Griekse namen begraven en als de apostel Paulus zijn Brief aan de Romeinen afrondt, groet hij zeventien mensen met een Griekse naam, twee met een Hebreeuwse naam en zes met een Latijnse naam. noot Romeinen 16. Een naam duidt niet per se op afkomst, maar in een cultuur waarin men aan familiebanden hechtte, is het zo nu en dan wel een aanwijzing. In de Talmoed heet Rome dan ook “Grieks Italië”.

Terug naar Juvenalis’ vreemdelingenhater:

“Hoe lang al stroomt de Syrische Orontes
hier in de Tiber uit en scheidt een vloed
van taal en mode af, van tamboerijnen,
exotisch fluit- en harpspel en van hoeren
die met een bontgekleurde lintenhoed
bij ’t Circus prijken. Ga er zelf eens kijken!
Ach Romulus, uw eigen oer-Romeinen
lopen op feestsandalen rond en tooien
hun ingezalfde hals met Griekse kralen.
En oosterlingen – Grieken, Macedonen,
Kleinaziaten, Archipelbewoners –
bezetten onze heuvels, Viminalis
en Esquilijn vooral; en daar krioelen
ze rond in rijke villa’s en voelen
zich heer en meester hier. ’t Zijn spitse geesten.
brutaal, ad rem, luider en sneller sprekend
dan welke redenaar. Als je bedenkt,
wat al voor Grieken één zo’n Griek ons brengt:
taalleraar, retor, arts, landmeter, schilder,
profeet en acrobaat en tovenaar,
een Griek met honger is dit allemaal.

De spreker vergeet het belangrijkste beroep: koopman. De importeurs van de vele producten die de grote stad nodig had, kwamen steevast van buiten Italië. Grieken domineerden de handel en maakten enorme winsten. Het is daarom voorstelbaar dat autochtone Romeinen een hekel kregen aan de alom aanwezige buitenlanders: ze confronteerden de afstammelingen van Romulus ermee dat die niet zo oppermachtig waren als ze dachten en economisch van de onderworpenen afhankelijk waren.

[meer overlast vanmiddag]


De mythe van Mithras

december 6, 2023

De vroege kerk

augustus 1, 2014

Athena

september 12, 2016
Deel dit:

Een gedachte over “Juvenalis over Rome: vreemdelingenhaat

Reacties zijn gesloten.