Leven in het oude Rome

Maquette van een Romeinse flat uit Ostia (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

Wie Rome heeft bezocht – en ik denk dat heel veel lezers van deze blog er wel eens zijn geweest – heeft gestaan bij de steile trap naar de Santa Maria in Aracoeli, bovenop het Capitool. Aan de voet ervan is de bakstenen ruïne te zien een oud Romeins flatgebouw. Drie verdiepingen steken boven de grond uit, twee liggen onder het straatniveau. Wat overigens veel zegt over de overstromingen van de rivier de Tiber voordat deze eind negentiende eeuw werd gekanaliseerd. Op de onderste verdieping van het oude gebouw waren vrijwel zeker winkeltjes gevestigd, daarboven waren woonhuizen en op de zolder woonden sloebers in kamers zonder ramen.

In onze tijd zou de gemeente overbevolkte flats zonder aansluiting op de riolering en met raamloze bovenverdiepingen onbewoonbaar verklaren, maar in de Oudheid golden ze als redelijk onderkomen voor de stedelijke bevolking. Vitruvius, de auteur van een Handboek bouwkunde, was enthousiast:

Gezien de grote betekenis van de stad en het almaar toenemend inwoneraantal is het noodzakelijk ontelbare woningen op te leveren. Omdat woningen met slechts één bouwlaag aan zo’n grote menigte niet voldoende ruimte kunnen bieden, heeft de situatie er dus vanzelf toe geleid dat men een oplossing zocht door in de hoogte te bouwen. Zo ontstonden er hoge bouwwerken met stenen pijlers, muren van baksteen met een kern van breuksteen en daarin op balklagen talrijke etages met planken vloeren. Op die manier worden uitstekend bruikbare woonvertrekken met een uitzicht naar beneden gerealiseerd. Op deze wijze is de ruimte binnen de stadsmuren door de verscheidene verdiepingen in de hoogte vermenigvuldigd en heeft het Romeinse volk zonder problemen een voortreffelijke woonplaats.noot Vitruvius, Handboek bouwkunde 2.8.17; vert. Ton Peters.

Sanitair

Met de hygiëne was het beroerd gesteld. De antieke economie was primitief en men lijkt menselijke uitwerpselen te hebben gebruikt als mest. (Ik schrijf dat het zo lijkt, omdat ik me ook heb laten vertellen dat mensenmest niet zo vruchtbaar is.) In elk geval werden latrines, die in de regel dicht bij keukens lagen, op gezette tijden leeg geschept. Gelukkig maar, want het waren haarden van tetanus en andere ziekten, niet in de laatste plaats doordat verschillende gebruikers zich vaak schoonmaakten met dezelfde spons.

Latrine (Dougga)

Ongedierte was een ander gevaar. Rabbi Eleazar de Grote, die Rome bezocht in de tijd van keizer Domitianus, zou er maar tenauwernood aan zijn ontsnapt:

Rabbi Eleazar ging eens een toiletgebouw binnen, maar er kwam een Romein aan die hem wegduwde. Rabbi Eleazar stond op en liep naar buiten, en een slang verscheen en vrat de ingewanden van de ander uit.noot Babylonische Talmoed, Berakoth 62b.

Lijkbezorging

Rome bezat geen werkelijk efficiënte stadsreinigingsdienst, zodat de straten bezaaid bleven met afval. Het was een paradijs voor varkens, die in groten getale in het straatvuil liepen te wroeten. Het zal niemand verbazen dat rijke Romeinen slaven in dienst hadden om vliegen weg te jagen. De lijken van clochards bleven vaak liggen om te worden opgegeten door de gieren die synoniem waren met de stedelijk leven. (Denk aan de vogeltekens die Romulus en Remus zagen.) Een Romeinse wet uit de vroege eerste eeuw v.Chr. beoogde de stad te bevrijden van de kadavers, zoals blijkt uit de volgende inscriptie, die is te zien in de Capitolijnse Musea:

Edict van Sentius

Lucius Sentius, zoon van Gaius, praetor, heeft met instemming van de Senaat het volgende bepaald over de plaatsing van graven. Voor het openbare welzijn is het verboden lichamen te cremeren tussen deze steen en de stad. Verder is het verboden afval of kadavers te laten liggen.noot EDCS-19500091.

In de praktijk wilde dat zeggen dat degenen die de lijken de stad uit droegen, die achterlieten bij deze steen. Een Romein die in de buurt woonde, was dat op een gegeven moment zó zat dat hij met rode verf op de steen schreef: “Dump je smeerboel ergens anders, tenzij je ruzie zoekt.” Het mocht niet baten: de archeologen die in 1884 de plaats opgroeven, hadden moeite met hun werk vanwege een aldoordringende lijkenlucht.

Gieren waren niet de enige lijkenvreters. Over Romeins kannibalisme heb ik het al eens gehad, maar ik noem nog de honden. Biograaf Suetonius vermeldt ergens dat op een dag een straathond het paleis van keizer Vespasianus binnenliep met in zijn bek een mensenhand.noot Suetonius, Vespasianus 5.5.

Magisch amulet  (Staatliche Museum Ägyptischer Kunst, München)

Voor veel Romeinen waren varkens en honden de enige kans op een vleesmaaltijd, maar aangezien die dieren afval aten, stond het feestmaal gelijk aan een besmetting met salmonella of een lintworm. Het is geen toeval dat van de verschillende soorten antieke amuletten de populairste dienden ter bestrijding van maagkramp. Het bovenstaande amulet komt uit Romeins Egypte; ik fotografeerde het onlangs in München. Soortgelijke voorwerpen zijn bekend uit de gehele Romeinse wereld en zouden wat prominenter mogen zijn in onze archeologische musea.

[Straks meer]


Geweld in Judea (3)

februari 12, 2017

Christenvervolging? (3)

december 26, 2017
Deel dit:

7 gedachtes over “Leven in het oude Rome

  1. FrankB

    Hoe weet ik dat ik een modern mens ben? Nou, ik kan me totaal niet voorstellen dat iemand van het platteland (waar genoeg ruimte is om je rotzooi te dumpen) in Rome zou willen wonen. Ja, ik ken rationele verklaringen. Ik heb het over de afschuw die ik voel.

  2. “Hac rabiosa fugit canis, hac lutulenta ruit sus:
    i nunc et versus tecum meditare canoros.”

    ‘Hier vlucht een dolle hond, daar rent een modderig zwijn:
    ga nu maar welluidende verzen staan overpeinzen.’

    Horatius, Epist. II

  3. Tommy

    “De antieke economie was primitief en men lijkt menselijke uitwerpselen te hebben gebruikt als mest. (Ik schrijf dat het zo lijkt, omdat ik me ook heb laten vertellen dat mensenmest niet zo vruchtbaar is.)”

    Ik neem aan dat het zo was, gezien dat bij de generatie van mijn grootouders nog gangbare praktijk was… Uiteraard is het niet zo dat het daarom in de Romeinse periode ook geschiedde, maar als we bedenken dat er eigenlijk geen andere mestbronnen dan menselijke en die van vee waren, zal het wel een redelijk kostbaar goed geweest zijn… wellicht, maar dat weet ik niet zeker, zal het goedje ‘vers van de pers’ niet zo plantvriendelijk zijn, maar door het fermentatieproces in de beerput verandert het natuurlijk wel… Voor de ‘hobbygebruiker’ bestond daar zelf een speciaal gereedschap voor: een soort van groot uitgevallen pollepel met een lange steel die diende om het goedje uit te scheppen. Aldus, als ik ergens kom waar er soep wordt geserveerd met een pollepel, heb ik altijd een bepaalde… nou ja, connotatie… 😉

    1. Robbert

      Ik las ooit dat de stadse poep- en piestonnen in de middeleeuwen op naburige velden werden geleegd.
      Niet lang geleden zagen we middenin een Chinees dorpje een gammel latrinegebouwtje in een vijver staan, met een loopbruggetje ernaartoe. Via simpele gaten viel zo alles in het water. Het vijverwater werd in emmers geschept, inderdaad, met een soort lange pollepels en aan de rand van het dorp op de kleine groenteplantjes uitgegoten.

  4. Dirk Zwysen

    Slangen die ingewanden opvreten? Dat lijkt me toch gewoon een legende waarin de boerse Romein gestraft wordt en dus weinig bruikbaar om de flora van de latrine te beschrijven.

    Wel straf dat er in 1884 nog lijkenlucht te ruiken was van een antieke begraafplaats, of bleef die langere tijd in gebruik?

    Gisteren maakte ik met mijn zoon Romeinse gehaktballetjes voor de klas om zijn schooljaar in de Latijnse af te sluiten. Alle kinderen voorzagen in Romeinse gerechten (helaas geen garum). Benieuwd of thuis de latrines druk bezocht zullen worden.

Reacties zijn gesloten.