Een depositie uit Bronstijd-Drenthe

Depositie uit de Bronstijd uit Roswinkel (Drents Museum, Assen)

Ik was al een paar weken niet in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden geweest. Vandaag was ik er weer eens. Het was druk maar prettig. De vernieuwde afdeling over het antieke Nabije Oosten is mooi geworden, heel helder, met opvallend veel kleitabletten. Ik blijf hopen dat ’ie nog eens wordt vergroot. Er is ook een kleine en véél te brave expositie in de reeks Collectie|Reflectie, gewijd aan verzamelaars die voorwerpen hebben nagelaten aan het museum zonder te weten waar ze zijn gevonden. De vorige expositie was ook al zoutloos; de uitleg dit keer is zelfs zó braaf dat het gênant is.

Maar daar kwam ik niet voor. Ik was er voor de Bronstijdexpositie, die ik pas één keer had bezocht. Hierboven een stukje turf met daarop een snoertje met kralen van barnsteen, een kam van hoorn en een stukje brons, dat een fragment van een bijl kan zijn. Het verzamelinkje is gevonden in de buurt van Ter Apel, in de richting van Emmen, bij Roswinkel. Iemand heeft het gebonden in een lapje leer en in het veen achtergelaten, ergens tussen 1800 en 1500 v.Chr., en een turfsteker heeft het vele eeuwen later teruggevonden. Het behoort nu bij de collectie van het Drents Museum in Assen.

Lees verder “Een depositie uit Bronstijd-Drenthe”

De Valtherbrug

Het veengebied waar de Valtherbrug lag, zoals het er nu uitziet

Ik blog nu al dagen over de Mediterrane wereld, dus we moeten eens rap overschakelen naar onze eigen contreien. Naar het Drentse dorpje Valthe om precies te zijn, waar in de Romeinse tijd een enorm bouwwerk was te vinden, de zogeheten Valtherbrug. Dit was een van hout gemaakte weg door het veengebied dat de grens vormt tussen oostelijk Drenthe en het zuidoosten van Groningen. Hoewel waterbouwkundig ingenieur J.W. Karsten geldt als degene die de weg in 1818 heeft ontdekt, waren het turfstekers die hem er al een jaar eerder op hadden geattendeerd. U ziet het parcours hier.

Knuppelweg

Houten veenwegen waren niet zeldzaam. Ze zijn al aangelegd in het vierde millennium v.Chr. en werden nog steeds gebouwd in de zeventiende eeuw. Na Christus welteverstaan. De Romeinen noemden ze pontes longi, “lange bruggen”, en hebben ze aan het begin van de jaartelling gebouwd over de moerassen rond Münster. In het Nederlands heten ze ook wel knuppeldam of knuppelweg. Kortom, niets bijzonders allemaal, maar de Valtherbrug is wel érg lang: twaalf kilometer van Valthe richting Ter Apel. Er moeten 50.000 bomen voor de aanleg zijn geveld. Dat riep aan het begin van de negentiende eeuw nogal wat vragen op, want wie konden dit in vredesnaam hebben gebouwd? En waarom?

Lees verder “De Valtherbrug”

Offer of niet?

Het komt dus allemaal door die brug bij Kampen. Daardoor reden de treinen niet en moest je met een bus. En bussen nemen geen fietsen mee. En zo kwam het dat ik, op weg vanuit Leiden naar Zwolle, moest omrijden via Deventer en véél te laat aankwam in mijn hotel. Daar was bovendien heerlijk bier en dus heb ik geen stukje geschreven.

Maar toch. Een tijdje geleden hadden we het over de Peelhelm en kwam de vraag aan de orde of er hier een ruiter in het veen was omgekomen of dat dit een offer was. Het zijn allebei scenario’s die je meteen voor je ziet. Een Romeinse soldaat, zwoegend met zijn paard, zoekend naar de route door het veen, vloekend omdat het donker begint te worden, dwaallichtjes, en dan ineens wegzinkend. Kopje onder. Paard valt ook door het veen. Man in paniek, komt nog even boven, hapt naar lucht, zakt weg – en de rest is stilte.

Lees verder “Offer of niet?”

De Peelhelm

De Peelhelm (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

In mijn reeks museumstukken vandaag een van de beroemdste voorwerpen uit de Oudheid: de Peelhelm. Rond 300 na Chr. gemaakt van verguld zilver, in 1910 gevonden door turfsteker Gebbel Smolenaars in de Peel, tegenwoordig in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. De helm is niet het enige voorwerp dat Smolenaars uit het veen haalde: hij vond ook enkele vierde-eeuwse munten, een mantelspeld, delen van een paardentuig en een ruiterspoor.

Net als moderne helmen bestaat de Peelhelm uit een binnen- en een buitenhelm. De binnenhelm moet van ijzer gemaakt zijn geweest. Doordat het voorwerp gelegen heeft in veen, is het ijzer compleet weggeroest. De buitenhelm, gemaakt van edelmetaal, heeft het wel overleefd. Ze bestaat uit veertien onderdelen die met gespjes en riempjes waren verbonden.

Lees verder “De Peelhelm”

Priester Hendrik

Priester Hendrik (beeld: Carsten Eggers)

Toen ik onlangs door Rijnsaterwoude – dat ligt op de grens van Zuid- en Noord-Holland – kwam fietsen, zag ik daar bij de kerk het bovenstaande standbeeld. Ik remde meteen, want dit beeld had ik vaker gezien. Alleen: dat was in de buurt van Hamburg. Wat deed priester Hendrik, want over hem hebben we het, in Rijnsaterwoude bij de kerk?

Het zit zo. De twaalfde-eeuwse priester Hendrik had geleerd hoe je een cope aanlegde, een veenontginning. Het eerste wat jij als locator (“projectmanager”) deed was een team samenstellen van laten we zeggen twintig mensen die als boer aan het werk wilden maar geen land bezaten. Je trok dan langs een kreek het veen in en zocht een plek om een dorpje te stichten. Op de oever bouwde je dan een lang lint van twintig huizen, zo om de honderd meter één, en halverwege die huizen begon je sloten te graven, haaks op het veenstroompje, het veen in.

Lees verder “Priester Hendrik”

Het Romeinse platteland

Romeinse tuin (Museumpark Orientalis)

Antieke steden zijn goed herkenbaar: ook na enkele eeuwen vallen de ruïnes nog altijd op. Het waren echter niet de enige nederzettingen in de Lage Landen. De oude heuvelforten van de oorspronkelijke bewoners werden weliswaar overvleugeld door de hoofdsteden van de Romeinse gemeentes, maar werden niet allemaal verlaten.

In de buurt van de militaire kampen lagen burgerlijke nederzettingen waar kooplieden, kroegbazen en de gezinnen van de soldaten verbleven. Aan de kust lagen vissersdorpen en zeehavens als Boulogne, Domburg, Colijnsplaat en Katwijk. Kolenbranders en jagers woonden in de bossen, mijnwerkers bij de groeven en pottenbakkers op plaatsen met goede klei, zoals in Berg en Dal, waar op industriële schaal dakpannen werden vervaardigd. Rond Heerlen werd even grootschalig keramiek geproduceerd: momenteel zijn er niet minder dan zesenveertig pottenbakkersovens bekend.

Lees verder “Het Romeinse platteland”

Drijvend veen

Buitendijks hoogveen
Buitendijk, drijvend veen

In 1999 schreef ik De randen van de aarde: een overzicht van de geschiedenis van de Lage Landen in de Romeinse tijd. Later actualiseerden mijn collega Arjen Bosman en ik de tekst, maar De rand van het Rijk (2010) is inmiddels uitverkocht. De verbeterde Engelse versie, Edge of Empire (2012), is nog wel leverbaar: hier. Zonder valse bescheidenheid: dit is een echt fijn boek, vol boeiende informatie, stoere verhalen, grappige details en interessante vondsten.

Een van de leukste teksten die ik voor de Nederlandse versies vertaalde, was de beschrijving die de Romeinse officier Plinius de Oudere gaf van het door hoogveen omringde Flevomeer, de voorganger van de Zuiderzee. Voor de Romeinen was dit een rare plek. Even verderop was het einde van de aardschijf, waar mensen woonden op terpen.

Lees verder “Drijvend veen”