
Ik was al een paar weken niet in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden geweest. Vandaag was ik er weer eens. Het was druk maar prettig. De vernieuwde afdeling over het antieke Nabije Oosten is mooi geworden, heel helder, met opvallend veel kleitabletten. Ik blijf hopen dat ’ie nog eens wordt vergroot. Er is ook een kleine en véél te brave expositie in de reeks Collectie|Reflectie, gewijd aan verzamelaars die voorwerpen hebben nagelaten aan het museum zonder te weten waar ze zijn gevonden. De vorige expositie was ook al zoutloos; de uitleg dit keer is zelfs zó braaf dat het gênant is.
Maar daar kwam ik niet voor. Ik was er voor de Bronstijdexpositie, die ik pas één keer had bezocht. Hierboven een stukje turf met daarop een snoertje met kralen van barnsteen, een kam van hoorn en een stukje brons, dat een fragment van een bijl kan zijn. Het verzamelinkje is gevonden in de buurt van Ter Apel, in de richting van Emmen, bij Roswinkel. Iemand heeft het gebonden in een lapje leer en in het veen achtergelaten, ergens tussen 1800 en 1500 v.Chr., en een turfsteker heeft het vele eeuwen later teruggevonden. Het behoort nu bij de collectie van het Drents Museum in Assen.






Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.