Hoezo monotheïsme (slot)

Munt van Bar Kochba (British Museum, Londen)

[Dit is het laatste stukje in een reeks waarin ik uitzoek hoe monotheïstisch de joden in de Oudheid waren. Het eerste is hier.]

Ik beschreef dat het moeilijk valt vol te houden dat de joden monotheïsten waren en hun buren polytheïsten. Joden én veel heidenen neigden ernaar slechts één godheid te vereren en daarnaast een reeks lagere hemelingen te erkennen. Wel is het zo dat de joden monotheïstischer waren dan hun tijdgenoten.

Het eigenlijke verschil tussen joden en niet-joden ligt vermoedelijk niet bij de erkenning van niet-joodse goden of de beperking van het goddelijke tot één Allerhoogste, maar in de vorm van de verering. Het gaat er daarbij niet om dat de joden geen cultusbeeld hadden, hoewel dit aspect vaak in onze bronnen wordt vermeld. Dat was echter onvoldoende uniek om onderscheidend te zijn: de Nabateeërs, de Feniciërs en de Grieken hadden allemaal goden die ze niet afbeeldden. Van de oppergoden van Babylonië en Egypte, die aan het begin van onze jaartelling nog steeds werden vereerd, werd expliciet gezegd dat ze niet af te beelden waren – wat de Babylonische en Egyptische kunstenaars er overigens niet van weerhield het toch te doen.

Het aspect van de eredienst dat joden definieerde als joden, was het offer. Er bestonden allerlei in de praktijk aanvaardbare afwijkingen van het “Hoor Israël, de Heer is onze God, de Heer alleen”, maar het was niet aanvaardbaar aan anderen te offeren. Offers mochten alleen worden gericht tot God en alleen voor Hem richtten de joden altaren op. Zelfs de essenen, die meenden dat de tempel in Jeruzalem niet langer ritueel rein was, zochten aansluiting bij de offercultus aldaar, terwijl ook de met de essenen verwante sekte van de Dode Zee-rollen regels had voor het offer.

Het offer, waarmee het Verbond werd bekrachtigd en waarmee iemand zijn rituele reinheid kon herstellen, vormde de kern van het jodendom. Er waren allerlei zaken waarover van mening mocht verschillen, maar wie aan de engelen, Pan, de keizer of de zon zou hebben geofferd, was buiten het jodendom komen staan. Liever dan te offeren aan een afgod riskeerden sommige joden de marteldood. Ze waren bereid de wapens op te nemen als de offercultus niet op de normale wijze plaatsvond. De auteurs van de twee Makkabeeënboeken het oneens over de details van het vervolgingsdecreet van Antiochos IV Epifanes, maar hadden onthouden dat de joden in opstand waren gekomen toen de offers niet op de juiste wijze werden gebracht.

Israël offerde aan de Heer, aan de Heer alleen. Dat was het definiërende thema van het toenmalige jodendom.

Literatuur

James McGrath, The Only True God (2010) (recensie)

Een gedachte over “Hoezo monotheïsme (slot)

  1. MNb

    “Dat was echter onvoldoende uniek ”
    Dat zou ik denken. Allerhande christelijke kunstenaars hebben er lang na de Oudheid geen been in gezien hun metafysische heer af te beelden – een beroemde is die van Michelangelo in de Sixtijnse Kapel.

Reacties zijn gesloten.