Was de Griekse godsdienst polytheïstisch?

Een deel van de Elgin Marbles (British Museum, Londen)

Laat ik het maar meteen toegeven: de kop boven deze blog is gekozen om de aandacht te trekken. Als de wet van Betteridge hier van toepassing is, luidt het antwoord op de vraag immers “nee” – maar dat antwoord is dan wel in strijd met wat altijd over de Griekse godsdienst horen en lezen. In elk geval: al zal mijn conclusie straks toch misschien wat teleurstellen, ik hoop wel dat u nog even doorleest. Want die conclusie komt pas aan het eind.

Wat is een theós?

Laten we het er eerst over eens zijn dat we met een polytheïstische godsdienst bedoelen: een godsdienst waarbij de aanhangers ervan geloven in meer dan één god. Gold dat voor de godsdienst van de oude Grieken?

Lees verder “Was de Griekse godsdienst polytheïstisch?”

Het ontstaan van het Kalifaat (2)

De moskee in Damascus, de eerste hoofdstad van het Kalifaat van de Umayyaden.

In het vorige blogje noemde ik enkele complicaties bij het traditionele beeld van het ontstaan van het Kalifaat. Hier zijn er nog een paar.

Monotheïsmes

Om te beginnen Mohammeds Arabische monotheïsme. Dat hij zich richtte tot mensen die Arabisch spraken, staat als een paal boven water. Maar hij was niet de eerste Arabische monotheïst. De meeste in het Arabisch gestelde religieuze inscripties uit de Late Oudheid zijn monotheïstisch. De belangrijkste auteur over het leven van de profeet, Ibn Ishaq, vermeldt al monotheïsten die vóór Mohammed actief waren in Mekka. Een in 2019 door Ahmad al-Jallad geïdentificeerde inscriptie uit Jemen bewijst dat de god van Mekka, Allah, en de al eerder vereerde enige hemelgod Rahman, al vóór Mohammed waren “gefuseerd” tot één godheid, en dat ook de formule “In de naam van Allah, de barmhartige, de genadevolle” op dat moment al bestond.

Lees verder “Het ontstaan van het Kalifaat (2)”

Het ontstaan van het Kalifaat (1)

Arabische ruiter (Louvre, Parijs)

Ik heb al vaak verwezen naar het ontstaan van een Arabisch wereldrijk in de zevende eeuw na Chr. Dat kun je aanduiden als de “grote Arabische veroveringen” of het “einde van de Oudheid” of “de tijd van de rechtgeleide kaliefen”. Je kunt het niet aanduiden als “de opkomst van de islam”, want dat is een parallel lopend, langzamer proces dat pas later op stoom kwam. Daarover zo meteen meer. Het ontstaan van het Kalifaat is in elk geval de brug tussen de antieke cultuur, die in de zesde eeuw in een crisis raakte, en de Middeleeuwen, wanneer er nieuwe politieke structuren ontstaan en het aantal geschreven bronnen sterk toeneemt.

Een traditioneel beeld

Het traditionele beeld is dat de profeet Mohammed met een nieuw, Arabisch monotheïsme een generatie van enthousiaste nieuwe gelovigen inspireerde, dat zij daarop de halve wereld veroverden en dat uiteindelijk de macht kwam te liggen bij een kalief uit de Umayyadische familie. Die resideerde in Damascus, begon het verworven rijk te organiseren en kon zich daarbij geen scherpslijperij permitteren. Een eeuw later trad de Abbasidische dynastie aan, met hoofdstad Bagdad, die beloofde een meer islamitisch georiënteerde staat te stichten.

Lees verder “Het ontstaan van het Kalifaat (1)”

Het zoroastrisme

De kosmologie van het zoroastrisme als rotsreliëf. Rechts vertrapt Ahuramazda de duivel Angra Mainyu, links vertrapt Ardašir I zijn tegenstander Artabanos IV .

De Gatha’s, die ik in het vorige stukje introduceerde, vormen slechts een deel van de Avesta, en taalkundigen herkennen de jongere delen. De belangrijkste innovatie van het latere zoroastrisme is dat Zarathuštra’s volgelingen De Leugen personaliseerden. In verschillende teksten, geschreven in een taal die even oud lijkt als die van de Gatha’s, krijgt het kwaad een naam: Angra Mainyu, “de vijandige geest”. Hij geldt als leider van de demonen en in het Scheppingsverhaal plaatst hij tegenover alles wat goed is steeds iets slechts. De Geist der stets verneint staat in jongere teksten ook bekend als Ahriman.

Onuitgewerkt monotheïsme

Dat twee kosmische machten, de scheppende kracht Ahuramazda en de anti-kracht Angra Mainyu, tegenover elkaar staan, leidt tot de vraag of de laatste door de eerste is geschapen. In voor ons iets herkenbaarder jargon: schiep god de duivel? Wilde het goede het kwade? Het lijkt erop dat de vroegste zoroastriërs deze concepten, die zij als eersten ontwikkelden, nog niet volledig hadden doordacht.

Lees verder “Het zoroastrisme”

Het Pantheon (2)

Het fenomenale interieur van het Pantheon

Ik beëindigde mijn vorige stukje met de plaatsing van de standbeelden in het Pantheon, die suggereerde dat de tempel gewijd was aan het Algoddelijke. Ook de vorm van de tempel suggereert dit. Hadrianus’ tijdgenoot Ploutarchos bracht de ronde plattegronden van sommige tempels, zoals de Vestatempel op het Forum Romanum, in verband met de bolvorm van het heelal. Het gat bovenin het gewelfde dak van het Pantheon lijkt geïnspireerd door een van de merkwaardigste beschrijvingen van de kosmos uit de wereldliteratuur:

Het gelukzalig godenras beweegt zich aan de hemel langs prachtige banen waar allerlei schitterende dingen te zien zijn. Iedere god verricht zijn eigen taak en daarbij mag telkens ieder mee die dat wil en kan, want voor afgunst is in de kosmische reidans geen plaats. Wanneer ze naar een feestelijk diner gaan, rijden ze steil omhoog naar de top van het hemelgewelf. … De onsterfelijken rijden, wanneer ze de top van het gewelf hebben bereikt, naar buiten en stellen zich op de rug van de hemel op. Zij draaien dan in de omwenteling van de hemel mee en bezichtigen alles wat buiten de hemel is. Het gebied boven het hemelgewelf is nog door geen dichter van hier bezongen en niemand zal het ook ooit naar behoren bezingen. (Plato, Faidros 247, vert. Gerard Koolschijn)

Lees verder “Het Pantheon (2)”

Het Pantheon (1)

Het Pantheon in Rome

Wat is een handboek als je het er niet mee oneens kunt zijn? Het is daarvoor! De student leert het handboek, zoals mijn leermeester Pieter Willem de Neeve zei, van kaft tot kaft uit het hoofd. Na het leggen van deze kennisbasis kan de student op werk- en hoorcolleges wel ontdekken dat de vork ook anders in de steel kan zitten. Kortom, het is geen verwijt aan de auteurs als je het met een handboek oneens bent. Zelf zou ik, als ik Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek had geschreven, explicieter melding hebben gemaakt van het Pantheon in Rome.

Om te beginnen omdat het een gebouw is dat veel mensen kennen. Er is dus een didactisch aanknopingspunt. Verder omdat het gebouw, hoewel het dateert uit de hoogtijdagen van het Romeinse heidendom, vooruitwijst naar het christelijke monotheïsme. Het is vermoedelijk geen toeval dat de tempel als kerk in gebruik is genomen. En tot slot illustreert het gebouw de mogelijkheid dat wij over de Oudheid iets met meer zekerheid kunnen weten dan althans sommige mensen destijds – al is deze constatering misschien meer iets voor een vervolgcollege. In elk geval denk ik dat de twijfels die de Grieks-Romeinse auteur Cassius Dio niet kon onderdrukken, inmiddels wel zijn weggenomen.

Lees verder “Het Pantheon (1)”

De oud-oosterse godsdiensten

De koning, als vertegenwoordiger van de mensheid, tegenover Horus, beschermgod van het koningschap (Abydos)

Zoals ik al aankondigde in mijn vorige stuk over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, wil ik het vandaag hebben over het hoofdstuk over de godsdiensten van het oude Nabije Oosten. Dat zou onder te verdelen zijn geweest in paragrafen over de diverse volken. De auteurs doen dat niet. In plaats daarvan benadrukken ze wat die volken gemeenschappelijk hadden. Ik denk dat er 85% zekerheid is dat ze dit doen omdat de Bronstijdgodsdiensten niet hun favoriete thema zijn. Ze herhalen daarom algemene inzichten en wagen zich niet aan een eigen verhaal. Dat pakt echter goed uit.

Polytheïsme

In de Bronstijd geloofden de mensen in het Nabije Oosten in talloze goden, die afstamden van oergoden.

Lees verder “De oud-oosterse godsdiensten”

De joden & christenen van Tom Holland (1)

Yosef Caro-synagoge, Safed: de Tien Geboden.

Er zijn drie visies op het jodendom zoals dat bestond toen de Tempel in Jeruzalem nog functioneerde. Zo is er de visie van christenen op de religieuze gebruiken en opvattingen in de wereld van Jezus. Doordat er zoveel christenen zijn is deze visie gangbaarder dan de visie van hedendaagse joden op de tempelcultus. Tot slot is er de visie van historici, die het Tempeljodendom bestuderen als iets dat op zichzelf interessant is en het niet willen zien als voorportaal tot het latere, rabbijnse jodendom of het christendom.

Deze visies zijn natuurlijk niet los van elkaar te zien. Het christelijke beeld van het antieke jodendom was deels gevormd door wat christenen ooit wisten over joden uit de eigen tijd. Het twintigste-eeuwse historisch onderzoek – met name dat naar de Dode Zee-rollen – heeft geholpen christelijke en joodse oordelen bij te stellen. Slechts weinig christenen zullen nu nog denken dat het Tempeljodendom verstard was en dat er met Jezus pas weer muziek in kwam. Er zullen ook maar weinig joden zijn die het christendom nog beschouwen als verwaterd jodendom. De meeste geïnteresseerden zijn zich er tegenwoordig wel van bewust dat de twee hedendaagse godsdiensten de afgelopen eeuwen nogal wat karikaturen van elkaar hebben geschetst.

Lees verder “De joden & christenen van Tom Holland (1)”

Wat zijn heidenen?

Apollo, Minerva en Mercurius: vierde-eeuws reliëf uit Lauterbourg (Straatsburg, Palais Rohan)

Als het goed is, is vandaag Het visioen van Constantijn in de boekhandels aangekomen, het boek dat ik maakte met Vincent Hunink en dat gaat over de vraag hoe een heidens visioen kon veranderen in een christelijke legende. U bestelt het hier (levert landelijk) of bij uw plaatselijke boekhandel en hieronder hebt u een stukje uit de inleiding.

***

De bekering van Constantijn betekende – wat er ook gebeurd moge zijn – het einde van het heidendom. Maar wie waren die heidenen eigenlijk? Het begrip komt uit de joods-christelijke wereld, waarin alle niet-medegelovigen over één kam werden geschoren, hoewel de niet-joden en niet-christenen zichzelf nooit definieerden als heidenen.

Ze vereerden de goden van hun eigen stad en van de Romeinse staat. Ook betoonden ze eer aan de keizer. Sommige volken hadden eigen godheden – zo hadden de Egyptenaren hun Isis, de Galliërs hun Grannus en de Bataven hun Magusanus – en daarnaast hadden bepaalde beroepsgroepen eigen culten. Over dit bonte geheel werd verschillend gedacht, maar niemand noemde zichzelf heiden. In Het visioen van Constantijn gebruiken we het woord alleen omdat het nu eenmaal ingeburgerd is. Dat bewijst overigens eens te meer in welke mate het in de vierde eeuw doorgebroken christendom het latere denken blijft beïnvloeden.

Lees verder “Wat zijn heidenen?”

Monotheïsering

Pantheon, Hadrianus 118-125
Monotheïsme in het heidendom: het Pantheon, tempel voor het algoddelijke, in Rome

Zoals de trouwe lezers van deze kleine blog weten, ben ik momenteel bezig met een reeks over de vroege geschiedenis van het christendom, waarin ik inmiddels een aantal zaken heb behandeld. Eén daarvan is dat het jodendom weliswaar een monotheïstische norm had, maar in de dagelijkse praktijk open stond voor elementen uit andere religies. Verder wees ik erop dat ideeën over een tweede godheid weliswaar niet voldeden aan die norm, maar ook niet volstrekt marginaal waren. De positie van “tweede godheid” was aan het begin van de jaartelling een vacature en het was mogelijk die door een sterveling te laten vervullen: het is denkbaar dat de Zelfverheerlijkingshymne deze hemelse status toeschrijft aan de stichter van de sekte van de Dode Zee-rollen en Paulus schrijft in de Filippenzenbrief dat Jezus een naam krijgt, hoger dan alle andere namen, wat een aanduiding is van die tweede godheid.

Dit alles roept uiteraard de vraag op waarom christenen Jezus niet langer beschrijven als middelaarfiguur. In een Romeinse context zou Jezus typeren als Gods vizier – praetoriaans prefect desnoods – simpeler zijn geweest dan de complexe Drie-eenheid, waarin in Christus twee naturen samenkwamen. Niet alleen zou het idee van Christus als een lager soort hemeling makkelijker zijn geweest, het is ook beter in lijn met de Bijbel. In de woorden van Paulus: “Christus is het hoofd van iedere man, maar de man is het hoofd van de vrouw, en God het hoofd van Christus” (1 Korinthiërs 11.3). Het idee van een Drie-eenheid is onpraktisch, staat haaks op althans sommige Bijbelteksten en is dan ook een late ontwikkeling.

Lees verder “Monotheïsering”