Peter Pontiac, Kraut

Joop Pollmann werd in 1922 geboren in Leiden, aan de voet van de burcht, op de plaats waar de Oude en Nieuwe Rijn samenkomen. (Zeg maar boven café Annie’s Verjaardag.) Zijn vader verkocht katholieke religieuze artikelen en het is wellicht geen toeval dat de winkel die nu in het huis zit, de producten aanbiedt van Rituals. Joop moet een pienter knaapje zijn geweest met een romantische inborst, die als puber sympathie ontwikkelde voor het fascisme.

Deze fascinatie zal hebben samengehangen met enerzijds de uitstraling van dynamiek en anderzijds iets wat ik met enige aarzeling aanduid als “moreel appèl”. Het liberalisme, met zijn nadruk op de individuele vrijheid, was volgens velen ontaard tot cynisch egoïsme; door van mensen te vragen hun kleine belangetjes ondergeschikt te maken aan de grotere, leek het fascisme (net als het communisme) een mogelijkheid te zijn tot spiritueel herstel. Claus von Stauffenberg is een andere katholiek die hier wel iets in zag.

Von Stauffenberg stelde een daad nadat hij had onderkend dat de grotere belangen van het nationaalsocialisme niet deugden. Pollmann kwam niet tot dat inzicht. Hij sloot zich aan bij het Nationaal Front van Arnold Meijer en belandde als SS-oorlogscorrespondent aan het Oostfront, waar hij gewond raakte, en was later aanwezig in Normandië. Na de Bevrijding was hij tot 1948 in Duindorp geïnterneerd, waarna hij trouwde en zijn journalistieke carrière kon hernemen – eerst bij een streekkrantje uit Beverwijk en later bij de Libelle en Story. Mijn mentor Jaap Velt moet hem hebben gekend.

Pollmanns zoon Peter werd in 1951 geboren en werd een van Nederlands bekendste striptekenaars. Niet onder de besmette achternaam van zijn vader, maar onder het pseudoniem Peter Pontiac. Die publiceerde, zo’n twintig jaar nadat Joop in 1978 tijdens een vakantie op Curaçao spoorloos was verdwenen, Kraut, waarin hij de biografie van zijn vader schetste.

Pontiac schrijft een Brief an den Vater, waarin hij, net als Kafka, probeert de kloof tussen de twee mannen te benoemen. Daarom wil Pontiac zich zoveel mogelijk inleven in Pollmann, al bewaart hij afstand.

Ik wil niet jouw ‘apologeet’ zijn, voel me niet geroepen om met de mantel der liefde achter jouw schim aan te jagen; ik wil niet meer zijn dan een (voor zover mogelijk als zoon) objectief ‘jopologeet’, die, zonder na-oorlogse blik, de context van jouw jeugd probeert te doorgronden en daarbij (krampachtig?) helder wil blijven.

Uiteraard is het niet werkelijk mogelijk zo’n naoorlogse blik achterwege te laten, en dat realiseert Pontiac zich. Hij geeft ergens aan dat sommige opmerkingen die de jonge Pollmann maakte over de joden, weliswaar in hun vooroorlogse christelijke context moeten worden bezien, maar daarom nog wel buitengewoon verontrustend zijn. Wij weten wat er is gebeurd.

Kraut is een meesterwerk. Pontiac reflecteert voortdurend op wat hij aan het doen is en dat “werkt”: juist doordat hij zijn eigen rol benoemt en openlijk twijfelt, is hij overtuigend en (voor zover mogelijk als niet-tijdgenoot) objectief. Laurent Binet deed hetzelfde in HhhH, en daar werkt het niet omdat hij dingen beweert die hij achteraf terugneemt. Dat is gekunsteld, want je weet als lezer dat er een eindredactie is geweest en dat de tekst niet, zoals wordt gepretendeerd, aus einem Guss is gecomponeerd.

Het zojuist gegeven citaat toont hoe associatief Pontiac schrijft: hij onderbreekt zichzelf twee keer om een nuance aan te brengen. Elders typeert hij zijn vader als een interbellum-baby, en voegt dan meteen toe dat eigenlijk iedereen een interbellum-baby is, behalve dan natuurlijk degenen die tijdens een oorlog zijn geboren. Die associaties typeren ook zijn tekenstijl: als Pontiac vertelt dat een broer van zijn vader aan de linkerkant van het politieke spectrum belandde en bijvoorbeeld demonstreerde tegen de Amerikaanse aanwezigheid in Vietnam, zien we de Johnson Molenaar-demonstratie er meteen bij, hoewel die voor de biografie van Joop Pollman eigenlijk niet zo belangrijk is.

De tekeningen vertellen zo een heel eigen verhaal en bieden uitleg. Als het verhaal gaat over de gebeurtenissen tijdens en na de oorlog, kan een motief uit de katholieke traditie dienen als contrapunt. Deze illustratie is een voorbeeld (en is natuurlijk meteen herkenbaar als Peter Pontiac):

(klik=groot)
(Ik beschik hier niet over een scanapparaat, dus u zult het moeten doen met een foto van de tekening.)

Hoewel de tekst gaat over de verantwoordelijkheid van de vader, brengt de zoon in herinnering dat vergeving een christelijk idee is – zie het plaatje linksboven – maar ook problematisch. Het schedeltje is een leitmotiv in het verhaal: steeds weer zie je geraamtes, in verschillende functies, tot helemaal aan het einde het lichaam van Pontiacs vader wordt afgebeeld, liggend op de bodem van de zee. (Hoe zou het zijn je dode vader zo te tekenen?)

Een ander leitmotiv is de man die in de branding staat. Kraut begint ermee hoe Pollmann bij de Daaibooibaai op Curaçao de zee inwandelt: zo is hij voor het laatst gezien. (Of hij door een ongeluk of door zelfmoord om het leven kwam, is niet duidelijk.) Op de tekening hierboven keert het motief terug: heel klein, links, zie je hoe – staand in de branding – een man een ander wurgt: de ene voorzien van een jodenster en de ander van een hakenkruis. Was het zelfmoord omdat Pollmann was overweldigd door schuldgevoelens? Pontiac zegt niets, de tekening zegt alles.

Mijn zus heeft me eergisteren naar de Daaibooibaai gebracht. Ik wilde de locatie eens hebben gezien, zoals ik een paar weken geleden langs Pollmanns geboortehuis ben gewandeld. Het helpt je begrijpen hoe Pontiac tekent. Van de illustratie van het huizenblok waarin kleine Joop in 1922 werd geboren, kun je vaststellen dat Pontiac de symmetrie heeft verbeterd door een hoekhuis kleiner te tekenen dan het feitelijk is.

De Daaibooibaai
De Daaibooibaai

De Daaibooibaai bleek te bestaan uit een grote en een kleine inham, gescheiden door een pier. Ik neem aan dat het in 1978 niet anders is geweest. Pontiac tekent hoe zijn vader het water inloopt. Zou hij daarvoor de achterste baai hebben gebruikt, dan zou hij een te klein figuurtje hebben gekregen; zou hij de voorste hebben gebruikt, dan was het geen geïsoleerde persoon in een grote zee. Hij heeft het opgelost door de pier wat te verschuiven.

Pontiacs Daaibooibaai
Pontiacs Daaibooibaai

Kraut is, zoals ik al zei, een meesterwerk. Ik beveel het u van harte aan, maar kan u mijn exemplaar niet uitlenen. Dat laat ik achter in de appartementen die mijn familie op Curaçao verhuurt. Leuk voor toekomstige huurders. Pontiacs “biografiek” blijkt hier namelijk niet te koop, al kan het natuurlijk zijn dat het alleen maar uitverkocht was in de (uitstekende) plaatselijke boekhandel. Kraut had daar eigenlijk op stapels moeten liggen: in een land dat terecht trots is op zijn Van Leeuwen, Marugg en Arion, is de afwezigheid van Pontiac een gemiste kans.

4 gedachtes over “Peter Pontiac, Kraut

  1. Bij de naam Pollmann dwaalden mijn gedachten af. Hieronder een losse flard uit mijn aantekeningen van onderzoek ruim twaalf jaar geleden. Wellicht is dit aardig om te weten:

    Bevolkingsregister Leiden 1890-1923 (fiches op adres), Hoogstraat 4.
    Gezin Johan Eduard Reinke/Veeren met kinderen (inschrijving 01-01-1890 Hoogstraat).
    De latere bewoners Dierkes en Pollman komen ook uit Duitsland, respectievelijk uit Bevergern en Hannover. Pollman heeft decennia lang op de Hoogstraat gezeten. Er bestaat een krantenfoto van het pand, dat wegens het jubileum van hun zaak helemaal beschilderd was.

Reacties zijn gesloten.