Fake-citaat

Het bovenstaande plaatje kwam ik tegen op Twitter. Ik begrijp dat een rechter dit kaartje altijd in zijn portefeuille heeft. Dat het citaat fake is, ziet elke eerstejaarsstudent die het zout in de pap waard is. De Romeinen waren, een enkele uitzondering daargelaten, ontologisch en methodisch individualisten en konden weinig met het abstracte begrip “organisatie”. Een citaat met deze denkwijze zou hun even vreemd zijn geweest als een citaat over een stoommachine.

Mocht u het willen weten: het is in feite een citaat van  Charlton Ogburn Jr, die u misschien kent als een van degenen die meenden dat het oeuvre van Shakespeare is geschreven door Edward De Vere. U leest daar meer over het eigenlijke citaat, ik wil twee andere vragen stellen. De eerste is simpel: hoe is het in vredesnaam mogelijk dat de rechter die dit kaartje bij zich draagt, dit anachronisme niet heeft herkend? De andere vraag: wat heeft ooit iemand bewogen dit te verzinnen?

Er zitten twee tegenstrijdige attitudes in. De ene is respect voor de antieke auteurs, in dit geval Petronius. Degene die het fake-citaat maakte en de rechter die het elke dag bij zich heeft, kennen er gezag aan toe. Tegelijk is er een andere attitude, namelijk minachting: de vervalser en de rechter hebben evident Petronius niet gelezen en gebruiken de Romeinse schrijver als buikspreekpop voor hun eigen opvattingen. Terwijl je bijvoorbeeld de Oudheid kunt gebruiken om je eigen opvattingen over bijvoorbeeld religie of grenzen beter te doorgronden en te ontdekken dat je eigen waarheden onder vrij specifieke omstandigheden zijn bedacht, zie je daarvan af.

Dit is symbolisch voor een zelfvoldane samenleving die niet meer wil leren. Ik zie het ook in de erfgoedsector en de boekenbranche. Het verontrust me voldoende om er een stukje aan te wijden. Meestal probeer ik een stukje te eindigen met een kwinkslag of iets waarmee ik alles even relativeer, en doorgaans heb ik ook wel zo’n einde, maar vandaag even niet.

45 gedachtes over “Fake-citaat

      1. Ik ben het natuurlijk wel met je eens (dank overigens dat je mijn reactie hebt laten staan), maar ik erger mij zo ontzettend aan de ongein die deze mevrouw met haar aanstellerige voornaam in de NRC uitkraamt, dat ik heel even mijn goede manieren vergat.

        1. Dat ben ik wel met je eens. Die rubriek over de jeukwoorden lijkt geschreven door iemand die zich niet durft te zetten aan een echt onderwerp. De vrouwenemancipatie zal nog lang duren zolang vrouwen zich terugtrekken in dit soort nietszeggendheid.

          1. Dorthy Ariaens

            Nou nou, heren van het Mainzer clubje: jullie kunnen soms een aardig staaltje weggeven van gewichtigdoenerij. Net doen of je het werk van de mensen die jullie noemen allemaal gelezen hebt! Vandaag wordt er weer flink tegen elkaar op geboden. Ik, als vrouw, verwonder mij over dit hanengedoe.
            En deze laatste opmerking, Jona, is een beetje dom. Zodra jij je buiten je vakgebied begeeft sla je de plank wel eens mis. Nee, dan liever mannencolumns en -schrijfsels, die zijn allemaal briljant en daaraan kun je zien dat de heren echt uit-geëvolueerd zijn.

              1. mnb0

                Tja, als jij op soortgelijke wijze een hele groep (nl. vrouwen) aanpakt kun je daarover niet echt met rechte klagen.

              2. O wacht, ja, nu zie ik ‘m: even hierboven zie ik een opmerking over vrouwenemancipatie die zo is te lezen. Ik had misschien moeten verder gaan met wat ik eigenlijk had willen schrijven, dat Bouma een soort Frits Abrahams dreigt te zijn: iemand die zich richt op trivialiteiten terwijl hij/zij beter kan. Van Abrahams weet ik dat overigens zeker en Bouma moet zich eens storten op rechtbankverslagen of interviews.

              3. Dorthy Ariaens

                Jona,
                Over die ‘trivialiteiten’ (zie verderop hieronder) : mopperen op het openbaar vervoer of verhalen over het fietsen zijn zeker even triviaal als het signaleren van rare woorden die in onze taal sluipen, of als de vaak zeer geestige stukjes van Fr.Abrahams over huiselijke onderwerpen en dagelijkse gesprekjes. Was S.Carmiggelt niet behoorlijk literair met zijn Kronkels? Hoe vermakelijk waren de Kopstukken van Bomans wel niet? Geen hoogdravende wetenschap, triviale onderwerpen allemaal.
                Vind je alleen je eigen triviale stukjes te pruimen?
                Overigens: Ik denk dat Japke een vrouw is; Japke is een Friese naam. En dat wist je verdorie gezien je reactie over vrouwenemancipatie, ook al doe je hieronder (‘hij/zij’) alsof het je onbekend is.
                Vriendelijke groet.

              4. Je vergelijkt een journalist die wordt betaald door een krant en altijd trivialiteiten schrijft met iemand die een hobby heeft en nu eens serieus en dan weer niet is. Ik neem aan dat u herkent dat u appels en peren vergelijkt. Ik betaal veel geld voor die krant en wil gewoon dat het lichtvoetige zich beperkt tot de achterpagina.

                Wat betreft de laatste opmerking: ik kom er maandag op terug in MoM, want dit is een prachtvoorbeeld van het negeren van de onmiddellijke context.

  1. roepers

    Of dit: “Geef me de moed om te veranderen wat ik kan veranderen. Geef me de wijsheid om te accepteren wat ik niet kan veranderen. Geef me het inzicht om het verschil tussen beide te zien” – Franciscus van Assisi
    (https://www.inspirerendleven.nl/wijze-woorden-geef-me-moed-om-te-veranderen-wat-ik-kan-veranderen/)

    Helaas, dit is the Serenity Prayer en de meest vermoedelijk auteur is Reinhold Niebuhr: https://en.wikipedia.org/wiki/Serenity_Prayer

    Zo zijn er nog veel meer van dit soort dingen.

  2. Theo Joppe

    Ik vermoed dat dit vergane kaartje ooit een studentengrap is geweest — iemand die de ijverige maar wat oubollige jurist eens in het ootje wilde nemen. Petronius is immers de minst waarschijnlijke antieke schrijver die zoiets had kunnen schrijven; dat is vermoedelijk het grapje. In zijn soort is het eigenlijk wel aardig, en ik denk niet dat het ernstige schade heeft toegebracht aan de Nederlandse rechtspleging. Afgezien van de bedenkelijke bron pleit het voor deze rechter dat hij deze gedachte belangrijk genoeg vindt om altijd bij zich te dragen.

    Maar, Jona, ik denk niet dat de westerse beschaving hiermee nu echt op instorten staat (ondanks de Spengler-retorica van een enkele moderne politicus). Was het in de Oudheid anders? Welnee. Daar werden eeuwenlang auteurs en geschriften uit de duim gezogen of die werken bewust verkeerd toegeschreven, en niemand die daarmee zat. Daarmee vergeleken is het nu een stuk beter.

    1. Theo Joppe

      Een rechter ‘verkeert niet in het academisch milieu’: hij/zij heeft Rechten gestudeerd, en na vele vervolgopleidingen (en werkervaring) gesolliciteerd voor de functie als rechter. Weten biochemici iets over Griekse Kerkvaders? Weet ik als classicus iets over hogere wiskunde? Nee dus. Dat hoeft u niet te verontrusten — het is niet één enkele opleiding. En overigens, het is geen stupiditeit: hoeveel mensen hier weten überhaupt wie Petronius was en wat hij heeft geschreven?

      1. Dat weet ik niet helemaal. Goes’ punt snijdt wel degelijk hout: iemand met een wetenschappelijke opleiding, welke dan ook, behoort een zekere algemene ontwikkeling te hebben die hem in staat stelt al te evidente onzin te herkennen.

        Ons probleem is: we hebben de wetenschappelijke opleidingen te kort gemaakt.

        1. henktjong

          OOoooh! Dat hoeft helemaal niet, hoor, dat je als wetenschapper algemeen ontwikkeld bent. Ik ken ontzettende horken die geniaal in fysica of wiskunde zijn, maar die de ballen verstand hebben van literatuur, muziek of zelfs geschiedenis. Ik ken zelfs mensen van juridische huize die geen historische faux pas (wat ze niet als Frans herkennen) zien al wordt hun neus erin gewreven. En dan ken ik nog geeneens mensen die businesswetenschappen of erfgoedmarketing hebben gedaan. Ik vrees voor dat soort mensen het ergste.

  3. Knotwilg

    Ik had dit niet ontmaskerd. Behoort men zijn levensmotto te controleren op bronnen alvorens het bij zich te dragen?

    Heeft werkelijk niemand op dit forum zich ooit aan een lichtzinnig citaat bezondigd?

    1. “Heeft werkelijk niemand op dit forum zich ooit aan een lichtzinnig citaat bezondigd?”

      Ja hoor, vaak zat. Een paar door mij aan verkeerde personen gekoppelde citaten staan voor eeuwig op de elektrieke jachtvelden. Sommige historische figuren zijn een citatatenmagneet. Zoals Churchill. Voor je ze wilt gebruiken, altijd dubbelchecken of hij iets echt gezegd heeft.

  4. klaas hielkema

    Theo Joppe heeft m.i. helemaal gelijk. Opwinding om niets. En dat principiële gedoe er om heen. Puber gedrag. Gewoon een aardige en nuttige tekst, aardig en nuttig genoeg om hem bij je te hebben. Wie het ook geschreven heeft. Wat is daar mis mee.

    1. Het is inderdaad een trivialiteit, maar het gebeurt me veel en veel te vaak. Ons verlangen ons te verbeteren is weggevallen.

      Ik heb weleens eerder geschreven: kunnen we onze grootouders onder ogen komen? “Ja, jullie landden op de maan en banden de pokken uit. Wij zijn niet naar Mars gegaan en hebben de lepra laten bestaan. Maar we hebben wel een dingetje dat Facebook heet waarmee we elkaar foto’s kunnen sturen van ons avondeten!”

      1. Knotwilg

        Vandaag heeft de wereldbevolking instant toegang tot alle kennis.
        We garen energie uit wind en zon. We kunnen planten genetisch wijzigen en daarmee nog meer en beter voedsel maken. We hebben de helft minder verkeersdoden terwijl we met de helft meer zijn.

        1. “We hebben de helft minder verkeersdoden terwijl we met de helft meer zijn.”

          Zelfs minder dan de helft. Wel afhankelijk van op wiens conto het dodelijkste jaar staat. 1972 telde 3460 verkeersdoden.

        2. jan kroeze

          Helemaal eens wat betreft toegang tot kennis, maar het punt is dat velen daar gewoon niet in zijn geinteresseerd. Zij gebruiken een instrument als internet voor zaken die niet van doen hebben met kennis. En ik vermoed dat die groep groter is dan we misschien wel denken. Was dat met de tv ook al niet zo? De tv als instrument om kennis te delen enz.? En dat was in de jaren 40 en 50 vorige eeuw.

  5. mnb0

    Oh oh, we zijn met zijn allen weer lekker aan het genieten van een vals dilemma. Zoals hierboven opgemerkt zijn dit soort dingen schering en inslag.
    “Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen.” schijnt ongeveer honderd jaar na zijn dood in Voltaire’s mond te zijn gelegd door een bewonderaar.
    “Een gezonde geest in een gezond lichaam”, dat beruchte excuus van gymleraren om hun leerlingen af te beulen, schijnt in zijn context een bespotting van gladiatoren te zijn.
    “Als het volk geen brood heeft eten ze toch taartjes!” is hoogstwaarschijnlijk aan koningin Marie-Antoinette toegeschreven door iemand die haar niet zo aardig vond.
    De term “IJzeren Gordijn” is niet uitgevonden door Churchill – nota bene Joseph Goebbels gebruikte hem al eens.
    “Religie is opium voor het volk” is door Marx van Novalis overgenomen. Bovendien bedoelde Marx er niet mee wat men meestal denkt dat hij er mee bedoelde.
    En natuurlijk hebben we recentelijk dat prachtige citaat van die beroemde filosoof uit de Watergraafsmeer: “Elk nadeel hep se voordeel.” Niemand minder dan Van Hanegem zei al zoiets in een interview in 1970, zo leerde ik een paar dagen geleden.

    En toch, ondanks deze lijst van misstanden (die verre van compleet is) is de westerse beschaving, onder negeren van JL’s altijd amusante doemscenario, tot op heden niet ten onder gegaan. Als dat gebeurt heeft dat vermoedelijk niets van doen met verkeerd toegeschreven citaten.
    Desalniettemin wil ik JL aanmoedigen hiertegen tekeer te blijven gaan en wel om drie redenen.
    1. Het is vermakelijk;
    2. Iemand moet dit doen, want het blijft een misstand, hoe klein ook;
    3. Hij stelt mij in staat om weer wat vaker mijn favoriete rol aan te nemen, nl. die van betweter, in zijn ergerlijkste variant: de betweter die nog gelijk heeft ook.

    1. Ik zie dat doemscenario juist kristalhelder. Ik heb mijn vakgebied kapot zien gaan aan desinformatie, die mogelijk werd door de implosie van het onderwijs.

      Elke samenleving heeft experts nodig op allerlei gebied. Doordat de opleidingen te kort zijn, hebben de experts ons op velerlei terrein in de steek moeten laten: financieel, politiek, wetenschappelijk, artistiek. Als we nu alleen maar eens zouden erkennen dat we een probleem hebben, dan konden we het gaan oplossen. Maar het middelbaar onderwijs is machteloos en het hoger onderwijs zwelgt in de eigen veronderstelde excellentie.

  6. Dirk

    Ik heb zes jaar Latijn-Grieks in een prima college achter de kiezen (met 9 uur Latijn in het eerste jaar, wat nu als een onaanvaardbare marteling van jonge kindjes wordt aanzien, maar het hadden er voor mij meer mogen zijn), 4 jaar taal- en letterkunde aan de unief, 3 jaar opleiding onderwijzer, een boekenkast vol Rome en Griekenland en niet in het minst het dagelijkse lezen van deze blog. Ik wil daarmee zeggen dat ik geen specialist ben, maar denk toch een redelijke algemene vorming te hebben genoten. En toch herken ik daar niet onmiddellijk een fake citaat in. Soms denk ik dat je de lat wat hoog legt, Jona. Maar doe maar, want er zijn er al genoeg die ze erg laag leggen. Dat noemen we “eindtermen” in het lager onderwijs.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s