Gezicht op Palmyra

Restauratie van het “Gezicht op Palmyra” van Gerard Hofstede van Essen (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Gisbert Cuper was, behalve burgemeester van Deventer, een van die wonderlijke geleerden uit de zeventiende, achttiende eeuw: de te weinig bezongen voorgangers van de professionelere wetenschap die later zou ontstaan, liefhebbers van kennis, even rusteloos als creatief zoekend naar informatie, vol van de ideeën van de vroege Verlichting. Cupers specialisme was Palmyra, de in 1691 voor het eerst door westerse bezoekers aangedane woestijnstad in Syrië. Weliswaar heeft hij zelf Palmyra nooit bezocht, maar hij was voor die tijd buitengewoon goed geïnformeerd. Dat was eenvoudiger dan u misschien denkt, want er was aan het einde van de zeventiende eeuw een Nederlandse handelskolonie in Aleppo, die namens hem munten kocht en informatie doorspeelde, zoals een afschrift van het reisverslag van de Engelsman William Halifax, die in 1691 als eerste Europeaan Palmyra bereikte.

In Cupers huis hing sinds 1694 een ruim vier meter breed schilderij, dat in 1693 is vervaardigd door de verder nauwelijks bekende schilder Gerard Hofsted van Essen. Deze lijkt deel te hebben genomen aan de expeditie van Halifax. De schetsen die Hofsted maakte, zouden ook worden gebruikt voor de prent van Palmyra die Halifax in 1695 toevoegde aan zijn officiële publicatie. Op dat moment waren er dus twee afbeeldingen van Palmyra: het schilderij uit 1693 en de prent uit 1695, die beide teruggingen op schetsen die Hofsted in 1691 had gemaakt.

In 1698 publiceerde de Nederlandse kunstenaar/ontdekkingsreiziger Cornelis de Bruijn (c.1652-1727) het verslag van zijn eerste reis: Reizen van Cornelis de Bruyn door de vermaardste Deelen van Klein Asia. (Deze De Bruijn zou later de eerste professionele tekeningen maken in Persepolis, waar zijn handtekening nog steeds zichtbaar is op de Poort van Alle Volken.) De Bruijn was in 1682 in Aleppo geweest maar had zelf de reis naar Palmyra niet gemaakt: “vermits het’er al te gevaarlyk is wegens de Arabiërs, dorst ik de tocht niet onderneemen”, schrijft hij eerlijk.

Hij voegt echter, ten gerieve van zijn lezers, wel een vertaling toe van het reisverslag van Halifax én een prachtige afbeelding, die hij baseerde op de prent uit de officiële publicatie van 1695, zij het gecorrigeerd aan de hand van het schilderij in het huis van Cupers. Dit zegt veel over de nauwkeurigheid waarmee de toenmalige geleerden op hun beste momenten te werk konden gaan. Informatie was schaars en diende dus gecontroleerd en geverifieerd en gecontroleerd en geverifieerd te worden.

De Bruijns boek was een bestseller. In 1700 verscheen de Voyage au Levant van Corneille le Brun, twee jaar later gevolgd door Corneille Lebrun’s A Voyage to the Levant: or Travels in the Principal Parts of Asia Minor. (Omdat Engels in de twintigste eeuw de taal van de wetenschap werd, moest je tot de komst van het internet in bibliotheekcatalogi de boeken van De Bruijn opzoeken onder de Lebrun.) Via deze vertalingen werd Palmyra in heel Europa bekend.

Cuper overleed in 1716 en het schilderij kwam in de kunstcollectie van de Amsterdamse regent Gerard van Papenbroeck (1673-1743). Toen hij overleed, liet hij zijn oudheden na aan de Leidse universiteit, die ze plaatste in de Oranjerie, en zijn schilderijen aan het Athenaeum Illustre, de voorganger van de Amsterdamse universiteit. De Leidse deelcollectie vormt de kern van het bezit van het Rijksmuseum van Oudheden en het schilderij van Palmyra belandde in het Allard Pierson-museum, dat onderdeel is van de UvA.

Daar is het nog steeds. Of beter: daar is het opnieuw.

Museum De Waag in Deventer wijdde in 2016/2017 een leuke expositie aan Palmyra en Gisbert Cuper. Het schilderij was daar te zien, maar is inmiddels terug in Amsterdam en wordt momenteel in het Allard Pierson-museum gerestaureerd. Hierboven ziet u hoe dat in zijn werk gaat. In hetzelfde zaaltje ligt een heel bijzonder exemplaar van de Reizen van Cornelis de Bruyn door de vermaardste Deelen van Klein Asia: het is namelijk het eerste boek ter wereld dat is gedrukt in kleur. Er zijn slechts twee exemplaren over – misschien zijn er ook maar twee exemplaren geweest – en één daarvan is momenteel dus te zien.

Op zondag 31 maart en 7, 14, 21 en 28 april is er van 14:00 tot 15:00 een aan Palmyra gewijde rondleiding. Aanmelden is niet nodig; verzamelen bij de balie.

[Dit was de 317e aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier. En er was een vervolg.]

2 gedachtes over “Gezicht op Palmyra

  1. Nonnie WHG Ruiter

    Enige jaren geleden heb ik Palmyra bezocht. Voor mij een droom die werkelijkheid werd. Ik heb daar in mijn eentje rondgedwaald. Het was voor mij meer dan fantastisch. Zo verdrietig dat nu zoveel vernietigd is. De herinnering aan mijn prachtige reis door Syrië met als hoogtepunt Palmyra is mij enorm dierbaar. Ben dankbaar dat ik deze site heb kunnen bezoeken. Ik wilde jou ook bedanken voor al jouw interessante geweldige artikelen waar ik keer op keer van geniet. Wens je Shangrila Nonnie

  2. Rob Duijf

    Hallo Jona,

    Intetessante blog weer!

    ‘(…) schilderij, dat in 1693 *is* vervaardigd (…)’.

    Omdat het al zolang geleden gebeurde, kun je hier beter *werd *schrijven.

    Grtz, Robbie

Reacties zijn gesloten.