
Zoals u wellicht weet, proberen de Arabische oliestaten zich aan te passen aan een wereld waarin de petroleumdollars niet langer als vanzelf binnenstromen. Men investeert in groene technologieën, zet in op scholing, ontwikkelt filmstudio’s en haalt toeristen binnen. Saoedi-Arabië heeft het noordwesten, dat grenst aan Jordanië en de Rode Zee, aangewezen als ontwikkelingszone. Daar strekt de Al-‘Ula-oase zich uit over een lengte van ongeveer veertig kilometer. Althans, dat heb ik gelezen; ik ben nog nooit in Saoedi-Arabië geweest. In elk geval is het gebied weliswaar droog, maar zijn er flashfloods; wie dammen, qanats (ondergrondse waterleidingen) en cisternen bouwt, kan het water goed beheren en boomgaarden aanleggen. Denk aan palmbomen.
Dedan / Lihyan
Binnen de oase zijn diverse nederzettingen, die zich in de Vroege IJzertijd ontwikkelden tot het vroege koninkrijkje Dedan. De voornaamste nederzetting is geïdentificeerd bij Al-Khuraybah. Het is hetzelfde proces als waarmee in het noorden Edom, Moab, Ammon, Juda en Israël ontstonden. Hoewel onze informatie beperkt is, zijn diverse monumenten geïdentificeerd, zoals de tempel voor Dhu Ghaybah, de god van het water en de landbouw. De inscripties zijn geschreven in een alfabet en een taal die we Dedanitisch noemen. De Arabische taal arriveerde pas later.

Dedan raakte in de invloedssfeer van het Babylonische en later het Perzische Rijk, maar rond 500 v.Chr. waren er veranderingen. Daarna lezen we over Lihyan, dat dezelfde hoofdstad had en buiten de Perzische invloedssfeer bleef. Onze informatie is echter nog steeds fragmentarisch en oogt daardoor inconsistent: nu eens lijkt het alsof de veel verderop gelegen oase Tayma wel behoorde bij het koninkrijk Lihyan, dan weer is niet eens de gehele Al-’Ula-oase Lihyanitisch. En opnieuw zijn de heiligdommen het beste bekend, zoals de “high place of worship” voor Dhu Ghaybah op een plek die Umm Daraj heet, “de moeder van alle trappen”. Er zijn daar fascinerende standbeelden gevonden.

Inscripties
Er zijn uit deze periode honderden officiële inscripties en graffiti bekend; Wim Raven vertelde op deze blog al eens over de betekenis daarvan. De meeste zijn in het Dedanisch, maar er zijn er ook in het Aramees, in het Minaïsch (de taal van de Wierookroute) en het Thamudisch. Dat duidt op de internationale contacten, zoals we in een handelscentrum zouden verwachten. Ook de godenwereld was internationaal: er zijn inschriften voor de zuidelijke god Wadd, voor de Arabische godin al-‘Uzza (“de sterke”), voor de Syrische hemelgod Baäl-Šamem, voor de Edomitische god Qaws en voor een godheid genaamd Han-Aktab (“de schrijver”). Veel bezoekers lijken pelgrims te zijn geweest die voor Dhu Ghaybah een ritueel uitvoerden waarvan de gewassen profiteerden.

De Nabateeërs
Halverwege de eerste eeuw v.Chr. namen de Nabateeërs uit het 500 kilometer noordelijker gelegen Petra de oase van Al-‘Ula over. Het zwaartepunt verschoof nu naar het noordelijk deel van de oase, naar een nederzetting die destijds Hegra heette en tegenwoordig Mada’in Salih. De stad mag dan betrekkelijk laat belangrijk zijn geworden, ze was niettemin een oude bekende: de bewoners van het Arabische Schiereiland heten in een oud deel van de joodse Bijbel Hagar en ook in het Perzisch bestaat de naam Hgr.

Middenin de Nabatese stad verrees de trotse tempel van “de god van de hemel” en er zijn in de stad maar liefst vierennegentig monumentale rotsgraven geïdentificeerd, vergelijkbaar met die in Petra, en in hoogte variërend van drie tot tweeëntwintig meter. In tegenstelling tot de mausolea in Petra hebben die in Hegra vaak inscripties met de namen van de doden. De meeste zijn geschreven in het Nabatees, een handvol in het Aramees. Archeologen hebben ook gebedsruimtes en baetyls (heilige stenen) geïdentificeerd.

Omdat ik over de mogelijke aanwezigheid van joden in Hegra al eens eerder heb geblogd, laat ik dat onderwerp vandaag verder rusten.
Romeins Hegra
In 106 na Chr. annexeerde de Romeinse keizer Trajanus (reg. 98-117) het Nabatese koninkrijk. Al-‘Ula was voortaan onderdeel van de provincie Arabia. Er kwam een groot fort. Griekse en Latijnse graffiti documenteren de aanwezigheid van soldaten van het Derde Legioen Cyrenaica alsmede een eenheid dromedarisruiters, gerekruteerd onder de Libische Gaetuliërs. Zij lijken hier de Libische godheid Ammon te hebben vereerd.

Hegra raakte in deze tijd in verval. Een mogelijke verklaring is dat de wierook, die eeuwenlang met dromedarissen was vervoerd, voortaan op schepen werd meegenomen. De betrekkelijke armoede van de stad blijkt wel uit het feit dat archeologen de gebruikelijke Romeinse bouwwerken, zoals een monumentaal forum en een theater, niet hebben aangetroffen. Een graffito van een ambtenaar genaamd Amr, zoon van Hayyan, suggereert dat er weinig stimulans was om jezelf te presenteren als Romein.
Hoewel de militaire nederzetting nog in de derde eeuw na Chr. is herbouwd, lijkt ze in handen te zijn gekomen van een plaatselijk garnizoen. In elk geval is het fort rond 350 verlaten. De burgerlijke nederzetting was nog in de vijfde eeuw in gebruik, maar was op dat moment sterk verarmd.

Tot slot
Ik ben dus nooit in Saoedi-Arabië geweest, al zou ik Al-‘Ula graag eens bezoeken. De foto’s zijn me toegestuurd door Martijn Zaal, die er wel is geweest. Dank je wel Martijn! De museumstukken zijn geëxposeerd geweest in het Parijse Institut du monde arabe.
Zelfde tijdvak
Caesars diplomatieke zege bij Ilerdajuni 24, 2021
Echt of vals?mei 2, 2019
Pen versus penseeldecember 10, 2024

Fascinerend.
Dat is een van de leuke dingen van dit blog: je leest heel vaak over iets waar je nog nooit van gehoord had
Dit zijn inderdaad heel nieuwe dingen. Omdat Saoedi-Arabië tot voor kort voor toerisme is afgesloten, is er ook weinig over geweten.
Bij het aanvankelijk opengooien voor toerisme, had ik weinig zin, om die zandbak te zien, maar nu lijkt het wel interessant. (alhoewel het er waarschijnlijk nooit van zal komen).
Ik sluit me bij de heren hierboven aan. Dit was verrassend.
Heel interessant, zoals altijd als het gaat over de wereld aan de randen van de beschavingen die we beter kennen. Wel jammer dat er geen kaartje bij zit om te zien waar alles lag.
Google Earth Al-Ula geeft een idee van de ligging + omgeving.
Ik kende de namen Al-‘Ula en Mada’in Salih alleen als stations aan de voormalige Hedjaz-spoorlijn van Damascus naar Medina. Voorbij Al-‘Ula mochten niet-moslims niet komen, zelfs niet de Duitse ingenieur Heinrich Meissner die namens de sultan in Constantinopel de aanleg van de lijn leidde en bij hoge uitzondering was benoemd tot pasja. Naar verluidt was een van de gevolgen dat het laatste stuk tot Medina lang niet zo flashfloodbestendig werd aangelegd als de rest.
Interessant!
Ik las dat er nu al een directe verbinding is tussen Parijs (Charles de Gaulle) en Al-‘Ulah. Ik ben benieuwd hoe ze de toeristische attractiviteit van Al-‘Ula vorm zullen geven, willen ze het verlies aan petrodollars door het toerisme compenseren, want nu lijkt er nog niet zoveel te beleven als je naar de omgeving kijkt.
Verder vind ik het zoals al de anderen fascinerend!
Dat is zeker interessant, want ik kan me niet voorstellen dat dat een winstgevende lijn zou zijn, dus ik ben zeer benieuwd wie daar achter zit.
Khadaffi had ook ooit zijn eigen luchtvaartmaatschappij waarmee je bijvoorbeeld voor €300 van Nederland naar Zuid-Afrika kon vliegen. Via Libië uiteraard, dat was zijn manier om invloed te krijgen op het continent.
Ah ja, als toerist naar Saoedie-Arabië. Jezelf wijsmaken dat je bijdraagt aan echte verandering daar…🤔
(Noot: nooit bij stil gestaan dat je tot voor kort niet als toerist naar Saoedie-Arabië kon. Maar ik heb ook nooit over een reis daarnaartoe nagedacht. En ga dat ook niet doen.)