MoM | The Rise of Civilization (2)

(klik met rechter-muisknop = groot)

Als voorbeeld van de op neo-evolutionisme gebaseerde New Archaeology kan de overgang dienen van een egalitaire, agrarische maatschappij uit de Late Steentijd naar de eerste stadstaten. Anders gezegd: het immer fascinerende Chalcolithicum. Beide samenlevingstypen kunnen worden beschreven als structureel en functioneel samenhangend maar hoe kwam men van het ene type maatschappij naar het andere? Hoe veranderde het ene culturele systeem in het andere?

In de eerste helft van de twintigste eeuw zochten oudheidkundigen het in een keten van opeenvolgende oorzaken en gevolgen: een klimaatverandering had ertoe geleid dat men dijken en kanalen moest gaan aanleggen, dit had coördinatie verondersteld, daardoor was het centraal gezag versterkt, en dus waren paleizen en steden ontstaan. Onderzoekers als Braidwood waren er al van overtuigd geweest dat het zo niet kon zijn en de koolstofdateringen bevestigden in elk geval dat het geen revolutionaire ommekeer was geweest maar een geleidelijke evolutie. (Politiek buskruit, zoals ik al eens schreef.) De nieuwe archeologen conceptualiseerden het daarom als een geleidelijk proces, dat bestond uit allerlei wisselwerkingen, zoals blijkt uit het schema hierboven: de Nederlandse versie van een plaatje uit Redmans The Rise of Civilization.

De situatie links is een egalitaire boerensamenleving die begint met de ontginning van een riviervlakte, en alle pijlen geven bepaalde ontwikkelingen aan, die elkaar weer beïnvloeden en versterken (feedback). De eindsituatie rechts is een klassensamenleving met een administratieve elite. Een stad, met andere woorden. We zijn van het ene naar het andere samenlevingstype gegaan. Je kunt echter niet meteen één oorzaak aanwijzen; de systeemtheorie is veel subtieler en schept de mogelijkheid een verklaring te geven voor de verandering van een cultuur, zonder dat men daarbij hoeft terug te vallen op één oorzaak als klimaatverandering, migratie of diffusie. (Als dit allemaal vrij voor de hand liggend klinkt, is het omdat de systeemtheorie met de opkomst van de computer volledig ingeburgerd is geraakt.)

Kortom, er is sprake van een beschrijfbare dynamiek, die het overbodig maakt een eerste oorzaak te identificeren. Dat neemt niet weg dat de verleiding groot is toch een trigger aan te wijzen. Pessimisten kunnen geloven dat het systeem in beweging is gezet door bevolkingsgroei of oorlog, maar wie een wat minder somber mensbeeld heeft kan geloven in handel of ambachtelijk specialisme.

Wat ik goed vind in Redmans boek is dat hij voortdurend uitlegt hoe oudheidkundigen dit soort processen conceptualiseren. Het klassieke evolutionisme werd ingeruild voor neo-evolutionisme dat weer werd verbeterd door systeemtheorie. (Ik zal hierop terugkomen als ik over een tijdje ga bloggen over Rens Bods Een wereld vol patronen.) Ondertussen werden steeds nieuwe data toegevoegd, verworven dankzij nieuwe opgravingen en van een hogere kwaliteit dankzij de koolstofmethode.

Je kunt nog een stap verder gaan, door het relatieve belang is van de diverse verbanden en feedbackcirkels te kwantificeren. Anders gezegd: hoeveel joules gaan er per pijltje om? Daarbij moet je informatie halen uit andere samenlevingen. Etnografische vergelijkingen dus. De New Archaeologists wezen erop dat de kans op succes groter was wanneer de vergelijking niet bestond uit een enkelvoudige parallel met slechts één andere samenleving maar wanneer gebruik werd gemaakt van algemeen-menselijke patronen. (N>1 is nu eenmaal beter dan N=1.) Daarin hadden ze natuurlijk volkomen gelijk. De wetenschap die het dichtst bij de oudheidkunde stond was, zo meende men destijds, de culturele antropologie.

Daar zijn we later wat van teruggekomen – gebakken lucht uit de jaren negentig: “linguistic turn” – en er zijn bijstellingen geweest, maar het is nog altijd zinvol kennis te nemen van de New Archaeology. Er is niets mis met de ambitie het vak wetenschappelijker aan te pakken en te zoeken naar robuustere (N>1) methoden om je inzichten te onderbouwen. Als Winckelmanns Geschichte der Kunst des Altertums (1763) en Gibbons Decline and Fall of the Roman Empire (1776) permanent in druk blijven, boeken die de hedendaagse lezers nauwelijks werkelijk inzicht bieden, dan zou er toch ook eens een herdruk van Redmans The Rise of Civilization kunnen komen, waar je nog wél met vrucht kennis van kunt nemen. Tot er een herdruk is, koester ik de eerste druk die ik sinds vorige week bezit.

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

22 gedachtes over “MoM | The Rise of Civilization (2)

      1. eduard

        Welkom terug uit Armenië Jona. Ja, dat zeg je nu altijd wel, maar of ik het nu in Chrome doe of met een andere zoekmachine, dat met die rechtermuisknop werkt bij mij helaas ook nooit.

      2. eduard

        Ja Jona, dat zeg je nu wel, maar welke zoekmachine ik ook probeer, bij mij werkt die rechtermuisknop ook niet.

  1. Marcel Meijer Hof

    Beste Jona, de reeks MOM is voor mij een wat late bijspijkering van het collegeonderdeel methoden en technieken dat in de tachtiger jaren (vdve) op weinig aandacht kon rekenen bij staf en leiding van het Kunsthistorisch Instituut van, toen nog, de Kath. Universiteit Nijmegen – dit ondanks herhaalde verzoeken van de zijde van de studenten om een beter curriculum.

    Mijn dank, mijn dank, mijn grote dank !

    1. Ik denk dat de generatie die rond 1985 aankwam aan de universiteit, en blijkbaar behoor ook jij daartoe, zwaar gedupeerd is geweest: de letterenfaculteiten waren totaal niet klaar voor de twee-fasenstructuur, beloofden de studenten dat het wel zou meevallen en deden niets om het alsnog goed te maken.

      Wat ik zelf vaak heb gedacht is: als de universiteiten waar ik heb gestudeerd (VU en RUL) het fatsoen zouden hebben gehad een brief te schrijven aan pakweg de derdejaars om te zeggen “we hebben dit en dat beloofd, de ontwikkelingen zijn anders geweest dan voorzien, we gaan het niet waarmaken, dat spijt ons, maar dit is overmacht”, dan zou ik er vrede mee kunnen hebben. Ik hoef geen schadevergoeding of zo, maar mensen die andere mensen duperen, moeten daar niet omheen draaien, zeker als het – zoals in het beschreven geval – overmacht is geweest. Te doen alsof er niets aan de hand is, is gewoon niet chique.

    2. FrankB

      Oef, dat heb ik gemist in de jaren 1980. Voor mij was methodologie vanzelfsprekend, zij het niet de boeiendste cursus. Hoe men wetenschap kan bestuderen zonder na te denken over methodologie gaat mijn voorstellingsvermogen te boven.

      1. Dat is dus het probleem in de humaniora. De opleidingen zijn in de jaren tachtig gereduceerd tot vier jaar. De methodische vakken zijn toen opgeheven. Het excuus lag al klaar: de humaniora waren polyparadigmatisch, dus je hoefde niet alles te onderzoeken. Classici hoefden geen archeologie te doen en vice versa.

        De grote ironie is dat ze de humaniora nu “geesteswetenschappen” noemen, terwijl ze nu minder wetenschappelijk zijn dan vroeger.

  2. Marien

    “maar wie een wat minder somber mensbeeld heeft…”

    In die tussenzin schuilt denk ik een heel belangrijk aspect van wetenschappelijk onderzoek: de persoon van de onderzoeker. Wie je bent bepaalt wat je (niet) ziet, en omgekeerd. Maar hoe dan ook is en blijft het je vertrekpunt en het is belangrijk je daar rekenschap van te geven. De nieuwe archeologie is natuurlijk net zo tijd- en persoongebonden als de oude. Daar moet je dus rekening mee houden. Maar boeiend voor een archeologische leek om dit methodische verhaal te lezen!

  3. FrankB

    De gebruikelijke taalpuristen zijn stil vandaag.
    Taalpurisme vind ik stom.
    Dus ik zou tevreden moeten zijn.
    Maar soms doe ik zelf stom.
    Zoals vandaag.
    Vandaag heb ik zin de taalnationalist uit te hangen.
    Liever Nederlands dan Engels.
    Liever “terugkoppeling” dan het lelijke (erkend subjectief, is de uitdrukking alhier) feedback, alsjeblieft.
    Dankjewel.

  4. FrankB

    “dat weer werd verbeterd door systeemtheorie”
    De echte evolutietheorie (die van Origin of Species enz.) heeft uiteraard geen enkele moeite met terugkoppelingen. Homo Sapiens zet zijn/haar omgeving naar de hand, die omgeving zorgt voor selectie en Homo Sapiens evolueert voort. Nou ben ik bepaald geen deskundige op het gebied van de geschiedenis van de et. Toch zou het me niet verbazen als de et de eerste systeemtheorie was.

  5. huibree

    Ik wou alleen even graag zeggen dat ik, hoewel in de jaren-60 studerend, vandaag een aangename AHA-Erlebnis aangereikt kreeg via de MOM van de Mainzer Beobachter!

  6. Heel interessant stuk. Wat mij opvalt is dat oorlogvoering vrij laat opduikt in het schema. Heeft oorlog niet altijd een rol gespeeld vanaf het moment dat een beperkt areaal dat door verschillende in aantal toenemende bevolkingsgroepen met verschillende culturen, moest gedeeld worden? In sommige gebieden (zoals de vruchtbare halve maan in het Nabije Oosten)
    trad dit al verder op, dat hoef ik jou niet te vertellen.

    Wat ik mij ook afvraag is sinds wanneer in dit schema het besef in sommige culturen doordrong
    dat overbevolking voor iedereen nadelig was. Het gaat mij vooral om het besef, niet over de middelen die zij hadden om overbevolking te voorkomen. Na Malthus heeft het min of meer tot aan de club van Rome geduurd voordat het overbevolkingsprobleem tot de geesten doordrong.
    Toch is dit het grootste probleem op dit moment: 1,5 mijard in 1900, meer dan 7 miljard op dit moment. Dit schema beperkt zich wellicht tot de eerste stadsstaten?

    1. FrankB

      Goed punt. Gegeven de (biologische) evolutietheorie en het feit dat ook Pan Troglodytes oorlog voert verdient het beslist aandacht. Alleen, voor de transitie van jager-verzamelaar naar landbouwer optrad waren de culturen per definitie niet heel verschillend. En van allerlei bevolkingsgroepen (de Indianen van de huidige Verenigde Staten, de autochtone bevolking van Nieuw-Guinea – er zijn zelfs aanwijzingen dat die aardige Eskimo’s hebben bijgedragen aan de uitroeiing van de Scandinavische kolonies op Groenland) is bekend dat landbouw geen reden, aanleiding of oorzaak was om ten strijde te trekken.
      Dus of oorlogsvoering op de juiste plaats in het schema is geplaatst, geen flauw idee. Twee losse flodders: het schema is niet per se chronologisch. Voor zover het wel chronologisch is hoeft het geen volledige beschrijving te zijn; het is denkbaar dat oorlogen werden gevoerd zonder dat zij meteen invloed hadden op de betreffende transitie. De vraag blijft welke rol de favoriete hobby van de mensheid door de eeuwen heen in deze periode speelt en hoe deze zich verhield tot landbouw.

      “Dit schema beperkt zich wellicht tot de eerste stadsstaten?”
      Lijkt me wel. JL schreef iig “de overgang ….. van een egalitaire, agrarische maatschappij uit de Late Steentijd naar de eerste stadstaten” en niets over latere onwikkelingen.

  7. A. Harmens

    Het classificatieschema van samenlevingstypen, die toch ook weer door de systeemtheoretici gebruikt worden, oogt wel weer erg rigide. Elke nuance is hier weggeabstraheerd. Begrippen(paren) als egalitair-hiërarchisch of stedelijk-agrarisch zijn vaak relatief bij nadere beschouwing van een bepaalde samenleving in een bepaalde tijd. U verwijst naar een eerdere bijdrage van Josho Brouwers. Het is een beetje jammer dat de, mijns inziens, steekhoudende kritiekpunten van Brouwers, ook wat betreft het vergelijken van samenlevingen, niet wat meer bij dit verhaal zijn betrokken.

    1. FrankB

      Bij deze nodig ik u brandend van nieuwsgierigheid uit samen te vatten wat die punten van Brouwers zijn. Want de vraag naar de beperkingen van een model vind ik heel boeiend.

    2. Het stuk ging over wat Redmans boek is, niet over de vraag of het allemaal precies klopt. Dat is eigenlijk niet zo interessant meer want geen enkel boek is langer dan vijf, tien jaar de moeite waard.

      En ja, die samenlevingstypen waren precies zo bedoeld: typen. De discussie is daarna in feite te herleiden tot de vraag of het typen of ideaaltypen waren. Dat lag eigenlijk buiten het bereik van mijn stukje.

      1. Ben Spaans

        Dus ‘Alexander de Grote en de ondergang van het Perzische Rijk’ kan ook in de papierbak?🙄

        1. Frans

          Ja, dat zat ik ook te denken. Vooral omdat deze twee stukjes gaan over een boek uit 1978.😉

        2. Henk Smout

          Marga van Praag in het Jeugdjournaal bij het uiteenvallen van de Sovjet-Unie: “Alle atlassen kunnen nu bij het oud papier.”

Reacties zijn gesloten.