Latijn, Germaans en Keltisch

Grafsteen van Imerix (Archeologisch museum Zadar)

Een tijdje geleden kwam op deze plaats aan de orde welke talen er in de Lage Landen werden gesproken in de Romeinse tijd. Dat is een goede vraag: het antwoord is namelijk zo 1-2-3 niet te geven. Een eerste probleem is dat we betrekkelijk weinig gegevens hebben. De Romeinen en Grieken hebben weliswaar wat woorden overgeleverd in de plaatselijke talen, maar we weten niet goed hoe accuraat die zijn weergegeven. Als de Griekse of Latijnse weergave van de Perzische en Egyptische namen echter representatief is, is er weinig reden tot optimisme.

Daarnaast hebben we inscripties. Die hebben het voordeel dat ze in elk geval zijn gezien door de sprekers van de inheemse talen. Ze vermelden de namen van goden, zoals Nehalennia, Magusanus en de moedergodinnen die in het Latijn Matres, “moeders”, werden genoemd. Er waren Alaferhuïsche, Aufanische, Cartovallensische en Rumaneheïsche en Vatviaïsch-Nersihenische moeders. De Hamavehische en de Hiannanefatische moeders werden vereerd door de Chamaven en Cananefaten – en daarmee zien we al dat de zachte keelklank aan het begin een woord niet steeds hetzelfde werd gespeld.

Lees verder “Latijn, Germaans en Keltisch”

Oude talen, modern nationalisme

Deze stele uit Nevsha in Bulgarije documenteert de Indo-Europese migraties (Archeologisch Museum van Varna)

Alvorens verder te gaan met deze reeks over de eerste resultaten van het oudheidkundige DNA-onderzoek, eerst een herinnering aan mijn eerste jaar aan de universiteit. Het leek wel alsof de stof altijd ophield op het moment dat ze interessant werd. Ik heb mijn handboek oude geschiedenis, Een kennismaking met de oude wereld van de Blois en Van der Spek, er nog even op nageslagen, en daar stond het inderdaad weer: de auteurs gebruikten woorden als “Indo-Europees” en “Semitisch”

omdat het nu eenmaal gewoonte is volken in te delen en te benoemen op grond van hun taal. De Semitische talen vertonen onderling een sterke verwantschap en hetzelfde geldt voor de verschillende onderafdelingen van de Indo-Europese taalfamilie. … De termen Semitisch en Indo-Europees hebben weinig te maken met ras of natie.

En dat was dat. Terwijl “het is nu eenmaal zo” toch echt het moment is waarop een wetenschapper sceptisch wordt. De eerdere wetenschappers hebben immers een reden gehad volken in te delen op grond van hun taal. Dat kan een goede of een slechte reden zijn geweest, maar een wetenschapper wil weten of die klopt vóór hij dat overneemt. Wie “het is nu eenmaal zo” schrijft, hoort – ietwat gechargeerd gezegd – niet thuis aan een universiteit.

Lees verder “Oude talen, modern nationalisme”

Meer NWA: Oude talen

Gevelsteen uit Amsterdam, Vinkenstraat 161
Gevelsteen uit Amsterdam, Vinkenstraat 161

[Het leuke van de Nationale Wetenschapsagenda is dat het een soort zwaan-kleef-aan kan zijn: de een schrijft over iets, de ander werkt het verder uit. Mijn goede vriend Richard Kroes schrijft over antieke grammatica, waarover Suzanne Adema al eerder op deze blog een stukje schreef en waarover Marc van Oostendorp zijn mening al gaf op de Neerlandistiek-blog.]

Den koe slachtte de slager.

Mijn vader (hij was van 1926) vertelde me ooit dat op zijn lagere school (dat moet dus tussen 1932 en 1938 zijn geweest) door de leerlingen al hard gelachen kon worden om bovenstaande zin. Destijds had het Nederlands nog naamvallen en dankzij dat ‘den koe’ was volkomen duidelijk en ondubbelzinnig dat hier niet de slager het slachtoffer was, maar den koe.

Toch had het taalgevoel van de leerlingen inmiddels de overhand gekregen en dat was niet meer gebaseerd op gevoel voor naamvallen, maar voor de woordvolgorde. Als de koe de slager slacht, is er wat geks aan de hand en als de slager de koe slacht, gebeurt er iets wat een koe nu eenmaal kan overkomen.

Lees verder “Meer NWA: Oude talen”

NWA: Ingewikkelde oude talen

Manuscript van Caesars Gallische Oorlog (Biblioteca Nazionale, Napels)
Manuscript van Caesars Gallische Oorlog (Biblioteca Nazionale, Napels)

[In onze reeks rond de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) komt vandaag een vraag aan de orde over een onderwerp waar ik zelf te weinig van weet om er veel zinvols van te zeggen. Daarom geef ik het estafettestokje vandaag door aan Suzanne Adema, een classica die werkzaam is aan de VU en UvA. Dank je wel Suzanne!]

Hoe komt het dat de grammatica van oude talen, zoals Grieks en Latijn, ingewikkelder is dan die van moderne talen, zoals Nederlands en Engels?

En de toelichting:

Sinds de opkomst van de eerste beschavingen en de uitvinding van het schrift is de maatschappij steeds complexer geworden. Hierdoor is ook het belang van goede communicatie toegenomen. Hoe is het dan te verklaren dat de voornaamste vorm van communicatie, onze taal, steeds simpeler wordt? We gebruiken geen naamvallen meer, geen mannelijke of vrouwelijke woordvormen meer, nog maar weinig verschillende werkwoorduitgangen. Hoe komt dat?

Lees verder “NWA: Ingewikkelde oude talen”

NWA: Germanen of Kelten?

Nehalennia
Nehalennia: een zuiver Keltische naam

Ik blog deze dagen over de vragen uit de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) die betrekking hebben op de Oudheid. Antwoorden heb ik niet – het zijn immers vragen aan de wetenschap – maar ik kan wel iets toelichten. Vandaag:

In hoeverre is het juist dat de Germanen in de strijd tegen de Romeinen in onze vaderlandse geschiedenis een hoofdrol spelen?

In zijn toelichting wijst de vragensteller erop dat de autochtone bevolking die tegen de Romeinen streed, in feite “een mengbevolking” is geweest van “voor-Keltische landbouwbevolking, Kelten en Germanen”. Kortom, geen Germanen maar iets complexers dan dat.

Lees verder “NWA: Germanen of Kelten?”

De stylometrist gemeten

Een project als Stylene is vrij simpel belachelijk te maken. Je hoeft alleen maar de definitie te citeren die de Universiteit Antwerpen zelf geeft.

Doel van het project is de implementatie van een robuust, modulair stysteem [sic] voor stylometrie- en leesbaarheidsonderzoek op basis van bestaande technieken voor automatische tekstanalyse en zelflerende technieken, en de ontwikkeling van een web service [sic] die onderzoekers in de HSS toelaat teksten te analyseren met behulp van het systeem. Op die manier wil het project recente vooruitgang op het gebied van het computationeel modelleren van stijl en leesbaarheid beschikbaar maken voor onderzoek in de sociale en geesteswetenschappen.

Dat de onderzoekers met dit academisch holleklap hun werk onvoldoende recht doen, bleek toen ik met Stylene begon. Je voert een tekst in (hier), de computer toetst deze aan de hand van een aantal criteria en doet vervolgens uitspraken over de auteur.

Dit is belangrijk werk. Als de politie kan vaststellen of de auteur van een dreigbrief een man of een vrouw is, valt de helft van de verdachten af. Iets minder praktisch maar wel leuk: van de Historia Augusta kon, door het meten van stijlkenmerken, worden vastgesteld dat ze maar één auteur had – en niet het zestal dat er ogenschijnlijk verantwoordelijk voor is. Onlangs werd J.K. Rowling op deze wijze ontmaskerd als de schrijfster van een detectiveroman.

Ik heb voor de grap drie van mijn eigen blogstukjes (non-fictie) ingevoerd. In alle drie gevallen werd vastgesteld dat de tekst meer mannelijke dan vrouwelijke eigenschappen had. Zo gebruiken mannen vaker “jij” terwijl vrouwen vaker “ik” gebruiken; vrouwen gebruiken meer woorden die verwijzen naar zingeving, vrije tijd en thuis-zijn, terwijl mannen positievere emoties uitdrukken. Je kunt je tijdens het schrijven moeilijk anders voordoen dan je bent – al sluit ik niet uit dat je je erop kunt trainen – en dus is het niet zo vreemd dat mijn tekst als mannelijk werd geïdentificeerd.

Ook werd geprobeerd de tekst naar genre te duiden. Ze golden meer als non-fictie of als sprookje dan als poëzie, literatuur of wetgeving. Tot slot werd gemeten in welke mate mijn tekst leek op bekende schrijvers. Drie keer leek mijn proza op Jeroen Brouwers. Ik weet niet wat het betekent dat ik nog nooit iets van hem heb gelezen.

Ik heb vervolgens een stukje van mijn goede vriend Richard Kroes door de mangel gehaald: man (correct), schrijft poëtisch en literair (het was non-fictie) en vergelijkbaar met, opnieuw, Jeroen Brouwers. Een stukje non-fictie van een goede vriendin, Mieke Bleeker, werd herkend als geschreven door een man, als poëtisch of literair en als lijkend op, alwéér, Brouwers. Non-fictie van Sigrid van Roode werd geïdentificeerd als geschreven door een man die op alle assen hoog scoorde behalve non-fictie. Ook Sigrid schrijft als Brouwers.

Daarna besloot ik wat teksten in te voeren die behoorden tot de vijf genres. De Gedragscode voor de Journalistiek was mannelijker dan de voorgaande teksten en scoorde, zoals beoogd, als wetstekst hoog. En alweer: het lijkt het meest op Jeroen Brouwers.

Ik voerde de Indische Waterlelies in, het sprookje dat koningin Fabiola voor de Efteling heeft geschreven. Voor het eerst werd een vrouwelijk auteur correct geïdentificeerd; de tekst gold als poëzie, als literatuur en – inderdaad – als sprookje. Het gold niet als wet of non-fictie. Goed geïdentificeerd dus. Voor het eerst ook schreef iemand niet als Brouwers: de koningin schreef als Remco Campert.

Als literaire tekst voerde ik Bomans’ Brandweercommandant in. De schrijver was man noch vrouw – wat ik beschouw als een compliment aan Godfried Bomans – en het geschrevene werd correct geïdentificeerd als literatuur. De nieuwe Bomans heet overigens Marc De Bel.

Tijd om een  stuk non-fictie te toetsen: de laatste column van Marcel Hulspas. Macho-taalgebruik, hartstikke non-fictie en schrijvend als Remco Campert. Hulspas zal er geen bezwaar tegen hebben.

Dan een gedicht: iets van Roland Holst maar, want Vondel is te archaïsch. Roland Holst is tenminste een Erkende Dichter. Een man, zegt Stylene, maar de identificatie met poëzie wilde niet echt lukken. Als herkansing toetste ik De Dapperstraat van Bloem, maar hoewel het rijmde werd het niet herkend als poëzie. Wel als man schrijvend in de stijl van Tom Lanoye.

Tot slot besloot ik een stuk in te voeren van een van de schrijvers die dienen als stilistisch vergelijkingsmateriaal. Werd zo iemand herkend als zichzelf? Ik koos voor enkele mooie stukjes van Gerard Reve. Er werd vastgesteld dat hij een man was; zijn teksten werden beschouwd als sprookjes; ze scoorden niet hoog als literatuur. En ze waren geschreven door, opnieuw, Tom Lanoye. Onfortuinlijk.

Kortom: Stylene is een interessant programma dat in elk geval redelijk accuraat kan vaststellen of een auteur een man of een vrouw is, maar moeite heeft met poëzie en een nogal uitgesproken voorkeur heeft voor Tom Lanoye, Remco Campert en Jeroen Brouwers.

[Dit stukje is geschreven door een man, is non-fictie en lijkt alweer op Lanoye.]

Effectief goropiseren

Johannes Goropius Becanus (1519-1572) was een van die briljante geleerden uit de late Renaissance: hij was niet alleen arts, maar ook letterkundige en taalkundige. Een homo universalis in de beste zin van het woord. Helaas stond de taalkunde destijds nog in haar kinderschoenen, en dat heeft de reputatie van Goropius geen goed gedaan.

Ook grote geleerden hielden er destijds de wonderlijkste taalkundige ideeën op na. Zo opperde Hugo de Groot dat Amerika was gekoloniseerd vanuit een Germaans-sprekend gebied, aangezien veel Azteekse plaatsnamen uitgingen op /-lan/, wat zou zijn afgeleid van /-land/. Meer over De Groot hier.

Lees verder “Effectief goropiseren”