MoM | Patronen van misinformatie (2)

Nederlands historicus is niet verder gekomen dan de negentiende eeuw

Ik was begonnen met een overzicht van patronen in de misinformatie over de oude wereld. De eerste factor die ik wil noemen is het voorbestaan van verouderde ideeën.

De eeuwige negentiende eeuw

De negentiende eeuw is de tijd waarin de oudheidkunde een wetenschap werd en geïnstitutionaliseerd raakte. De toenmalige ideeën zijn nog steeds aanwezig.

Een voorbeeld is de structuur van het verleden. Pak de Wikipedia-pagina over de geschiedenis van het oude Egypte er maar bij en je ziet dat deze veelgelezen informatiebron deels is gestructureerd langs dynastieën (zoals de negentiende-eeuwse politiek werd gerund door de Romanovs, Habsburgers en Hohenzollern) en op hoofdlijnen is onderverdeeld in een Oud, een Midden- en Nieuw een Rijk. Het is gebruikelijk deze drie perioden, waarin Egypte imperialistisch was, te typeren als bloeiperioden en de tussentijden, waarin het bewind werd gedecentraliseerd, als perioden van verval: een idee uit de negentiende-eeuwse politiek, die eenheidsstaten wilde scheppen.

Het is niet alleen Egypte waar dit speelt. Zoals ik in het eerste stukje al opmerkte keren opvattingen over territoriale staten met afgebakende grenzen steeds terug in discussies over Romeins Nederland, net als opvattingen over stedelijke rechten. Denk voor dit laatste aan de wijze waarop Nijmegen zichzelf een tijdje geleden overschreeuwde. Of denk aan het idee dat oorlogen een begin en een einde hebben. Ik zou het voor de Perzische Oorlogen of Romes Germaanse Oorlogen niet voor mijn rekening nemen.

Gevaarlijker zijn de negentiende-eeuws sjabloons. De eeuwige negentiende-eeuwse angst was dat de eigen imperia ooit zouden verdwijnen. Men was gefascineerd door de ondergang van het Romeinse Rijk en menig reiziger in het Ottomaanse Rijk mijmerde in Palmyra of Baalbek de bijbehorende clichés bij elkaar over verdwijnende beschavingen. De negentiende-eeuwers konden zich zo’n ondergang niet anders voorstellen dan gewelddadig en waren geobsedeerd door de veronderstelde Germaanse machtsovername in het Romeinse Rijk. Edward Gibbon had in de achttiende eeuw al genuanceerdere opvattingen en Henri Pirenne bewees dat de Germanen feitelijk waren geassimileerd, maar het negentiende-eeuwse cliché van de Grote Volksverhuizingen is nooit verdwenen. Mark Rutte, nota bene geschoold historicus, zwatelde er bij herhaling over.

Een ander negentiende-eeuws sjabloon is op deze blog uit en te na besproken: de tegenstelling tussen het mystieke, religieuze, despotische oosten en het rationele, vrije en humanistische westen. Ik verwijs even naar dit blogstukje.

Wat ik maar zeggen wel: als we het hebben over het verre verleden duurt de negentiende eeuw eeuwig. En let wel: dit patroon hoeft niet te bestaan. Andere toenmalige opvattingen over het verleden, zoals ideeën over primitieve neanderthalers, zijn immers gewoon verdwenen.

Aandachttrekkerij zonder vervolg

Een substantieel deel van wat archeologen over de Oudheid naar buiten brengen, valt te typeren als aandachttrekkerij. Je roept iets – “het Romeinse badhuis in Heerlen is het oudste gebouw van Nederland” – en krijgt de media naar je toe. Ik laat even rusten dat deze bewering alleen waar was in een heel specifieke betekenis, en concentreer me op een ander aspect: het ontbreken van verdieping.

Het is totaal irrelevant wat het oudste gebouw van Nederland is. We subsidiëren de culturele sector en we betalen voor archeologie omdat we er verstandiger van willen worden, niet om triviale feitjes. Archeologen vertellen het grotere verhaal echter niet. U zult in het Thermenmuseum in Heerlen (overigens een van mijn favoriete plekken in Romeins Nederland) vergeefs zoeken naar uitleg van archeologische methoden, van de antropologische modellen die de interactie beschrijven tussen een inheemse en overheersende bevolkingsgroep of van de manier waarop kennis van Romeins Nederland ons helpt ons eigen denken beter te begrijpen.

Archeologen schreeuwen om aandacht maar bieden niets waartoe die aandacht nodig zou zijn. Met als gevolg dat mensen afhaken. Zelfs de kans voor open doel, geboden toen Halbe Zijlstra uitriep niet te weten wat hij aanmoest met musea vol opgegraven potten en pannen, wisten de archeologen te missen. Men zweeg, in plaats van simpele uitleg te geven. Archeologie is aandachttrekkerij zonder verdieping. Terwijl er allerlei soorten verdieping bestaan – historiografisch, methodologisch, vergelijkend tussen toen en nu – dus moeilijk hoeft het niet te wezen.

En let wel: dit patroon hoeft niet te bestaan. Mijn leermeester W.A. van Es had het over een “discussion with the past”. Hoewel het leuk is als je weet over pakweg een derde-eeuwse boerderij in Wijster of de haven van Dorestat, is kenniswinst niet het enige doel van de archeologie. Het gaat – zoals gezegd – tevens om het doorgronden van je eigen denken. En de archeologie schiet op dat punt tekort.

[Wordt vervolgd]

20 gedachtes over “MoM | Patronen van misinformatie (2)

  1. FrankB

    “Of denk aan het idee dat oorlogen een begin en een einde hebben.”
    Begin kan ik me nog wel voorstellen – een oorlog wordt meestal geacht te beginnen met één regering die grondgebied geclaimd door een andere aanvalt. Ik weet eigenlijk niet goed hoe dat in de Oudheid anders zou zijn geweest.
    Alleen zijn de eindes die aan de grootste oorlogen van de 20e eeuw worden toegeschreven zo rommelig dat het begrip einde nauwelijks nog betekenis heeft. Merkwaardig genoeg komt daar wel enige aandacht voor igv WO-2 – de slachtoffers van de schietpartij op de Dam op 7 mei 1945 hadden niet zoveel aan Bevrijdingsdag.

    1. De Perzische Oorlogen hebben geen begin: Xerxes erfde het conflict van Darius, die het van zijn voorgangers had. Pogingen het vragen van “aarde en water” als ultimatum te lezen, miskennen hoe dit in Perzië lag. Een einde is er evenmin.

      1. FrankB

        Tja, ook Darius liet zijn eerste soldaat voet op Griekse bodem zetten en dat kun je als begin van de Tigste Perzisch-Griekse Oorlog beschouwen. Er zijn wel meer oorlogen zonder ultimatum begonnen; sommige kenden een ultimatum nadat de oorlog al begonnen was. Dus dat is niet zo sterk.
        Het is allemaal een kwestie van afbakening. In totaal waren er een stuk of zeven Frans-Engelse oorlogen na de Franse Revolutie. Die kun je allemaal bij elkaar nemen; als je zin hebt zelfs vanaf 1688 CE, toen onze eigenste Willem III als koning van Engeland een oorlog begon tegen collega Lodewijk XIV. Je kunt ze ook allemaal apart nemen, net hoe het methodologisch uitkomt.

  2. Arjan Vink

    Altijd leuk deze reflecties te lezen opdat we denken, nadenken, overdenken, doordenken en omdenken.

    Tegelijk twee kleine typfoutjes, waar je ook over kunt filosoferen: “alt perioden van verval” (: teveel op het toetsenbord gekeken?) en “aan de wijze waarop Nijmegen zichzelf een tijdje geleden overschreeuwen” (:welke wijzen of geleerde heren schreeuwen over?).

  3. Martin

    “De eeuwige negentiende-eeuwse angst was dat de eigen imperia ooit zouden verdwijnen”

    Dat is niet zo vreemd. Ideeën hebben invloed, dus was er een sterke neiging om de geschiedenis nationalistisch te interpreteren en te mythologiseren. Dat heeft ook in de 20e eeuw tot zeer grote gevolgen geleid; nazisme, Russische revolutie, etc. Hetzelfde zie je nu in het M-Oosten: het is de schuld van het Westen en van kolonialisme dat het daar niet zo goed werkt. En als bepaalde groepen, bv in de USA, het niet zo goed doen dan komt dat door discriminatie, etc. Geschiedschrijving is dus een politiek wapen. Daarom is geschiedenis die niet relevant is voor de politiek niet zo interessant. Dat bedoelde Zijlstra natuurlijk, een beetje provocerend. Dat zie je ook aan identity politics: elke groep heeft recht op representatie in de geschiedenisboeken, en zo voort. Dat zien we ook op dit moment: wat zien wij op schilderijen, de Witte de Withstraat in Rotterdam moet een andere naam krijgen, het beeld van Jan Pieterszoon Coen moet weg, etc.

    1. Ik denk dat Zijlstra, die inderdaad wilde provoceren, vooral dacht aan pegels en poen. Hij wilde kunst en cultuur die iets opleverde – het Rijksmuseum, het Concertgebouworkest. Het blijft overigens jammer dat het KCO niet is overgenomen door Joop v/d Ende. Dat zou voldoende ruimte in de OCW-begroting hebben opgeleverd om minder te hoeven bezuinigen op schoolconcerten en muziekscholen.

      1. …Wat ik maar zeggen wel: als we het hebben over het verre verleden duurt de negentiende eeuw eeuwig. En let wel: dit patroon hoeft niet te bestaan. Andere toenmalige opvattingen over het verleden, zoals ideeën over primitieve neanderthalers, zijn immers gewoon verdwenen…

        Jona, jij komt vaak terug op de 19de eeuw en dan niet in de gunstige zin. De opvattingen van de 19de eeuw zouden te lang stand houden (zelfs eeuwig!). Maar dat is toch met alle eeuwen zo. In de Renaissance werd op een overdreven manier met de Oudheid opgeschept, tijdens de Verlichting kwam de ratio en werd de opruiming door de filosofen van het Ancien Régime voorbereid.
        In de 19de eeuw werd er zeer grote vooruitgang geboekt op allerlei terreinen van het menselijk kunnen en kennen en ving het vooruitgangsdenken aan (iets waarvan ik las dat het in de Oudheid en ME nog niet aanwezig was). We zouden toch ook de goede dingen uit de 19e eeuw kunnen bewaren en de verkeerde vergeten! Ik kan me wel voorstellen dat, als een vakgenoot van jou, opvattingen uit de 19de eeuw als gestolde kennis beschouwt en geen kennis neemt van voortschrijdend inzicht, dit bij jou tot ergernis leidt. Zijn er dan ook geen opvattingen uit voorgaande eeuwen over de Oudheid die verkeerd zijn blijven doorwerken in de Oudheidkunde?

        …Gevaarlijker zijn de negentiende-eeuws sjabloons. De eeuwige negentiende-eeuwse angst was dat de eigen imperia ooit zouden verdwijnen…

        Die angst was toch niet zó irrationeel bij de grote imperia: kijk maar naar de ondergang van het het tsarisme in Rusland, het verval en de ondergang na WO I van het Ottomaanse Rijk met de bekende gevolgen voor het Nabije Oosten (bij het geheime Sykes-Picot verdrag van 1917 werden de te verwachten restanten van het Ottomaanse Rijk al op voorhand verdeeld tussen Frankrijk en Engeland), na WO I was het afgelopen met Pruisen (het Tweede Rijk). Ook de Oostenrijks-Hongaarse monarchie (1867-1918) verdween na slechts 51 jaar. En bovendien was er nogal wat opkomend nationalisme. Het was de eeuw van de staatsvorming met de bijbehorende mythes om het nationaal gevoel te versterken. Dit weet je natuurlijk even goed als ik, maar het is voor mij wel enigszins raadselachtig waarom voor jou de 19de eeuw zoveel anders is dan de andere eeuwen. Er zijn in de twintigste eeuw en in de nog jonge 21e eeuw ook imperia ontstaan die bevreesd zijn voor hun ondergang, waarbij de vijand zowel van buitenaf kan komen (militair of economisch) of van binnenaf (godsdienstige onderdrukking, schending van de mensenrechten, etc. wat dan kan ook weer tot gevaarlijke toestanden kan leiden).

  4. Jeroen

    Dit blog is de enige plek waar ik nog wel eens geconfronteerd word met die uitspraak van Zijlstra; daarbuiten is die van nul impact geweest en marginaal.

    1. Ik denk het wel. Denk aan de bizarre uitspraken van Bas Haring over het RMO. Denk aan de Cuijkse affaire. Er is steeds meer kritiek en zolang archeologen zich alleen verdedigen met “bescherming van het bodemarchief is de wet” winnen ze geen draagvlak terug.

      1. Frans

        De uitspraak van Zijlstra is misschien vergeten, maar die mentaliteit is er nog. Je ziet het in Brabant, waar het nieuwe provinciebestuur, met FvD erin, het budget voor cultuur vervangt door “vrije tijd”. Gek dat de partijen die zich het drukst maken over de (al dan niet vermeende) teloorgang van de Nederlandse cultuur ook de partijen zijn die er het minste geld voor over hebben.

    2. “Mensen haken af” is een be(z)wering die je om de haverklap maakt, maar over welke mensen héb je het dan? Om te beginnen is (helaas) lang niet iedereen in historie geïnteresseerd. En voor het overgrote deel dat dat wél is, volstaan de feiten in de krant. Wat rest is een kleine groep (semi)professionals, die vaak elk hun eigen opvattingen erop nahouden; zo geef ik (ook opgeleid als historicus) nauwelijks iets om dat hele limes-gedoe- voor mij is dat letterlijk gerommel in de marge. En trouwens, dat afgeven op 19e eeuwse denkbeelden is leuk en aardig, maar bv jouw eigen opvattingen mbt “grote mannen-geschiedenis” (dat niet grote leiders de loop van gebeurtenissen bepalen maar eerder omgekeerd) is net zo goed een 19e eeuws idee; je kunt het nl al aantreffen in Vojna i mir (Oorlog en vrede), dat geinige boekje over hoe één vrouw meer mannen kan vernietigen dan de legers van Napoleon…

      1. Ik heb eigenlijk elke week wel een of twee keer te maken met mensen die, nadat een of andere wetenschapper weer eens iets heeft gezegd dat niet waar is, vragen stellen over de oude wereld en dan al hebben geconcludeerd dat als dit wetenschap is of als dat een wetenschapper is, er geen reden is het vak nog serieus te nemen.

        Voor het goede begrip: meestal heeft die wetenschapper gelijk maar de kritiek is niet altijd onterecht.

      2. Je zou eens moeten weten hoe moeilijk het is voor musea om te vechten tegen de beeldvorming dat Romeinen staan voor gladiatoren en braspartijen. Het publiek loopt weg.

  5. Peter Verhaak

    “zoals de negentiende-eeuwse politiek werd gerund door de Romanovs, Habsburgers en Hohenzollern”
    Werd die 19e-eeuwse politiek niet meer gerund door Metternichs, Bismarcks en Disraelis?

    1. FrankB

      Hangt er vanaf over welke Romanov, Habsburger en Hohenzollern we het hebben. En Vicky van Engeland was ook wel iets meer dan een ceremonieel vorst.

  6. Ik denk dat je wel voor moet gaan waken om de negentiende eeuw niet in dezelfde clichés te gaan schetsen waartegen je zo ten strijde trekt. Niet alle staten waren natiestaten (hetgeen soms ook wat strijdig zou zijn met de imperiale gedachte), niet iedereen was bang dat zijn eigen imperium ging verdwijnen (eerder wellicht nog was vrijwel iedereen ervan overtuigd dat zijn eigen imperium niet eeuwig zou zijn, een enkele 20e-eeuwse Duitse kanselier van Oostenrijkse afkomst uitgezonderd) en niet alle ideeën over de oudheid die in die periode ontwikkeld werden zijn onzinnig. Uiteraard hoef ik je er niet aan te herinneren dat het beginnen en beëindigen van oorlogen in de oudheid vaak met allerlei rituelen omkleed was, en dat anderzijds in de 19e eeuw ook niet alle oorlogen werden voorafgegaan door een formele oorlogsverklaring en afgesloten met een formeel vredesverdrag (zoals bijvoorbeeld onze eigen Atjehoorlog). En periodisering is per definitie subjectief en dient slechts om te structureren; en kan dan best een heel handig hulpmiddel zijn om in dialoog te gaan met het verleden.

    1. A. Gaastra

      Daar sluit ik mij bij aan. Hier kan aan toegevoegd worden dat er ook niet één negentiende-eeuwse visie op het verleden was. Om een voorbeeld te geven, bij een Duits instituut als de Monumenta Germaniae Historica vlogen de negentiende-eeuwse geleerden elkaar letterlijk in de haren als het bij rechtsgeschiedenis om zaken als territorialiteit en personaliteitsbeginsel ging.

    2. Dat enkele ideeën uit de negentiende eeuw komen, wil niet zeggen dat er niet meer ideeën zijn geweest. Jona beweert dat ook niet.

      Marita Mathijsen beschrijft het uitgebreid in ‘Historiezucht. De obsessie met het verleden in de negentiende eeuw’ (Vantilt, Nijmegen, 2013).

Reacties zijn gesloten.