Zware cavalerie

Zwaar bepantserde Romeinse ruiter (Reliëf uit Adamclisi; afgietsel in het Limes Museum, Aalen)

In zijn prachtige catalogus van troepen die met de Perzische koning Xerxes naar Europa kwamen, beschrijft Herodotos allereerst de Perzen zelf.

Zij droegen de volgende uitrusting: een tiara of vilthoed met slappe rand, een geborduurd hemd met lange mouwen, daaronder een maliënkolder die eruitzag als visschubben, en ten slotte een pofbroek. Een metalen schild hadden ze niet, wel een beukelaar van gevlochten takken. Aan de binnenkant daarvan hing de pijlkoker. Verder waren ze voorzien van korte speren, formidabele bogen met rieten pijlen en ook nog dolken die aan de koppel naast de rechterheup waren bevestigd. (Historiën 7.61; vert. Hein van Dolen).

Dit type maliënkolder, bestaand uit allerlei kleine plaatjes, kennen we uit Centraal-Azië. Het was lichter flexibeler dan een plaatharnas en maakte het mogelijk grotere delen van het lichaam te bedekken. Droeg een ruiter zo’n schubbenpantser, dan had hij wel een sterk paard nodig, een Nesaïsche hengst zoals de Grieken het noemden, maar als dat edele dier écht sterk was, kon het ook zelf een maliënkolder krijgen.

Normaalgesproken waren de zogeheten katafrakten en clibanarii – het verschil is dat het paard niet of wel een pantser had – bewapend met een lans en stormden ze frontaal op hun tegenstanders af. Ze waren dankzij hun pantser immers onkwetsbaar, tenzij de uit het zadel werden gelicht. De introductie van de stijgbeugel in de Late Oudheid maakte dit echter nog moeilijker.

Ook de Parthen, ooit afkomstig uit Centraal-Azië, hadden zulke zware cavalerie. Deze ruiters speelden een belangrijke rol in de slag bij Carrhae waarover ik gisteren blogde. De Romeinen begrepen hoe belangrijk zulke ruiterij was en huurden zelf Sarmaten in: ook afkomstig uit Centraal-Azië maar naar het westen getrokken. Nog in de Late Oudheid zette Julianus de Afvallige ze in tegen de Alamannen.

De afbeelding hierboven is een afgietsel van een reliëf uit Adamclisi, waar keizer Trajanus een overwinningsmonument oprichtte om te herdenken dat hij de Daciërs had verslagen. De man draagt een pantserhemd dat vermoedelijk niet bestaat uit lamellen maar uit ringetjes, maar de strijdwijze is hetzelfde. In het heetst van de strijd zal hij ook wel een helm hebben opgehad.

[Dit was het 365e voorwerp in mijn reeks museumstukken. En nu ik het toch heb over Xerxes: mijn boek over zijn Griekse campagne is nog steeds te koop.]

Naschrift

Lees even de commentaren hieronder, leuke verbeteringen op wat ik hierboven schrijf.

27 gedachtes over “Zware cavalerie

  1. Robert

    “Dit type maliënkolder, bestaand uit allerlei kleine plaatjes”
    Wordt dat woord echt gebruikt? Dat heeft de vertaler of de auteur geen idee van lichaamsbepantsering? Zo’n ding plaatjespantser noemen we in goed Nederlands een schobbejak. Schubbenpantser mag ook. Maar een maliënkolder bestaat uit maliën, kleine metalen ringetjes, en dat is totaal iets anders.

    1. … Zo’n ding plaatjespantser noemen we in goed Nederlands een schobbejak…
      Robert, mag ik je bron weten? In De dikke Van Dale noch ergens op Google vind ik schobbejak in deze betekenis.,

          1. eduard

            In de Nederlandse versie van de Glossarium Armorum staat geloof ik scubbenpantser, maar ik ben mijn exemplaar kwijt (opgesteld dor J.P. Puype, vrml hoofdconservator Armamentarium, en een Vlaamse en een Nederlandse neerlandicus)

            1. eduard

              Gevonden: Glossarium Armorum, Nederlandse uitgave, Defensieve wapens, Brussel-Delft 1996, Afb. 49.2 schubpantser. Afb. 49.4 laat het pantser zien waar het vaak mee wordt verward, het lamellenpantser. Het schubpantser verscheen met de introductie van de lichte, gespaakte en door paarden getrokken strijdwagen in de 2de helft van het tweede millennium v.Chr. Het lamellenpantser ontstond op meerdere plaatsen tegelijk, in het Midden Oosten al zeer snel na het schubpantser, in China in het begin van het eerste millennium, en mogelijk apart in Zuid Siberië in de 8ste eeuw v.Chr. Simpel gezegd, schubpantser bestaat uit plaatjes die opgehangen zijn aan een dragende onderlaag van bijvoorbeeld leer of textiel, lamellenpantser bestaat uit plaatjes die onderling aan elkaar zijn bevestigd, een eventuele onderlaag heeft dus niet langer een constructieve functie.

  2. Robert

    “De man draagt een pantserhemd dat vermoedelijk niet bestaat uit lamellen maar uit ringetjes, maar de strijdwijze is hetzelfde.”

    Niet echt – je laat nu net een ruiter zien die gewoon een maliënkolder aan heeft, net zoals elke Romeinse cavalerist – helemaal geen zware cavalerie dus.
    Had jij niet ergens in Afrika een grafsteen van zo’n cataphract uit onze streken gezien? Misschien vergis ik mij.

    Lamellen zijn weer een heel ander pantser trouwens, en zo’n pantser van aan elkaar genaaide platen zien we pas in de zesde eeuw opduiken.

    1. FrankB

      Foei, Robert, als je er zoveel over afweet had je er een gaststukje over moeten schrijven in deze crisistijd. Ik zou het met plezier hebben gelezen!

  3. Martijn N.

    Gezien het feit dat de afgebeelde ruiter ook een groot schild draagt is het waarschijnlijk een catafrakt noch een clibanarius; die hadden geen schild nodig. Het lijkt ook te gaan om een min of meer zeshoekig schild, dat vaak wordt geassocieerd met “gewone” auxiliarii. Omdat deze ruiter zo te zien slechts een maliënkolder draagt (Ik zie tenminste geen aanwijzingen voor beenkappen of armstukken en het ontbreken van een helm zegt ook mogelijk wel iets) zou het evenzeer om een lichte ruiter kunnen gaan. Kortom, er is eigenlijk niets dat erop zou wijzen dat het hier niet om een Romeinse “ standaardcavalerist” gaat, lijkt mij.

    1. Rudmer Koopal

      Even terug naar de essentie van gisteren. ‘De Parthen wonnen dankzij de cavalerie’. Wat ik begrepen heb is dat, nadat de Romeinen zich in schildpad formatie hadden opgesteld, er een patstelling ontstond. De Parthen gingen het directe gevecht niet aan en de Romeinen waren bijna niet vooruit te branden door de regen aan pijlen die door infanterie-boogschutters van de Parthen werd afgevuurd. Deze hield niet op omdat er telkens nieuwe voorraden pijlen werden aangeleverd door (daar zijn ze weer) kamelen. De Romeinen gingen toen in de fout door zich in schildpad formatie langzaam terug te trekken. De Parthische boogschutters- cavalarie teisterden de Romeinen zo dat er toch wat gaten vielen. Vervolgens deelden de Romeinen zich op. De katafrakten beukten vervolgens door de formatie heen en in combinatie met een pijlenregen werden de legioenen afgemaakt. Overigens was de Romeinse cavalerie, bestaande uit Galliërs, al gesneuveld toen ze bij de aftocht een uitval deden om de Parthen tot een direct gevecht te dwingen werden in de val gelokt, omsingeld en vernietigd.
      Was de Romeinse cavalarie doorslaggevend? Ik denk minstens zo belangrijk de boog(schutters) .
      De katafrakten waren overigens niet zo onoverwinnelijk. De Romeinen gebruikten slingeraars in een volgend gevecht die weliswaar de katafrakten niet doden, maar wel uit het zadel gooiden met een hersenschudding of ander lichamelijk letsel.

      1. Robert

        “De katafrakten waren overigens niet zo onoverwinnelijk. De Romeinen gebruikten slingeraars in een volgend gevecht”

        Mee eens. Dit soort cavalerie was ook helemaal niet ontwikkeld om tegen infanterie te vechten, maar om partij te bieden tegen bereden boogschutters – we zien de eersten dan ook in Centraal-Azië.
        De Romeinen ontwikkelen (natuurlijk) tactieken tegen cataphracten, slingeraars inderdaad maar we zien ook eenheden als ‘Palestijnse knuppellaars’, die met succes Perzische cataphracten met hun knotsen wisten te neutraliseren.

      1. FrankB

        En dit is waarom wetenschappers verplicht zouden moeten worden minstens twee keer per jaar een blogstuk te schrijven. Met alle nadelen kan internet ook een instrument zijn om hyperspecialisatie tegen te gaan.

  4. Rudmer Koopal

    Ik denk dat het noemen van inzetten Sarmatische kathafrakten door Julianus de Afvallige niet echt een gelukkig voorbeeld is. Tijdens de slag bij Straatsburg in 357 moesten ze het afleggen tegen de cavalarie- infanterie combinatie ( de infanterie stak in de buiken van paarden) van de Alamannen. De katafrakten vluchten achter de infanterie en Julianus zou ze later daarom in vrouwenkleren hebben laten rondlopen. Of dit laatste klopt weet ik niet zeker. Ammanianus Marcellinus noemt het in ieder geval niet.

    1. Robert

      Geen idee of dat Sarmaten waren (of Alanen, die je in die tijd vker ziet), of reguliere Romeinse eenheden – hun achtergrond wordt door Ammianus niet vermeld.

      Dat van die vrouwenkleren klopt niet, de tekst zegt dat Julianus hen het dragen van de brede soldatengordel verbood – vaak een persoonlijk eigendom en hét item wat je als soldaat onderscheidde van de burger die die gordels niet mocht dragen. Daarna liepen ze erbij ‘als vrouwen’, wat aangeeft dat hun tunica’s ongegord lang werden gedragen tot onder de knie. Leuke straf trouwens, zonder bloedvergieten, en we weten dat de bestrafte eenheden daarna extra hun best deden.

      1. Rudmer Koopal

        Jona noemt ze Sarmaten, lijkt mij correct. Volgens mij zaten in 357 de Alanen nog aan de andere kant van de Rijn en Donau waar ze in 370 opgejacht werden door de Hunnen.
        En ik vermoedde al dat het met de vrouwenkleren iets anders zat. Dank voor de correctie.

        1. Martijn N.

          “Jona noemt ze Sarmaten, lijkt mij correct”; mij niet. Er is op zich geen enkele reden om te veronderstellen dat het Sarmaten of überhaupt niet-Romeinen waren. Equites catafractarii maakten deel uit van het Romeinse leger sinds het begin van de 2e eeuw (volgens mij is de vroegst bekende eenheid de ala I Gallorum et Pannoniorum catafracta van CIL XI 5632, waarschijnlijk onder Hadrianus; niet noodzakelijk een Sarmaat in zicht lijkt me), dus het kan ook hier weer heel goed om een “gewone”, reguliere eenheid gaan. Nog afgezien van het feit dat we een heel woud van bomen zouden kunnen opzetten over de vraag hoe de etnische samenstelling van zo’n eenheid er uit zou kunnen hebben gezien, zelfs als hij wel als Sarmaten zou zijn aangeduid….

          1. Rudmer Koopal

            De Sarmaten bezetten in de derde eeuw delen van Dacia en leverden meerdere malen slag met de Romeinen. In geval van nederlaag kwam het voor dat manschappen werden geleverd voor Romeinse legioenen (dit was eerder gebeurd na de Marcomannenoorlogen.Sarmatische Jazygen werden als hulptroepen geleverd aan de Legioenen bij de muur van Hadrianus). Dus ik had geen reden om te veronderstellen dat Jona het verkeerd had. Ik heb even lopen grasduinen in de klassieke bronnen en bij historicus Goldsworthy, en inderdaad etniciteit van de katafrakten wordt niet genoemd. Laten we dus even teruggeven aan de auteur van deze blog.
            Jona, welke bron heb je dat de katafrakten Sarmaten waren in de strijd tegen de Alamannen?

    1. FrankB

      Het belang van de Mainzer Beobachter groeit geleidelijk en gestaag en u bewijst aldus dat de gepropageerde remedie tegen de crisis in de oudheidkunde werkt. Wel hebben we geduld nodig.

  5. eduard

    Jona, zoals Robert al aangeeft, dit verhaal is ernstig verouderd. Het beste is om in verband met de oudheid de term “zware cavalerie” helemaal te vermijden.

  6. eduard

    Als je wat meer wilt leren kun je deel II van mijn serie Studies on Mounted Warfare in Asia lezen in het blad War in History (2015) vol.22(1), 4-27. Dat gaat over deze Aziatische ruiters van de vroeg-Byzantijnse periode tot en met de komst van de Mongolen, maar de strijdwijze is in wezen hetzelfde. Als je tegen een betaalmuur oploopt kan ik je de hele serie per mail versturen.

Reacties zijn gesloten.