Cicero in beeld & boek

Cicero (Uffizi, Florence)

Je bent ongeveer zeventien, je zit op het gymnasium en je hebt Latijn in je pakket. Dan ben je vanaf volgende week bezig met de voorbereiding van je eindexamen, en dat betekent dat je een hoop Cicero zult moeten lezen. Ik heb dat lange tijd een vervelende kerel gevonden. Oké, zijn toespraak ter verdediging van Caelius was onderhoudend, ondanks vrouwonvriendelijkheid zelfs grappig, en ik begreep dat zijn filosofische werken voor de West-Europese traditie belangrijk zijn geweest, maar dat was het wel zo’n beetje. Mijn belangstelling voor de wijsbegeerte is niet groot, wat ik weleens rechtvaardig met het gelegenheidsargument dat als je kijkt naar wat filosofen zoal over vrouwen hebben gezegd, je sceptisch wordt over verdere bedenksels. Dat is flauw, en ik doe er de blogs van Kees Alders mee tekort, en bovendien is het onaardig tegenover mijn neef, die al jong goed nadacht en inmiddels – zegt de trotse oom – staat ingeschreven aan Parijs VIII. Maar Cicero’s werken: ik heb ze in de kast staan, maar lange tijd weinig bekeken.

Een Romeinse dood

Te weinig. Mijn oordeel is gaan schuiven. Om te beginnen: Cicero’s dood. Hij had vijanden gemaakt en moordenaars kwamen met hem afrekenen. (Een ervan was ooit nog eens in een rechtszaak door Cicero bijgestaan.) Cicero hoopte in een landhuis bij de zee rust te vinden, ontdekte dat het daar niet veilig was en keerde terug naar het schip waarmee hij was aangekomen. Onderweg zag hij de moordenaars aankomen

Lees verder “Cicero in beeld & boek”

Caesar en het Parthische Rijk

Soldaat uit het Parthische Rijk (Museum van Azerbaijan, Tabriz)

De stukjes in mijn reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” leid ik meestal in met een zo precies mogelijk datering, maar vandaag kan ik niet nauwkeuriger zijn dan dat het was in het jaar waarin Caesar zonder collega het consulaat bekleedde. Ofwel 45 v.Chr. We gaan het hebben over ’s mans volgende grote project: de oorlog tegen het Parthische Rijk.

Casus belli

De Romeinen hadden nogal wat unfinished business in het oosten. In 53 v.Chr. was generaal Crassus, nadat hij de Midden-Eufraat was overgestoken, verslagen bij Carrhae. Het staat vast dat de Romeinen zo snel mogelijk wraak wilden nemen. De heropleving van de Gallische Oorlog door Ambiorix en Vercingetorix had echter ieders aandacht gevraagd. Vervolgens was de Tweede Burgeroorlog uitgebroken.

Lees verder “Caesar en het Parthische Rijk”

Het Parthische Rijk (3): Westelijke oorlogen

Parthische boogschutter (Altes Museum, Berlijn)
De lichte cavalerie van het Parthische Rijk bestond uit boogschutters (Altes Museum, Berlijn)

[Dit is het derde van vier blogjes over het Parthische Rijk. Het eerste was hier.]

Het Seleukidische Rijk was ten onder gegaan door versnippering, waar westelijke en oostelijke vijanden van hadden geprofiteerd: de Romeinse republiek en de Parthen. In 69 v.Chr. sloten die twee machten een verdrag, waarbij ze de Eufraat als grens aanvaardden. Zes jaar later annexeerde de Romeinse bevelhebber Pompeius de Grote de laatste restanten van het rijk van de Seleukiden.

Asymmetrische oorlog

Verdrag of niet, in 53 v.Chr. stak de Romeinse generaal Crassus de grensrivier over. Bij Carrhae, dat u ook kent als Harran, werd hij echter verslagen door een Parthische commandant die in de Griekse en Latijnse bronnen Surena wordt genoemd, en die lid moet zijn geweest van de Suren-clan. De oorlog rond Harran vormde het begin van een reeks oorlogen die bijna drie eeuwen zouden duren.

Lees verder “Het Parthische Rijk (3): Westelijke oorlogen”

Gaius Julius Caesar (2): Gallië

Een oude druk van Caesars boek “De Bello Gallico” (Musée de Bibracte)

[Tweede deel van het op de deze blog onvermijdelijke overzichtsartikel over Julius Caesar. Het eerste deel was hier.]

Het Driemanschap

Gewoonlijk wees de Senaat (d.w.z. de optimates) aan elke consul een provincia toe, dat wil zeggen een mandaat om een bepaalde taak te verrichten. Het hoefde niet per se een militair commando te zijn, al is ons woord “provincie” afgeleid van provincia in de zin van krijgstheater, maar dat was wel wat een consul het liefst had. Omdat Caesars tegenstanders bang voor hem waren, zorgden de senatoren ervoor dat hij de zorg voor de Italische bossen en wouden kreeg toegewezen. De senatoren konden het risico niet nemen dat Caesar aan het hoofd van een leger zou komen staan.

Lees verder “Gaius Julius Caesar (2): Gallië”

Caesar in Syrië

Antiochië

Als ik u zeg dat het 28 juni was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waaraan Quintus Fufius Calenus en Publius Vatinius later als consuls hun naam zouden geven, en als ik dat omreken naar 17 april 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij verliet Egypte om op te rukken tegen Farnakes II van Pontus. Zijn eerste doel was Cilicië in het zuiden van Turkije, wat zou dienen als uitvalsbasis. In zijn Burgeroorlog schrijft hij:

Het Zesde Legioen, bestaande uit veteranen, nam hij mee en de andere liet hij in Alexandrië achter, om de heerschappij te verstevigen van de koningen, die niet op liefde van hun landgenoten konden rekenen.

Bedoeld zijn Kleopatra VII en Ptolemaios XIII. Caesar had in hen precies de vazallen die hij hebben wilde: volkomen afhankelijk. Zie ook de volgende alinea.

Lees verder “Caesar in Syrië”

Armenië, de Parthen en Rome

Parthische boogschutter (Altes Museum, Berlijn)
Parthische boogschutter (Altes Museum, Berlijn)

[Derde van vier blogjes over de geschiedenis van Armenië in de Oudheid. Het eerste deel is hier.]

De Romeinen en de Parthen voerden een “asymmetrische oorlog”, wat wil zeggen dat ongelijksoortige vijanden tegenover elkaar stonden. Ze streefden verschillende doelen na en bedienden zich van uiteenlopende tactieken.

De Parthen, die een rijk hadden gebouwd in Irak en Iran, waren goede ruiters. Ze konden overal toeslaan en bedreigden daarom de aanvoerlijnen van de Romeinse legers. Wat ze daarentegen niet konden, was een stad belegeren. Cavalerielegers kunnen immers niet zo makkelijk de materialen meenemen om belegeringswerktuigen te bouwen. Parthische oorlogen waren daardoor nooit op één plek gelokaliseerd en waren niet gericht op verovering. Het waren in feite grootschalige plundertochten, waarbij de ruiters het liefst weidse vlakten opzochten.

Lees verder “Armenië, de Parthen en Rome”

Zware cavalerie

Zware cavalerie in het Romeinse leger (Reliëf uit Adamclisi; afgietsel in het Limes Museum, Aalen)

In zijn prachtige catalogus van troepen die met de Perzische koning Xerxes naar Europa kwamen, beschrijft Herodotos allereerst de Perzen zelf.

Zij droegen de volgende uitrusting: een tiara of vilthoed met slappe rand, een geborduurd hemd met lange mouwen, daaronder een maliënkolder die eruitzag als visschubben, en ten slotte een pofbroek. Een metalen schild hadden ze niet, wel een beukelaar van gevlochten takken. Aan de binnenkant daarvan hing de pijlkoker. Verder waren ze voorzien van korte speren, formidabele bogen met rieten pijlen en ook nog dolken die aan de koppel naast de rechterheup waren bevestigd. (Historiën 7.61; vert. Hein van Dolen).

Dit type maliënkolder, bestaand uit allerlei kleine plaatjes, kennen we uit Centraal-Azië. Het was lichter flexibeler dan een plaatharnas en maakte het mogelijk grotere delen van het lichaam te bedekken. Droeg een ruiter zo’n schubbenpantser, dan had hij wel een sterk paard nodig, een Nesaïsche hengst zoals de Grieken het noemden, maar als dat edele dier écht sterk was, kon het ook zelf een maliënkolder krijgen.

Lees verder “Zware cavalerie”

Misverstand: Carrhae

Parthische boogschutter (Altes Museum, Berlijn)
Parthische boogschutter (Altes Museum, Berlijn)

De Romeinse Republiek breidde zich aanvankelijk gestaag uit over Italië, annexeerde na de Eerste Punische Oorlog de eilanden Sicilië, Sardinië en Corsica en ook de Povlakte en de Dalmatische kust, nam na de oorlog tegen Hannibal ook de Spaanse kusten in bezit, en gebruikte vervolgens enkele decennia om alles te consolideren. Na het midden van de tweede eeuw v.Chr. ging het sneller: Macedonië, Africa, Griekenland, het Pergameense Rijk, de Meseta, de Provence, Numidië.

Daarna was het de tijd van de grote generaals. Sulla, Lucullus en Pompeius veroverden gebieden in het oosten, Caesar annexeerde het westen van het Iberische Schiereiland, Gallië en nog meer Numidië. Ze zouden allemaal worden overtroffen door keizer Augustus. En dan waren er nog de evidente mislukkingen, zoals generaal Crassus, die zich aan zijn stand verplicht voelde naar het oosten te trekken om te strijden tegen de Parthen, die woonden in Irak en Iran. Dat had hij beter niet kunnen doen, want in 53 v.Chr. werd hij bij Carrhae, ook bekend als Harran, verslagen.

Lees verder “Misverstand: Carrhae”

Velleius Paterculus (8)

Kleio, de muze van de geschiedschrijving. Mozaïek uit Zeugma, nu in Gazi Antep.
Kleio, de muze van de geschiedschrijving. Mozaïek uit Zeugma, nu in Gazi Antep.

[Deze week recycle ik de inleiding die ik in 2012 schreef voor Vincent Huninks vertaling van de Geschiedenis van Rome van de Romeinse auteur Velleius Paterculus. De Nederlandse titel is Van Troje tot Tiberius en het e-boek is nog leverbaar. Het eerste deel is hier. Vandaag een samenvatting van Velleius’ kwaliteiten.]

Velleius Paterculus mag dan niet de grootste historicus uit de Oudheid zijn, hij is een van de weinige auteurs uit de tijd van Tiberius en biedt een unieke visie op diens regering. Dat alleen al maakt hem tot een waardevolle auteur, die meer krediet verdient dan hij doorgaans krijgt. Hij is een levendige verteller, heeft oog voor sprekende details en is kritischer dan vaak wordt aangenomen. Zijn opvatting dat geschiedschrijving dient om lof en blaam toe te delen mag dan niet voldoen aan hedendaagse wetenschappelijke criteria, ze verdient respect, al was het maar omdat ze in niet-academische kringen nog volop leeft.

Deze inleiding begon met een typering van wat eenentwintigste-eeuwse lezers verwachten van een historicus, en er is niets mis met het aangeven van de verschillen tussen moderne en antieke geschiedschrijving. Maar Velleius dient natuurlijk tevens te worden gemeten aan de hand van de criteria die in zijn eigen tijd golden. Uit Lucianus’ Hoe geschiedenis moet worden geschreven en de opmerkingen van de antieke historici zelf komt een duidelijk beeld naar voren. De ideale geschiedkundige had een onafhankelijke geest, was objectief en eerlijk in lof en blaam, zocht naar oorzaken, kende de betrokkenen persoonlijk, had de door hem beschreven landen bezocht, had functies bekleed in het openbaar bestuur en bezat militaire ervaring.

Lees verder “Velleius Paterculus (8)”

Velleius Paterculus (3)

Augustus (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

[Deze week recycle ik de inleiding die ik in 2012 schreef voor Vincent Huninks vertaling van de Geschiedenis van Rome van de Romeinse auteur Velleius Paterculus. De Nederlandse titel is Van Troje tot Tiberius en het e-boek is nog leverbaar. Het eerste deel is hier. Vandaag: Velleius’ eigen tijd, de jaren van de keizers Augustus en Tiberius.]

Moderne auteurs beschouwen de troonsbestijging van keizer Augustus als een keerpunt en verdelen de geschiedenis van Rome daarom gewoonlijk in drie tijdvakken: koninkrijk, republiek en keizerrijk. In vrijwel elk handboek oude geschiedenis is het hoofdstuk over de cultuur van de Romeinen, waarin zaken worden behandeld die zich beter lenen voor een synchrone dan een diachrone behandeling, opgenomen onmiddellijk voor of na het hoofdstuk over Augustus. Dat benadrukt de breuk, maar het is de vraag of de tijdgenoten ook het idee hebben gehad dat er iets wezenlijks was veranderd.

Lees verder “Velleius Paterculus (3)”