MoM | Niet alle vertalingen zijn even goed

Het laatste nummer van Met andere woorden, het vriendelijke (en gratis) tijdschrift over de bestudering van de Bijbel, is geheel gewijd aan de NBV21. Die afkorting staat voor de revisie van de Nieuwe Bijbelvertaling. U leest nog eens na wat de vertaalprincipes zijn en verneemt diverse voorbeelden, zoals uitleg over Genesis 37. Er is een interview met een betrokken vertaler en uitleg van de wijze waarop de vertalers zijn omgegaan met lezersreacties.

Lezersreacties op vertalingen zijn nogal eens terug te voeren op het verdwijnen van vertrouwdheid. Dat geldt niet alleen voor de vertaling van de beroemdste van alle antieke teksten of voor antieke teksten in het algemeen, maar voor alle teksten. Barber van de Pol heeft bijvoorbeeld nogal eens moeten uitleggen waarom ze de bekende beginregel van de Quichot (“een dorp waarvan ik me de naam niet wens te herinneren”) anders en correcter ging vertalen. Correct wilde voor haar zeggen: zoals een zeventiende-eeuwse lezer het had begrepen.

Niet alle vertalingen zijn hierbij gelijkwaardig, want we weten momenteel meer over oude talen. Wie zegt dat er in de geesteswetenschappen geen vooruitgang bestaat en alleen maar veranderend inzicht, begrijpt niets van de geesteswetenschappen.

Woordenboeken

Een reden die zich laat uitleggen in een blogstukje, is de energie die is geïnvesteerd aan het aanleggen van woordenboeken. Denk hier ook aan de thesauri, die enorme woordenboeken die in principe alle woorden uit (antieke) talen documenteren. Hierbij is in de twintigste eeuw enorme vooruitgang geboekt en ik wil daar nog eens uitgebreider over schrijven.

Door de digitale ontsluiting van steeds meer oude teksten kunnen filologen steeds verfijndere uitspraken doen over het normale gebruik van bepaalde woorden. Zo zijn ze ook beter in staat te herkennen wanneer antieke auteurs afweken van wat de lezers verwachtten. Dit wil niet zeggen dat de negentiende-eeuwse geleerden op dit punt zonder inzicht waren: de Altertumswissenschaftler zagen ook wel dat de grappen die de Atheense komediedichter Aristofanes maakte ten koste van de filosoof Sokrates, soms neerkwamen op het parodiëren van het wijsgerig jargon. Dit inzicht was echter voornamelijk intuïtief, gebaseerd op vertrouwdheid met de oude teksten. Nu zoveel méér teksten zijn ontsloten en we beschikken over digitale databases, groeien we naar meer objectiviteit.

Stijl

Ook ons inzicht in antieke stijlregisters groeit. Spreektaal is bijvoorbeeld niet alleen aan woordkeuze te herkennen, maar ook aan de wijze waarop de spreker de informatie presenteert. Een voorbeeld is een beroemde uitspraak van Jezus van Nazaret die letterlijk valt te vertalen als “Zie de lelies op het veld, hoe ze groeien”. Dit veronderstelt een dialoog. Met het “zie!” trekt de spreker de aandacht van het publiek, dat zich afvraagt wat er valt te zien. Het antwoord is dat het moet kijken naar de lelies op het veld, en op de vraag wat daaraan zo bijzonder is, komt de conclusie “hoe ze groeien”.

Ons begrip van de oude teksten is door dit alles sterk veranderd, verbeterd. Iedere lezer van bijvoorbeeld Herodotos herkent, zelfs in vertaling, dat deze auteur spreektaal schrijft, maar pas in de late jaren zeventig ontdekten classici hoe ze zo’n vermoeden hard konden maken. (Er is een wereld van verschil tussen de vertaling van Damsté uit 1968 en de vertaling van Van Dolen uit 1995.) Op soortgelijke wijze kunnen classici nu met meer zekerheid zeggen wanneer een Griekse of Latijnse tekst de oorspronkelijke lezers of luisteraars formeel, informeel of archaïserend in de oren moet hebben geklonken.

Voornaamwoorden

Ook herkennen oudheidkundigen tegenwoordig beter dan vroeger welke teksttypen er zijn: wil de auteur iets vertellen of betogen, tracht hij de lezer te overreden of is de tekst beschrijvend bedoeld? Opnieuw: dit maakt uit voor de vertaalpraktijk. Recente vertalingen zijn in principe beter.

Een enorme vooruitgang is ook dat, door deelwoorden en voornaamwoorden te analyseren, de overgangen tussen de verschillende onderdelen van een tekst met meer nauwkeurigheid kunnen worden aangeduid. Dit oogt triviaal, maar antieke schrijvers gebruikten zelden regels wit om alinea’s te scheiden. Papyrus was kostbaar en moest zo vol mogelijk. Ook noteerden ze minder leestekens dan wij. Classici zijn echt een stap verder gekomen nu ze kunnen vaststellen welke tekstgedeelten men destijds beschouwde als eenheid.

Ambiguïteiten

Kennis van de oude talen leidt zo tot meer begrip van de oude teksten, maar perfecte vertalingen bestaan niet. Soms staat de context twee interpretaties toe. Een voorbeeld is de tekst van het tweede van de Tien Geboden, het verbod op afgodsbeelden. Dat is te lezen als lo ta’avdem, “vereer ze niet”, maar evengoed kan lo to’ovdem, “je mag je niet aan hen dienstbaar maken”, bedoeld zijn geweest. De eerste interpretatie is meer in overeenstemming met de rest van de bijbelse verhalen en wordt daarom serieuzer genomen.

De vuistregel in alle gevallen is, zoals de antieke auteur Porfyrios het verwoordde, dat we “Homeros uit Homeros moeten verduidelijken”. Dat wil zeggen dat wanneer een passage op twee manieren valt uit te leggen, die interpretatie de voorkeur verdient die het beste aansluit bij andere passages van dezelfde auteur.

Voor ik afrond nog twee kanttekeningen.

  1. Wat ik schreef, geldt voor de uitleg van woorden. De DNA-revolutie heeft dit principe bij de uitleg van ideeën aan flarden gereten. Maar dat heb ik al vaak genoeg uitgelegd, dus ik laat het er verder bij.
  2. Juist omdat er vooruitgang is geboekt, heeft het zin recente vertalingen erbij te nemen. De NBV21 bijvoorbeeld. Maar wat ik ook wil zeggen is dat u vertalingen op het internet maar moet laten wat ze zijn. Ze zijn rechtenvrij omdat ze verouderd zijn.

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier. #reblog]

8 gedachtes over “MoM | Niet alle vertalingen zijn even goed

  1. Huibert Schijf

    Een interessant verhaal over toenemende inzichten bij classici. Open blijft de vraag in hoeverre die nieuwe inzichten grote consequenties voor de geschiedschrijving over de oudheid hebben. Maar dat horen we vast nog wel een keer. Met zijn waarschuwing over vertalingen op internet ben ik wel blij. Ik kan me nog herinneren dat JonaL weken bezig was om een negentiende eeuwse, Duitse vertaling van een klassieke tekst op Livius.org te plaatsen. Waarom hij dat deed wist hij zelf eigenlijk ook niet, als ik me goed herinner. Zo is ook hier vooruitgang geboekt.

    1. Alexander Smarius

      Hoe groot de consequenties van toenemend inzicht zijn – een wezenlijk nieuw begrip van een passage, of een nieuwe blik op bepaalde fijne nuances in een overigens niet-wereldschokkende context – doet niets af aan de waarde van het onderzoek. De open vraag die u formuleert suggereert dat dit onderscheid wel uitmaakt, en dat is als ik het goed begrijp iets waartegen Jona bij herhaling bezwaar aantekent.

      1. Huibert Schijf

        Maar ik twijfel helemaal niet aan de waarde van de vooruitgang die classici boeken. Zeker voor de superspecialisten onder hen. En de open vraag is alleen maar een nieuwsgierige open vraag. Ik wil er helemaal niets mee suggereren.

  2. Als reactie op Hubert Schijf. De toegenomen inzicht in oude teksten heeft ons beeld van de Oudheid in fundamentele zin veranderd. Zo zien we het Romeinse Rijk niet meer als een voorafspiegeling van de negentiende-eeuwse staten, maar als een vreemde samenleving, die in wezenlijke opzichten anders is dan de onze. Dat is alleen maar mogelijk doordat wetenschappers steeds meer vertrouwd werden met de ‘andersheid’ van klassieke teksten.

Reacties zijn gesloten.