De weerwolf van Jan Wier (2)

Jan Wier

[Dit is de vertaling die Bas Jongenelen maakte van hoofdstuk 14 uit De lamiis liber, waarmee Jan Wier in 1577 aantoonde dat weerwolven niet kunnen bestaan. Een inleiding was hier en het Latijn is daar.]

Mensen kunnen door geen enkele kracht in beesten veranderd worden (hoofdstuk 14)

Aan de almacht van heksen wordt ook toegeschreven dat zij zich echt en geheel kunnen veranderen in wolven, bokken, honden, katten en dieren beesten; om hun lusten te bevredigen, en dat zij zich per direct weer terug kunnen veranderen in mensen. Zelfs door zeergeleerden wordt deze waanzin als absolute waarheid verdedigd.

Lees verder “De weerwolf van Jan Wier (2)”

De weerwolf van Jan Wier (1)

Weerwolf (Lucas Cranach de Oude)

De wolf is een dier dat in veel verhalen voorkomt, zo zijn er de wolvin van Romulus en Remus, Fenrir uit de noordse mythologie, Isengrijn uit Vanden vos Reynaerde, de grote boze wolf uit Roodkapje, de drie biggetjes en de zeven geitjes. De wolf vinden we een fascinerend dier, zeer geschikt om literatuur mee te maken.

Griekse weerwolven

Een aparte categorie van wolven is de weerwolf. Voor de mensen die met (een onregelmatige) regelmaat de Mainzer Beobachter lezen is Lykaon waarschijnlijk de bekendste weerwolf. In zijn Metamorfosen beschrijft de Romeinse dichter Ovidius hoe Lykaon voor straf veranderd wordt in een wolf.noot Ovidius, Metamorfosen 1.207-243. Helaas voor de man blijft hij wolf, om nooit meer mens te worden.

Lees verder “De weerwolf van Jan Wier (1)”

Aeneas Tacticus

We kennen ze wel: oude boeken over strategie. Sun Tzu’s Kunst van het Oorlogvoeren, of Clausewitz’ Over Oorlog. Gaan we de Grieks-Romeinse oudheid in, dan hebben mensen vaak van de laat Romeinse Vegetius’ De Re Militari (Over het Krijgswezen) gehoord en kan een enkeling de eerste-eeuwse Strategemata van Frontinus noemen. De (veel oudere) Aeneas Tacticus, onderwerp van deze blog, kan echter nauwelijks op publiek rekenen. Daar hoop ik vandaag verandering in te brengen.

Rond het midden van de vierde eeuw voor Christus, de eeuw van Plato, Xenophon en Demosthenes, schreef een Griek genaamd Aeneas (niet die van de Trojaanse Oorlog) een werk over het verdedigen van een belegerde stad, door mij betiteld als In Staat van Beleg. Het is ons incompleet overgeleverd, maar de veertig hoofdstukjes die we hebben, bevatten interessante inzichten in oorlogvoering in een gemeenschap uit de vierde eeuw. Daarnaast was Aeneas geen Athener; door de selectiviteit van de overlevering weten wij relatief veel over deze stad, maar met Aeneas’ werk krijgen we een waardevolle blik buiten de canon.

Lees verder “Aeneas Tacticus”

Vertalingen, steeds weer anders

De klipdas heet in sommige vertalingen konijn.

Iemand legde me de vraag voor waarom er eigenlijk zo veel verschil is tussen diverse vertalingen van antieke teksten. Daar zijn verschillende verklaringen voor te geven. Hier zijn enkele factoren die ik kan bedenken.

De brontaal

De eerste is dat onze kennis van de antieke talen voortdurend groeit. Dat kan gaan om de betekenis van woorden. Zo vermeldt de Bijbel enkele keren een sjafan, wat eeuwenlang is vertaald als konijn. Omdat we tegenwoordig iets meer van de flora en fauna van het Midden-Oosten weten, weten we dat daar geen konijnen voorkwamen. We weten nu dat de betekenis van sjafan klipdas” is.

Lees verder “Vertalingen, steeds weer anders”

Jona en de pompoen

Jona onder de wonderboom (Sarcofaag, Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

Het bijbelse verhaal van Jona en de walvis was al heel populair onder de eerste christenen. Het is een zeer beeldend verhaal, dat samenhangt met de idee van de wedergeboorte, een belangrijk christelijk thema. Aangezien veel christenen uit eenvoudige milieus kwamen, konden zij niet lezen, en kenden zij de bijbel alleen mondeling of van afbeeldingen. Mozaïeken, sarcofagen en muurschilderingen beelden vaak het verhaal uit van Jona die door een grote vis werd opgeslokt en uitgespuwd. Af en toe wordt hij echter ook zittend of liggend onder een prieel afgebeeld. Dit deel van het verhaal is minder bekend en heeft betrekking op de volgende bijbelverzen:

Nadat Jona Nineve had verlaten, was hij aan de oostkant van de stad gaan zitten. Hij had er een hut gemaakt om in de schaduw af te wachten wat er met de stad zou gebeuren. Nu liet de HEER God een wonderboom opschieten om Jona schaduw boven zijn hoofd te geven en zijn ergernis te verdrijven. Jona was opgetogen over de boom. Maar de volgende morgen, bij het aanbreken van de dag, liet God de boom door een worm aanvreten, zodat hij verdorde.noot Jona 4.5-7; NBV21.

Lees verder “Jona en de pompoen”

Euhemeros van Messina

Het is bizar maar waar: ik bestelde onlangs op zaterdagmorgen een boek bij een uitgever in Parijs, en het was er op maandagavond, tegen een alleszins schappelijk posttarief. Voor het boek betaalde ik ook al een prijs die je vrijwel redelijk zou kunnen noemen. Ik heb het over de nieuwe tekstuitgave van de hellenistische auteur Euhemeros. Het boek, Évhémère de Messène: Inscription sacrée (2022), gaat terug op het proefschrift waarmee Sébastien Montanari in Tours promoveerde bij Bernard Pouderon.

Euhemeros

En het was een feest om te lezen! In een uitgebreide introductie vernemen we de voornaamste biografische details over Euhemeros: hij kwam uit Messina, schreef De heilige inscriptie en sleet begin derde eeuw v.Chr. zijn oude dagen in Alexandrië. Montanari en Pouderon menen dat Euhemeros, zoals deze zelf schrijft, aan het hof van koning Kassandros van Macedonië verbleef en werkelijk een tocht over de Indische Oceaan heeft gemaakt. Dit overtuigde mij niet maar is verder onbelangrijk, omdat het verslag sowieso grotendeels erkende fictie is.

Lees verder “Euhemeros van Messina”

Vijf misverstanden over de Oudheid

De Oudheid biedt meer dan Grieks en Latijn (Louvre, Parijs)

Vandaag begint de Week van de Klassieken. U vindt het programma hier. Het thema is dit jaar de relatie tussen de antieke mens en zijn natuurlijke leefomgeving, en als u cynisch aanneemt dat “in de Oudheid dachten ze ook over natuur” weer eens een gemakzuchtig I.D.O.H.Z.O.-tje is, dan hebt u het mis. Lees nog even wat ecokritiek is en u herkent dat er een wetenschappelijke innovatie schuilt achter deze thematiek.

De klassieken doen ertoe, althans in potentie, en oudheidkunde is wél interessant. Voor degenen die het desondanks niet geloven willen, presenteer ik hier vijf smoezen om zich er niet in te hoeven verdiepen. Plus uitleg waarom dat drogredenen zijn. Dat ook.

1. Het is alleen maar Griekenland en Rome

De Oudheid is de periode waarin we, anders dan in de Prehistorie (waarvoor alleen de archeologie informatie levert), wél geschreven bronnen hebben, maar waarvoor we, anders dan voor de Middeleeuwen, onvoldoende bronnen hebben om te komen tot werkelijke geschiedvorsing. In jaartallen: het is de periode tussen pakweg 3000 v.Chr. en 650 of 800 na Chr. Geografisch bezien: de regio vanaf Iran en Centraal-Azië tot aan de Atlantische Kust.

Lees verder “Vijf misverstanden over de Oudheid”

De Septuaginta

Ptolemaios II (Louvre, Parijs)

Op zondag blog ik meestal over het Nieuwe Testament. Die tekst is geschreven in het Grieks door mensen die voortdurend verwijzen naar oudere religieuze literatuur. Een fors deel kennen we uit de joodse Bijbel ofwel de Tenach ofwel het Oude Testament. Onze tekst van dat heilige boek gaat terug op Hebreeuwse originelen, de taal waarin deze literatuur nu eenmaal is geschreven. Het probleem is nu dat de auteurs van het Nieuwe Testament de joodse literatuur lazen in een Griekse vertaling, de Septuaginta. De tekst daarvan wijkt op sommige punten af van de op Hebreeuwse teksten gebaseerde Bijbel zoals wij die kennen.

Verschillen

Eén voorbeeld: Goliat is in de gebruikelijke Hebreeuwse tekst (“de masoretische traditie”) zesenhalve el lang maar in de Griekse versie vierenhalve el.noot 1 Samuel 17.4. In de Hebreeuwse tekst is het een reus van drie meter, in de Griekse tekst meet ’ie net iets meer dan twee meter. Ook de Dode-Zee-Rollen noemen vierenhalve el. Je krijgt de indruk dat de gebruikelijke Hebreeuwse tekst teruggaat op een origineel met een vergissing. Je kunt dus niet zomaar de Hebreeuwse tekst als de meest betrouwbare accepteren.

Lees verder “De Septuaginta”

Herodas’ Bordeelbaas

Battaros
Battaros aan het woord (illustratie Harrie Geelen)

In het vorige blogje vertelde ik u over Herodas, de hellenistische dichter. Van hem zijn acht in iambische verzen geschreven kluchten over. Hieronder is Hein van Dolens vertaling van de tweede: een redevoering van de bordeelbaas Battaros, die de rijke Thales aanklaagt omdat hij een prostituee uit zijn bordeel heeft meegenomen.

De tekst is een parodie op een Atheense rechtszaak en de genoemde Chairoondas heeft in de zesde eeuw wetten opgesteld voor verschillende Griekse steden rond de Ionische Zee.

Lees verder “Herodas’ Bordeelbaas”

Herodas

Er gaan dagen, soms zelfs weken, voorbij zonder dat ik denk aan hellenistische poëzie. Terwijl de dichters uit Alexandrië best de moeite waard zijn. Zo was daar Kallimachos, die korte, complexe en – om eerlijk te zijn – elitaire gedichten schreef vol intertextuele verwijzingen. Het beroemde verhaal over de aan de hemel geplaatste haarlok van koningin Berenike, vormt het slot van het gedicht Oorzaken van Kallimachos. Tegenover deze poëzieopvatting stond die Apollonios, die met zijn Argonautika het aloude heldendicht nieuw leven inblies. We weten iets over de poëtische ruzies: Kallimachos vergeleek zijn eigen gedichten met helder water en de epen van Apollonios met een rivier (dus vol modder en kiezels).

Belangrijkste overeenkomst tussen de twee concurrerende visies op de dichtkunst: de torenhoge didactische ambities die de poëzie ooit had gehad, is opgegeven. Berenikes haarlok is een mooi stuk gelegenheidspoëzie, de Argonauten varen door een topografie waarvan de dichter weet dat die niet klopt. “In Alexandrië,” schrijft classicus Ilja Pfeijffer ergens, “ontstond de poëzie zoals ze is op haar best: nutteloos.”

Lees verder “Herodas”