De werken van Herakles (2)

Herakles (Musée du Bardo, Tunis)

[Tweede van vijf blogjes die Dieter Verhofstadt schreef over de traditie van de Twaalf Werken van de halfgod Herakles. Het eerste was hier.]

Archaïsche poëzie

Herakles is uiteraard niet de hoofdfiguur in de Ilias noch in de Odyssee. Hij maakt deel uit van een “ouder” deel van de Griekse mythologie. Aldus wordt in beide werken eerder naar hem verwezen, als een “referentiefiguur”.

In de Ilias beschrijft Homeros (achtste eeuw v.Chr.) Herakles als de sterkste man die ooit leefde en die “vele zware werken”noot Ilias 15.639–640. moest volbrengen. Andere passages suggereren zijn zware lot, zijn geboorte en goddelijke afkomst noot Ilias 14.324–328. of verwijzen naar zijn kracht. De Ilias maakt van geen van de twaalf klassiek geworden werken expliciet melding. Wel verwijst de godin Athena impliciet naar het laatste werk:

Lees verder “De werken van Herakles (2)”

Het rijk van de Lydiërs

De Paktolos

De Lydiërs waren een IJzertijdvolk is het westen van wat tegenwoordig Turkije heet. Ik noem ze op deze blog regelmatig, maar heb nooit uitgelegd wie het nu eigenlijk waren. Dat moet maar eens veranderen.

Mira

Het land van de Lydiërs ligt aan weerszijden van de rivier de Hermos, waar ze hun hoofdstad Sardes bouwden op de plaats waar een ander riviertje zich met de Hermos verenigt: de Paktolos, die goudpoeder met zich meevoert. Met vruchtbaar land, water en goud was het succes van Sardes feitelijk al verzekerd. Al in de Bronstijd had hier een machtig koninkrijk gelegen, Mira, dat als hoofdstad Abasa had gehad, ofwel Efese.

Hoewel Mira aan het begin van de twaalfde eeuw v.Chr. – daar zijn de Zeevolken weer – verdwijnt uit de geschreven geschiedenis, is er aanzienlijke continuïteit tussen Mira en Lydië. De Lydische taal, die we kennen uit ongeveer honderd inscripties, is afgeleid van het Luwisch, dat in Mira de schrijftaal was geweest.

Lees verder “Het rijk van de Lydiërs”

Een geschiedenis van Syracuse (1)

Tempel van Apollo (Syracuse)

Ik schreef twee weken geleden dat wie schrijft over het verleden van Griekenland, zich al snel gedwongen ziet zich te concentreren op Athene en Sparta. Athene, omdat daarover de meeste bronnen zijn; Sparta omdat het als Athenes aartsrivaal opduikt in diezelfde bronnen. Wat ook een rol moet spelen, is dat die twee steden liggen binnen de grenzen van het huidige Griekenland.

Het probleem is: wie de bronnen als leidraad neemt, is geen historicus, maar vat de bronnen samen. Dit is geen kritiek op het handboek waarop ik ’s donderdags pleeg te bloggen, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Of beter: het is wel een kritische constatering, maar ik weet niet hoe het beter zou kunnen. Ik ben deze reeks gaan schrijven omdat ik intellectueel verkeer in een impasse en ik schrijf dus niet omdat ik het allemaal wél weet. Los daarvan: handboeken zijn bedoeld om gehakt van te maken bij de bijbehorende werkcolleges. Desondanks is het aardig om, na Kyrene, ook een andere stad te behandelen waarvoor doorgaans weinig aandacht is: Syracuse, de belangrijkste stad op Sicilië. Voor u verder gaat: een handig landkaartje is hier.

Lees verder “Een geschiedenis van Syracuse (1)”

Er staat geen ú maar lu

Je ziet het gelijk: geen ú maar lu, dus Lydië en geen Urartu

Er staat dus geen ú maar lu. U begrijpt, zoiets belangrijks, dat schrijf ik niet lichtvaardig. We hebben het over het kleitablet dat bekendstaat als ABC 7, een van de bekendste kronieken uit het oude Nabije Oosten. Meer precies: de zevende kroniek uit het boek met Assyrian and Babylonian Chronicles dat Albert Kirk Grayson in 1975 uitgaf. Kroniek 7 beschrijft de regering van koning Nabonidus van Babylonië, die in 539 v.Chr. de macht moest overdragen aan de Perzische veroveraar Cyrus de Grote.

Die maakt in deze kroniek zijn opwachting april 547 v.Chr. De koning van Babylonië verblijft dan in de oase van Tayma (waarover ik al eens blogde), ’s konings moeder overlijdt, ’s konings zoon Belsazar gaat drie dagen in rouw, en dan komt het: Cyrus steekt de rivier de Tigris over en gaat in mei op weg naar een vreemd land. Daar doodt hij de koning en rooft hij een schat. De hamvraag is waar dat was. Hier doet zich een probleem voor dat zich altijd voordoet bij antieke teksten: daar waar de cruciale informatie moet staan, is een kras of een breuk of scheur of iets anders. Altijd.

Lees verder “Er staat geen ú maar lu”

De jongeling van Motya

De jongeling van Motya

Helemaal in het westen van Sicilië ligt, tussen Marsala en Trapani, een enorme lagune. Middenin ligt een eilandje, ongeveer twee vierkante kilometer groot, waarop een Fenicische stad ligt. Die is aan het begin van de vierde eeuw v.Chr. door een leger uit Syracuse verwoest, waarna de bewoners zich vestigden in Marsala en Trapani als haven inrichtten. Lange tijd was Motya, zoals het eilandje heet, de enige Fenicische stad die was opgegraven; later is daar Kerkouane in Tunesië bij gekomen.

De eerste archeoloog op Motya was overigens Heinrich Schliemann, die het er snel had bekeken. De feitelijke opgraver is Joseph Whitaker (1850-1936), wiens villa nu een museum is. Een naar hem genoemde stichting graaft er, als ik het wel heb, nog altijd. In elk geval staat het bovenstaande, in 1979 gevonden, standbeeld in het Museum Giuseppe Whitaker. Ik ben er drie keer geweest; pas de laatste keer had het een eigen zaal. De hamvraag: wat stelt de “giovane di Motya” voor?

Lees verder “De jongeling van Motya”

Kroisos

Kroisos op de brandstapel (foto Louvre)

Kroisos was koning van Lydië, ergens in het midden van de zesde eeuw v.Chr. Hij is beroemd om de zelfs naar antieke maatstaven flauwe mop dat bij gezanten naar Delfi stuurde met de vraag of hij Perzië moest aanvallen, waarop het orakel antwoordde dat hij een groot koninkrijk ten onder zou doen gaan. Optimistisch begon Kroisos aan de oorlog om te laat te ontdekken dat zijn eigen rijk ten onder ging. De ondergang van Lydië is een historisch feit waarvan vaak wordt beweerd dat dit in 547 v.Chr. is gebeurd, maar de datering is gebaseerd op een slecht leesbaar kleitablet waarop een rare vorm van het woord “Lydië” zou kunnen staan en is militair-strategisch onwaarschijnlijk. We weten het weer eens niet.

De ondergang van Kroisos maakte grote indruk op zijn tijdgenoten. De man had fenomenale geschenken gegeven aan de god van Delfi en het was bepaald ondankbaar van de goden dat ze niet wat meer had gedaan voor hun goedgeefse vereerder. De Griekse dichter Bakchylides beweert dat toen Kroisos door de Perzen terechtgesteld werd, de goden hem meenamen naar het land van de Hyperboreërs. Dit motief kennen we ook uit andere Griekse verhalen: als onschuldige mensen gedood dreigen te worden, nemen de goden hen weg. De Hyperboreërs leefden overigens in het hoge noorden, voorbij de noordenwind, in wat een soort gelukzalig dodenrijk is. Bakchylides ontkent dus de dood van Kroisos niet.

Lees verder “Kroisos”