Een depositie uit Bronstijd-Drenthe

Depositie uit de Bronstijd uit Roswinkel (Drents Museum, Assen)

Ik was al een paar weken niet in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden geweest. Vandaag was ik er weer eens. Het was druk maar prettig. De vernieuwde afdeling over het antieke Nabije Oosten is mooi geworden, heel helder, met opvallend veel kleitabletten. Ik blijf hopen dat ’ie nog eens wordt vergroot. Er is ook een kleine en véél te brave expositie in de reeks Collectie|Reflectie, gewijd aan verzamelaars die voorwerpen hebben nagelaten aan het museum zonder te weten waar ze zijn gevonden. De vorige expositie was ook al zoutloos; de uitleg dit keer is zelfs zó braaf dat het gênant is.

Maar daar kwam ik niet voor. Ik was er voor de Bronstijdexpositie, die ik pas één keer had bezocht. Hierboven een stukje turf met daarop een snoertje met kralen van barnsteen, een kam van hoorn en een stukje brons, dat een fragment van een bijl kan zijn. Het verzamelinkje is gevonden in de buurt van Ter Apel, in de richting van Emmen, bij Roswinkel. Iemand heeft het gebonden in een lapje leer en in het veen achtergelaten, ergens tussen 1800 en 1500 v.Chr., en een turfsteker heeft het vele eeuwen later teruggevonden. Het behoort nu bij de collectie van het Drents Museum in Assen.

Lees verder “Een depositie uit Bronstijd-Drenthe”

De Patriotten in Drenthe

Oproer te Meppel (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

Op een vergadering van het college van Drost en Gedeputeerden, het dagelijks bestuur van de Landschap Drenthe, werd in de namiddag van 7 november 1785 een brief voorgelezen van Lucas Nysingh, schultes te Diever.

Drenthe had geen zitting in de Staten-Generaal, was niet één van de zeven provinciën, maar betaalde wel 1% van de generaliteitslasten, in verhouding tot het aantal inwoners en hun vermogen een bovenproportioneel aandeel. Anders dan de generaliteitslanden Brabant, Zeeuws-Vlaanderen en Westerwolde, had het in 1594, na de hereniging van Groningen met de Unie, wél zijn autonomie behouden. Stad en Lande van Groningen waren toen wel weer als volledig lid van de Unie geaccepteerd.

Lees verder “De Patriotten in Drenthe”

Tjerk Vermaning en Ad Wouters

Frans de Vries geeft uitleg

Op blz.229 van Valsheid in gesteente, het boek van Frans de Vries c.s. schreven over de door Tjerk Vermaning opgegraven vervalste voorwerpen, staat de misschien wel belangrijkste passage.

In dit hoofdstuk vatten we allereerst de resultaten van ons onderzoek naar de aard van [Vermanings vondsten] samen en trekken we de eindconclusie over de aard van deze stenen. Door de specifieke argumentatie-opzet die we gekozen hebben is het vanzelfsprekend geen verrassing meer wat onze eindconclusie is: het gaat om een duidelijk geval van vervalsing. Maar wie zat of zaten achter deze fraude?

Tot nu toe hebben de auteurs bewijs geleverd voor wat al bekend was: dit spul is vals. Nu blijkt echter de meerwaarde van hun onderzoek. Er komen nieuwe en boeiendere vragen in zicht.

Lees verder “Tjerk Vermaning en Ad Wouters”

Valsheid in gesteente

Het archeologiemuseum in Brugge heeft de coronacrisis niet overleefd en nu zitten we met de gebakken peren. Of althans zonder museum dat uitlegt wat archeologen en andere oudheidkundigen doen. Dat is om twee redenen een probleem.

  • Als je de methoden niet uitlegt, denken geïnteresseerden dat je alleen maar claims doet en die niet onderbouwen kunt. Dan keren mensen zich tegen je.
  • Als je als oudheidkundige niet uitlegt waarom je een wetenschap beoefent, weten ook journalisten het niet. Dan reduceren ze je tot leverancier van trivialiteiten.

Ik ben dus blij dat een team rond Frans de Vries een boek heeft gemaakt waarin ze allerlei archeologische technieken uitleggen. Ze kozen bovendien een aansprekend thema: hoe stellen we in het lab vast of de vondsten van Tjerk Vermaning vervalsingen waren? De titel Valsheid in gesteente verraadt alvast een van de conclusies.

Lees verder “Valsheid in gesteente”

Hunebedden van de dag: D46 en D47 (Emmen)

De hunebedden D46 en D47 liggen vlakbij elkaar in Emmen; dit is D46.

’s Neêrlands zuidelijkste hunebedden, de hunebedden D46 en D47, staan in een uitbreidingswijk in het zuidoosten van Emmen, die door deze oeroude monumenten iets unieks heeft. Ze staan ook wel bekend als Angelslo-Noord en Angelso-Zuid en liggen nog geen 350 meter van elkaar. Alleen staat er een flat tussen, zodat je ze niet goed herkent als tweetal.

Het noordelijkste hunebed, D46, is 9½ meter lang en 3½ meter breed. Herman Clerinx, de auteur van de Een paleis voor de doden en een van de gidsen van wie ik zo zoetjesaan afscheid moet nemen, wijst erop dat het ook een laag monument is. Het is  immers voor een groot deel nog begraven. Dit hunebed heeft wat boorgaten, net als D44, maar ook hier is de schade tot die gaten beperkt gebleven.

Lees verder “Hunebedden van de dag: D46 en D47 (Emmen)”

Hunebed van de dag: D44 (Westenesch-Zuid)

Hunebed D44 bij Westenesch

Volgens Herman Clerinx, de auteur van Een paleis voor de doden, lijkt het op twee na zuidelijkste hunebed in Nederland, “meer op een collectie opgewaaide stenen dan op een hunebed”. En ook: “Het monument heeft zelfs een poos als varkenshok dienst gedaan.” Tot overmaat van ramp “staat een van de dekstenen apart”. Zoveel is duidelijk: Clerinx is geen fan van hunebed D44, dat even ten westen van Emmen ligt. Je fietst er langs als je op weg bent naar D50 en D51 bij Noord-Sleen. In zijn Gids voor de hunebedden noemt Wijnand van der Sanden het “onherkenbaar verstoord”, ondanks een restauratie in 1961. Afmetingen zijn niet te geven.

Het gaat om twee draagstenen, een deksteen en een deksteen die even verderop is neergezet. Niet veel, inderdaad, maar ik vind de negatieve beoordelingen een beetje sneu voor de boer op wiens erf dit trechterbekergraf staat. Dit hunebed is namelijk het enige in Drenthe dat in particulier bezit is – de andere zijn eigendom van Staatsbosbeheer en Het Drentse Landschap – en dat betekent dat de eigenaar er maar voor te zorgen heeft. Hij zou er in principe toegangsgeld voor kunnen vragen maar doet dat niet. In plaats daarvan zorgt hij ervoor dat het terreintje langs de weg schoon en verzorgd blijft.

Lees verder “Hunebed van de dag: D44 (Westenesch-Zuid)”

Hunebed van de dag: D45 (Emmerdennen)

Hunebed D45 bij Emmen (Emmerdennen)

Voor het op drie na zuidelijkste hunebed in Nederland, hunebed D45, zijn we weer in Emmen. Dit is echt de hunebeddenhoofdstad van ons land, want je kunt hier twaalf trechterbekergraven zien: beginnend bij D47 en D46 in een oostelijke nieuwbouwwijk, fiets je naar D45 (waarover zo meteen meer), en dan verder naar het drietal D38-D39-D40 op het Emmerveld ten noorden van de stad, waarna je over de grote weg teruggaat naar D41. Hier ga je de es op, heen en weer naar D42, waarna je terugkeert en je weg zuidwaarts vervolgt naar het langgraf D43. Neem dan, even na de grote kruising, de Westenescherstraat en je komt bij het kleine D44, om te eindigen bij D51 en D50. Daarvandaan kun je nog naar de Papeloze Kerk D49, maar je kunt ook naar Emmen terugfietsen, een hotel nemen en de volgende dag naar de dierentuin gaan.

Hunebed D45 is een van de interessantere. Het is om te beginnen flink groot: 18½ meter lang en 4½ meter breed. De kransstenen zijn er nog. Maar het is vooral de plaats die het bijzonder maakt. Hunebedden.nl legt uit:

Lees verder “Hunebed van de dag: D45 (Emmerdennen)”

Hunebedden van de dag: D54 en D53 (Havelte)

De hunebedden D54 en D53 liggen vlakbij elkaar bij Havelte. Dit is hunebed D54.

“Het beste was dus tot het laatste bewaard,” schreef ik afgelopen september in mijn eerste stukje over de Nederlandse hunebedden. Ik doelde op de drie trechterbekergraven die ik afgelopen zomer in het zuidwesten van Drenthe bezocht: hunebed D52 bij Diever en de hunebedden D54 en D53 bij Havelte. Vooral dat tweetal maakte indruk. Ze staan op een prachtige uitgestrekte heide, die ik bezocht op een prachtige zomerdag, en zijn zelf ook prachtig. Gewoon, zoals je je een hunebed voorstelt.

Komend vanaf theehuis Het Hunebed en fietsend over de Hunebeddenweg, bereik je eerst hunebed D53. Het is op een handbreedte na negentien meter lang en is 4½ meter breed. Alleen hunebed D27, naast het Hunebedcentrum in Borger, is nog groter. En eigenlijk ook D43 bij Emmen, maar dat is geen echt hunebed. Niet alleen is D53 groot, er zijn ook nog kransstenen te zien.

Hunebed D53 bij Havelte

Hunebed D53

D53 “is het enige oorlogsslachtoffer onder de hunebedden,” schrijft Hunebeddeninfo.nl. Het monument is in het laatste oorlogsjaar namelijk gedeassembleerd om ruimte te maken voor de landingsbaan van een vliegveld; ik heb weleens geblogd over de luchtoorlog die de Duitsers en Geallieerden hebben uitgevochten boven Friesland. Die landingsbaan is vervolgens gebombardeerd, dus het begraven van het archeologische monument was geen overbodige voorzorgsmaatregel.

In 1949 is hunebed D53 herbouwd. Schade aan het bodemarchief was er gelukkig niet. Het monument was in 1918 al onderzocht en daarbij zijn meer trechterbekertijdvoorwerpen gevonden dan in welk Nederlands hunebed ook: 649 potten. Het materiaal dateerde uit de tijd tussen pakweg 3250 en 2750 v.Chr. Ook zijn er een pijlpunt, een knots en een drietal kralen gevonden.

Over dit onderzoek schrijf Herman Clerinx in Een paleis voor de doden:

In de kamer lagen crematieresten. Volgens de Ierse archeologe Anna Brindley, die werkt voor de Rijksuniversiteit Groningen, ging het om restanten van zeker vijf mensen. Tevens lagen er verbrande dierenresten, waaronder twee berenklauwen. Vermoedelijk was er een berenhuid verbrand. Dat moet als een kostbaar offer en/of een status-symbool hebben gegolden, aangezien zo’n huid zeldzaam was.

Hunebed D53 bij Havelte

Hunebed D54

Even verder fietsend – 150 meter om precies te zijn – ligt rechts van de weg hunebed D54. Dit is tijdens de oorlog niet gesloopt maar wel bedekt met zand. Het is fors: het is 12¾ meter lang en 3¼ meter breed. Hunebed D54 ligt bovendien erg mooi, net op een helling van de Havelterberg. Dit grafmonument is nooit onderzocht.

Hunebed D54 bij Havelte

Meer weten over hunebedden D54 en D53?

  1. Over dit hunebed: Wikipedia D53 en D54, en op Hunebedden.nl D53 en D54.
  2. Het Drents Museum in Assen en het Muzeeaquarium in Delfzijl
  3. Wijnand van der Sanden, Gids voor de hunebedden in Drenthe en Groningen (2017)

Op Google Earth vindt u hunebed D53 hier en hunebed D54 daar. Ik bezocht dit tweetal op 20 augustus  2021, fietsend van Steenwijk naar Hoogeveen.

Hunebed van de dag: D43 (Emmen)

Hunebed D43 bij Emmen

Het op zes na zuidelijkste hunebed in Nederland is een rare snoeshaan. D43 is heel oud en werkelijk kolossaal. Waar een lengte van een meter of vijftien voor zo’n trechterbekergrafmonument al heel aanzienlijk is, strekt de buitenkrans van zwerfkeien zich hier uit over een afstand van een ruim veertig meter. De krans is bijna zeven meter breed. Hunebed D43 is eigenlijk een beetje een on-Drents grafmonument: een zogeheten langgraf, ofwel een hunebed zonder dekstenen. Die kennen we eigenlijk vooral uit Duitsland. Dit is de meest westelijke en het enige binnen de Nederlandse grenzen.

Langgraf

In feite plaatsten de hunebedbouwers hier twee graven in één lange, gedeelde steenkring. De lokale naam is dan ook De Grafkelders, meervoud. De ingesloten graven zijn dan weer wat aan de kleine kant: het noordelijke, met de ingang naar het oosten, meet 4½ bij drie meter en het zuidelijke, met de ingang naar het westen, is ruim acht meter lang en bijna drie meter breed. Binnen de krans liggen ze ruwweg in elkaars verlengde, zich uitstrekkend van noord naar zuid, wat voor hunebedden ongebruikelijk is. Meestal zijn ze op het oosten gericht.

Lees verder “Hunebed van de dag: D43 (Emmen)”

Hunebed van de dag: D51 (Noord-Sleen)

Hunebed D51 bij Noord-Sleen

Het op zeven na zuidelijkste hunebed in Nederland is D51, een ganggraf dat zich bevindt op een boogscheut van D50. Het is 12¼ meter lang en 3½ meter breed, dus aan de forse kant.

Voor nogal wat auteurs is D51, in vergelijking met D50, een beetje een tegenvaller. Herman Clerinx schrijft in Een paleis voor de doden dat het er wat zielig bij staat; Hunebeddeninfo.nl vindt dat D51 schraal afsteekt bij zijn broer; Hunebedden.nl typeert het als onttakeld; de Wikipedia noemt het zwaar beschadigd. Wijnand van der Sanden heeft er in de Gids voor de hunebedden ook niet veel over te melden en gaat, zoals gezegd, in op astronomische speculaties.

Lees verder “Hunebed van de dag: D51 (Noord-Sleen)”