Moses Shapira in Crooswijk

Toegangspoort en drenkelingenloods, begraafplaats Crooswijk

Vorig jaar rond deze tijd blogde ik enkele keren over Moses Shapira. De Pools-Duitse, in Jeruzalem gevestigde handelaar in oudheden kwam in 1872 in opspraak doordat hij vervalste Moabitische beeldjes had verkocht. Als je het verhaal leest, zie je hoe gewiekst hij de prijs opdreef door tegen Britse kopers te zeggen dat het Altes Museum in Berlijn zulk materiaal al bezat. Een van de bedrogenen was Herbert Kitchener, de latere veldmaarschalk.

Dode-Zee-rollen

De maker van de beeldjes was een zekere Salim al-Khouri en Shapira wist in 1872 nog de indruk te wekken dat hij nergens van had geweten. Zijn reputatie had echter stevige krassen opgelopen en toen hij elf jaar later in West-Europa aankwam met een oude Deuteronomium-rol, geloofde niemand dat die echt was. Dat er ooit elf geboden zouden zijn geweest, was natuurlijk vrij onwaarschijnlijk. En de man was dus ook niet heel geloofwaardig.

Na de ontdekking van de Dode-Zee-rollen hebben onderzoekers nog eens gekeken naar de (nog bestaande) kopieën van Shapira’s boekrol, maar het oordeel is onveranderd. De negentiende-eeuwse geleerden die het echte document hebben kunnen bestuderen, constateerden dat zowel de lettertekens als de gebruikte woorden dateerden uit verschillende tijdperken. U leest er hier meer over. Vorig jaar was er weer iemand die meende dat het materiaal echt was, maar ik word eigenlijk moe van mensen die menen de authenticiteit te kunnen bewijzen van iets dat er niet meer is. Je kunt het niet meer onderzoeken, doe het dan ook niet. De negentiende-eeuwse geleerden die de originele vervalsing wel hebben gezien, waren niet dom.

Zelfmoord

Het is met Shapira niet goed afgelopen. In diverse West-Europese steden kreeg hij honende publiciteit en uiteindelijk pleegde hij op 9 maart 1884 zelfmoord in een pension in Rotterdam. Omdat de affaire me boeide, heb ik vorig jaar geblogd over enkele stukken uit het Rotterdamse gemeentearchief. Het dagrapport van de politie eindigt met een vermelding van Shapira’s voorlaatste rustplaats:

Het lijk is na door den geneeskundige M. Eshuijs te zijn in oogenschouw genomen, overgebragt in de loods voor drenkelingen.

Dat is het gebouwtje dat u hierboven ziet. Het is naast een toegangspoort van begraafplaats Crooswijk, tegenover de Rotte. Hiervandaan is het stoffelijk overschot uiteindelijk begraven. Uit het overlijdensregister:

Ter herinnering is aan het voeteinde der kist een pasje geslagen.

Blijkbaar hield men er rekening mee dat het graf op rij 14, diepte 2, nummer 11 nog eens voor politieonderzoek geopend moest worden. Het is vermoedelijk geruimd. Ik heb althans, toen ik vorige maand langs de Rotte fietste, de moeite niet meer genomen te zoeken naar het graf van Moses Shapira.