De archiefstukken over Moses Shapira

Overlijdensbericht van Shapira (Het Vaderland, 12 maart 1884)

Eigenlijk had ik deze eerste april willen benutten om u iets te vertellen over de Moabitische vervalsingen waarbij Moses Shapira – ook wel aangeduid als Wilhem Shapiro en varianten op die naam – betrokken is geweest. Hij zou later met een vervalste Deuteronomium-rol naar West-Europa komen. Ik wilde dan later de Shapira-stukken tonen die de medewerkers van het Rotterdamse stadsarchief zo vriendelijk waren me te sturen.

Omdat echter laatst iemand beweerde dat die Deuteronomium-rol echt was, heb ik een deel van mijn kruit al verschoten, want die claim moest meteen gepareerd. Anders gaan mensen werkelijk denken dat de negentiende-eeuwse onderzoekers klungels waren of dat je wetenschappelijke uitspraken kunt doen over een document dat niet beschikbaar is voor onderzoek. U leest er hier meer over. De archiefstukken had u echter nog te goed en ik begin met het krantenknipsel hierboven.

Bericht uit Het Vaderland, 12 maart 1884

Shapira, die zich te Rotterdam in een logement heeft doodgeschoten, is de bekende vervaardiger van Oud-Testamentische handschriften. Men zal zich herinneren, dat hij eenige maanden geleden te Berlijn en Londen is geweest, om oude manuscripten van het boek Deuteronomium te verkoopen, waarvoor hij bij het Britsch Museum een miljoen pond sterling vroeg, maar wier onechtheid weldra aan het licht kwam.

Na dien tijd heeft hij volgens de NRC hier te lande verblijf gehouden, naar het schijnt eerst te Amsterdam en vervolgens te Bloemendaal, waarna hij ongeveer vier maanden geleden te Rotterdam zijn intrek heeft genomen in Adler’s Hotel. Van daar was hij sinds een paar weken overgegaan naar het hotel Willemsbrug, in de Boompjes.

Aldaar werd men eergisterennamiddag ongerust, doordien men hem reeds een paar dagen niet meer had gezien en ook niets van hem had vernomen. Daar hij bovendien de deur zijner kamer had afgesloten, werd er bericht gegeven aan de politie. Deze liet de deur openbreken en vond op liet bed het vreeselijk bebloede lijk van den logeergast. Naast hem lag een revolver met zes loopen, die nog voor vijf schoten geladen was. Bij de lijkschouwing bleek, dat bij zich een kogel door het hoofd had gejaagd.

Op zijn kamer vond men eenige visitekaartjes, waarop gedrukt staat: “A.M. Shapira, bookseller and antiquarian, agent of the British Museum”, en lager “Jerusalem”. Zijn koffer was geheel gevuld met papieren, waaronder verscheidene in folio-formaat, in het Engelsch, Hebreeuwsch, enz., benevens eenige brochures en brieven. Voorts vond men nog een brief, die eerst onlangs was geschreven en waaruit voldoende bleek, dat zijn zielstoestand in de laatste dagen wel iets te wenschen overliet.

Ditzelfde meende men ook te Schiedam te hebben opgemerkt; althans bij een bezoek aldaar werd hij op vermoeden van krankzinnigheid door de politie aangehouden. Naar het schijnt was hij genaturaliseerd Duitscher en had hij in Duitschland welgestelde familie, terwijl zijn vrouw met een kind nog te Jeruzalem woont en een ander kind te Berlijn in een pension is geplaatst.

Dagrapport van de politie (zondag 9 maart 1884)

Politie-dagrapport 9 maart 1884, blad 3
Politie-dagrapport 9 maart 1884, blad 4

½ 2 uur. Nadat heden vanmiddag aan ’t bureau was kennis gegeven dat in ’t logement van L.C. Wiekera (?) aan de Boompjes, “Hotel Willemsbrug”, een logeergast sedert eergisteren avond niet uit zijne logeerkamer was gekomen, zijnde de deur daarvan gesloten, is de onderinspecteur van politie G. Putman Cramer derwaarts gegaan en is het aan dezen gebleken dat bedoelde logeergast, blijkbaar genaamd M.W. Shapira, boekverkooper, oudheidkenner en agent van het Britsch Museum, zich met een pistoolschot van ’t leven heeft beroofd. Het lijk is na door den geneeskundige M. Eshuijs te zijn in oogenschouw genomen, overgebragt in de loods voor drenkelingen.

[Uit blad 1 van het rapport blijkt dat agent Putman Cramer de melding kreeg om 12 uur, de zelfmoord constateerde rond half twee en om vier uur op bureau terugkeerde. Na een uur pauze schreef hij het eigenlijke rapport ergens tussen 17 en 21:30.]

Overlijdensregister begraafplaats Crooswijk

Uit het overlijdensregister

Het overlijdensregister vermeldt Wilhelm Shapira, 51 jaar oud, lichaam in de loods [voor drenkelingen], begraven 13 [maart], en uiteindelijk het grafnummer: rij 14, diepte 2, nummer 11, op het algemene deel van de begraafplaats. De laatste aantekening luidt “ter herinnering is aan het voeteinde der kist een pasje geslagen”, maar het is me niet helemaal duidelijk wat dat kan zijn; misschien lees ik het niet goed.

Overlijdensakte

Uit het overlijdensregister van Rotterdam

[De overlijdensakte vermeldt dat op 12 maart 1884 twee agenten van politie aangifte hebben gedaan van de dood van Wilhelm Shapira. Er staan een geboorteplaats die ik niet kan lezen en een woonplaats die ik evenmin kan ontcijferen.]

3 gedachtes over “De archiefstukken over Moses Shapira

  1. A. den Teuling

    De woonplaats is ongetwijfeld Stockhausen. Daarvan zijn er alleen in noord-Duitsland al een stuk of zes. De geboorteplaats lees ik als Dückschid of Sückschid, maar die plaatsen kennen google en maps maps niet. Ook varianten met -scheid of met een andere beginletter leveren geen treffer.

    1. Jeroen

      Hij zou geboren moeten zijn in de Oekraïne, Kamianets-Podilskyi.
      Maar dat haal ik inderdaad niet uit hetgeen hierboven geschreven staat… is er wellicht een (ver-Duitse?) oudere naam voor deze plaats?

Reacties zijn gesloten.