Aanbevelingsbrieven

Trajanus (Glyptothek, München)

Een opvallend groot aantal brieven uit de Oudheid is te typeren als aanbeveling. Ik ga daar hieronder het een en ander over neuzelen, maar het is zinvol als u eerst eens zo’n aanbevelingsbrief hebt gelezen. Hieronder is dus eerst een voorbeeld uit de correspondentie van Plinius de Jongere, gericht aan keizer Trajanus en daterend uit 112 n.Chr.

Plinius’ aanbevelingsbrief

Samenvatting: Plinius vraagt voor een geleerde ridder uit Hippo Regius in Numidië een ontheffing van het verplicht beheren van het vermogen van een vrouwelijk familielid. Dit kon tijdrovend werk zijn en vermoedelijk vond Plinius dat de geleerde zich verdienstelijker maakte met nieuw literair werk dan met vermogensbeheer.

Deze brief, heer, betreft Suetonius Tranquillus. Hij is een bijzonder gedegen, eerbaar en geleerd man, die ik vanwege zijn karakter en zijn literaire werk al lang geleden heb opgenomen in mijn meest directe vriendenkring. En ik ga hem nu des te meer waarderen, naarmate ik hem van meer nabij leer kennen.

Voor Suetonius is het drie-kinderen-privilege dringend gewenst, en wel om twee redenen. Ten eerste verdient hij wat hem naar het oordeel van zijn vrienden toekomt, en ten tweede is zijn huwelijk niet erg gelukkig geweest, waardoor hij nu, via ons, van uw goedheid moet zien te verkrijgen wat een boos lot hem heeft misgund.

Ik besef, heer, wat voor grote gunst ik vraag. Maar ik vraag het aan ú, wiens ruimhartigheid ik mag ervaren bij alles wat ik wens. En hoe bijzonder graag ik dit wil moge hieruit blijken: ik zou het u in mijn afwezigheid niet vragen als ik het gewoon graag wilde. (Brief 10.94; Vincent Hunink)

Een aanbevelingsbrief moest naar twee kanten complimenteus zijn. Plinius moest aangeven waarom degene voor wie hij een gunst vroeg, deze ook verdiende. Hier kwam Plinius niet echt uit, dus hij houdt het op “naar het oordeel van vrienden”. We weten niet wat daarmee bedoeld is geweest. Verder moest de auteur van een aanbevelingsbrief stroop smeren naar degene aan wie de gunst werd gevraagd. In dit geval de keizer. Voor een senator was dat natuurlijk dagelijks werk.

Het gevolg

Wat deze brief betreft is alles goed gekomen. U herkende wellicht al dat degene voor wie Plinius het drie-kinderen-privilege vraagt, geen ander is dan de Suetonius die de beroemde keizerlevens heeft geschreven. Een inscriptie uit zijn geboorteplaats Hippo maakt duidelijk dat hij achtereenvolgens de ambten van a bybliothecis, a studiis en ab epistulis heeft bekleed. Zeg maar directeur van alle bibliotheken in Rome, hoofd documentalist en minister van binnenlandse correspondentie. Het derde ambt gaf Suetonius meer macht dan waarvan Plinius, hoewel als senator Suetonius’ meerdere, ooit zou hebben kunnen dromen.

Kortom, Plinius wist goed voor wie hij gunsten vroeg: Suetonius had talent en verdiende de bemiddeling. Zie ik het goed, dan zijn de meeste antieke aanbevelingsbrieven geschreven voor mensen die inderdaad alleszins capabel waren. Degene die de aanbeveling deed, nam een bescheiden risico en stak zijn nek alleen uit als het zin had.

Waarom?

Zoals ik al aangaf  zijn opvallend veel brieven uit de Oudheid te typeren als aanbeveling. Het heeft alles te maken met het voorindustriële karakter van de antieke samenleving. De agrarische rendementen waren laag, de welvaart was gering, onderwijs was rudimentair en het openbaar bestuur hield geen toezicht op de scholen. Anders dan in China, waar een aspirant-overheidsdienaar een examen kon doen, kende de Romeinse wereld geen enkele onafhankelijke toetsing van iemands kwaliteiten. Diploma’s bestonden niet, althans niet in onze betekenis van dat woord.

Je had dus aanbevelingsbrieven nodig. Iemand moest voor je instaan. Het zou interessant zijn de Romeinse aanbevelingsbrieven eens te vergelijken met die uit Habsburg-Spanje, uit het absolutistische Frankrijk en die uit de Republiek der Verenigde Nederlanden. Zo’n studie ken ik echter niet.

**

Overigens: mijn neef uit Curaçao komt binnenkort in Utrecht studeren. Filosofie. Het vinden van een kamer is nogal lastig. Het is een slimme kerel die, doordat hij in twee culturen is opgegroeid, verstandig is voor zijn jaren. Dus ik beveel hem aan u aan.

20 gedachtes over “Aanbevelingsbrieven

  1. FrankB

    Weliswaar heb je mij nog geen stroop om de mond gesmeerd. Maar voor het geval dat: zelfs al zou hij Utrecht inwisselen voor Groningen (Zernike is vanaf mijn woninkje een uur bussen, met een beetje geluk zonder overstap), dan verbiedt mijn huurcontract mij hem te helpen.

  2. Huibert Schijf

    Interessant voorstel voor vergelijking van aanbevelingsbrieven. Aanbevelingsbrieven bestaan nog steeds, neem ik aan. Zelf heb ik ze regelmatig voor studenten geschreven. Voor mij zijn ook weleens een aanbevelingsbrieven geschreven. Of gaat dat tegenwoordig informeler?

  3. Rob Duijf

    Misschien moet je hier even uitleggen wat het drie-kinderen-recht – ius trium liberorum – inhoudt?

      1. Ik heb ook geen idee wat het drie-kinder-recht inhoud, maar helaas begrijp ik ook weinig van de door René gegoogelde uitleg.

        Ik lees daar bijvoorbeeld “Ouders kregen het recht om drie kinderen te krijgen als ze ten minste drie biologische of geadopteerde kinderen hadden.” Dus je mag geen derde kind verwekken of adopteren, maar als je het toch doet krijg je achteraf het recht om dat wel te doen??? Dat klinkt zo krom en onzinnig dat ik het vast verkeerd begrepen heb.

        1. Zoals ik het interpreteer (maar de formulering is inderdaad ongelukkig) is het “recht-om-drie-kinderen-te-krijgen” een bepaalde status die je automatisch kreeg als je drie kinderen had. Je had dan bepaalde voorrechten. Dat recht kon je blijkbaar ook op andere manieren verkrijgen, als de keizer het goed vond. Je had dan wel geen drie kinderen, maar je kon mooi profiteren van de daarbij horende voorrechten.

          1. Dank je wel Joost!

            Dus als ik het goed begrijp ontslaat het drie-kinderen-privilege iemand onder meer van de (kennelijke) plicht om het vermogen te beheren van verwanten die daar zelf niet toe instaat zijn. Dit recht krijg je automatisch als je een derde kind kreeg. Suetonius heeft niet voldoende kinderen om op basis daarvan in voor het drie-kinderen-recht in aanmerking te komen en daarom vraagt de Plinius aan de keizer die dit recht ook aan mensen die geen drie kinderen hebben kan verlenen om dit recht aan Suetonius te verlenen.

            Dit maakt ook Plinius tweede reden (die door Jona niet toegelicht wordt) duidelijk. ‘Het huwelijk bleef ongelukkig’ betekent kennelijk ‘er werden uit de huwelijk geen kinderen geboren’.

            Heel helder! Nogmaals dank!

          2. Het lijkt er overigens op dat ‘no-regime.com’ een dubieuze roofsite is die artikelen van de Engelse en Duitse Wikipedia te rooft, ze door Google-translate in minder gangbare talen (Nederlands, Hongaars, Turks, en nog zo wat) laat vertalen en inkomsten genereert door er advertenties aan toe te voegen.

            Ik heb het origineel op de Duitse Wikipedia opgezocht en dat laat, i.t.t. tot de tekst op de roofsite, aan duidelijkheid niet te wensen over. De roofsite maakt er een potje van. Zo wordt “Maßnahme zur gesellschaftlichen Neuordnung” vervormd tot “een maatstaf voor sociale reorganisatie” en de zin die ik in mijn vorige commentaar citeerde luidt in het origineel “Mit dem Dreikindrecht wurden Eltern ausgezeichnet, wenn sie mindestens drei leibliche oder adoptierte Kinder hatten.” De daarop volgende zin, “Bürgern, die sich in besonderer Weise um Rom verdient gemacht hatten, konnte das Dreikindrecht ehrenhalber verliehen werden”, is misvormd tot “Burgers die een bijzondere bijdrage aan Rome hadden geleverd, konden het recht krijgen om op ere-basis drie kinderen te krijgen.”

            Ik denk dat het beter is dergelijke roofsite links te laten liggen.

            1. En de merkwaardige claim dat de serie maatregelen waar het “recht op drie kinderen” deel van uitmaakte de bevolkingsgroei moest stimuleren door “huwelijk en kinderloosheid” te bestrijden wordt duidelijk als je beseft dat er in het Duits “Ehe- und Kinderlosigkeit” staat.

            2. Huibert Schijf

              Geheel mee eens. Zeer gewaarde uitzoekerij. De geciteerde Duitse zinnen zijn glashelder. En google vertalingen zijn nog steeds niet te vertrouwen.

  4. Dirk Zwysen

    Doet denken aan 18de-eeuws Engeland en een carrière in de Royal Navy. Je kon zelfs als zeeman opklimmen tot een officiersbestaan, maar omdat de concurrentie groot was en het aantal commando’s beperkt, geraakte je niet ver zonder “interest”, te weten connecties en aanbevelingen door machtige personen.

          1. Dirk Zwysen

            In Fik Meijers boek over Catilina en Clodius (bedankt voor de tip, Jona!) stelt hij dat verschillende pogingen tot hervorming in het voordeel van de landelijke bevolking (verarmde boeren, Italiërs…) op een njet stootten omdat de senatoren meer belang hechtten aan hun netwerk van cliënten in de stad.
            Over de 18de eeuw: Horatio Nelson beklaagde zich regelmatig over zijn gebrek aan “interest”, voornamelijk zijn oom, kapitein Maurice Suckling. Ondanks zijn beperkte netwerk schopte hij het toch maar tot Engelands grootste zeeheld, al bleef hij tot het einde van zijn dagen zeuren over gebrek aan erkenning. Nelson heeft zich vaak met vuur ingezet voor de verdere carrière van de mensen die onder hem dienden.

            1. Frans Buijs

              Dat heb je wel vaker bij zo’n self made man. Hoe hard je ook je best doet, je zult nooit echt bij het old boys network horen. Tijdgenoot Napoleon loste het op door de macht te grijpen, maar die had dan ook het geluk dat er een revolutie aan de gang was.

  5. huibree

    Vermoedelijk is de UBER-communicatie van Mw. Neelie Kroes minder elegant van stijl 🙂

Reacties zijn gesloten.