Het Senaatsgebouw in Rome (2)

De vloer van het Senaatsgebouw

Ten tijde van de Republiek werden in het Senaatsgebouw zaken gedaan, maar in de Keizertijd was dat afgelopen. Toch waren de zittingen belangrijk. Als de Senaat niet met reces was (bijvoorbeeld tijdens de wijnoogst), kon de keizer hier aan de rijkste Romeinen meedelen wat hij had besloten. Door hen als eersten op de hoogte te brengen, liet hij zijn waardering blijken. Zo werd steeds opnieuw de loyaliteit bewerkstelligd van het college dat nog altijd legitimiteit verleende.

Verder fungeerde de Senaat als rechtbank voor gouverneurs die van wanbeheer waren beschuldigd. Hoewel de meeste gouverneurs zelf senator waren, kwamen veroordelingen wel degelijk voor, zodat een rechtszaak vaak spannend was. Al in de eerste fase, waarin de precieze aanklacht werd geformuleerd, kon het er heet aan toegaan. Senator Plinius de Jongere beschrijft hoe een advocaat optrad in een afpersingszaak:

Lees verder “Het Senaatsgebouw in Rome (2)”

Het Romeinse hooggerechtshof: de Basilica Julia

De Basilica Julia

Een blogje over Rome, waarom ook niet, ik schrijf er tenslotte nooit over. We gaan naar het Forum Romanum, naar de Basilica Julia: in de keizertijd de plaats waar het hooggerechtshof samenkwam. Eerder stond hier het huis van Publius Cornelius Scipio, de generaal die de Tweede Punische Oorlog had beëindigd door Iberië te veroveren en daarna bij Zama de Karthaagse generaal Hannibal te verslaan. Scipio’s dochter Cornelia was in 175 getrouwd met Tiberius Sempronius Gracchus, de voornaamste senator (princeps) uit het tweede kwart van de tweede eeuw v.Chr., rijk geworden met de pacificatie van wat wij Castilië zouden noemen. Hun kinderen waren de revolutionaire volkstribunen Tiberius en Gaius Sempronius Gracchus. Volgens de geschiedschrijver Titus Livius kocht Sempronius Senior, toen hij in 169 censor was, het huis van zijn schoonvader:

Tiberius Sempronius Gracchus kocht van het hem van staatswege toegewezen fonds het huis op van Publius Cornelius Scipio Africanus. Dat stond achter de Oude Winkelgalerij, vlakbij het beeld van Vortumnus, bij de  slagerijen en de winkels. Sempronius liet daar de basilica bouwen die later Sempronia werd genoemd. noot Livius, Geschiedenis van Rome sinds de Stichting van de Stad 44.16.10-11.

Lees verder “Het Romeinse hooggerechtshof: de Basilica Julia”

Titus Livius (7): kwaliteiten

Zomaar een Romein met een kapsel à la keizer Augustus, niet per se Titus Livius (Archeologisch museum Córdoba)

[Laatste blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]

Livius leefde tweeduizend jaar geleden. Je mag hem elitair noemen, je mag zijn moralisme oppervlakkig noemen. Het is immers een klassieke auteur. Om deze reeks niet in mineur te beëindigen, noem ik twee deugden die Livius óók bezit.

Titus Livius als stilist

Om te beginnen kan hij een verhaal vertellen. Tijdens het bewind van keizer Domitianus (r.81-96) stelde Quintilianus, een docent welsprekendheid, de Romeinse geschiedschrijvers Livius en Sallustius gelijk aan de Griekse auteurs Herodotos en Thoukydides.noot [Quintilianus, Opleiding tot redenaar 10.1.101.]. Dat was destijds de allergrootst mogelijke lof. Als Livius iets vertelde, zo vervolgde Quintilianus, was het verhaal zo helder als kristal, terwijl zijn toespraken onbeschrijfelijk welluidend waren.

Lees verder “Titus Livius (7): kwaliteiten”

De Tiber

De Tiber bij het eiland in Rome

Amsterdam ligt aan de Amstel, Antwerpen aan de Schelde en Rome aan de Tiber. Dat was destijds, vóór de kanalisering van 1870, een wispelturige rivier die vaak buiten haar oevers trad. Helaas stonden de Romeinse graanpakhuizen stroomafwaarts, tussen de heuvel Aventijn en de rivier. Als ze onder water kwamen staan, was de ellende niet te overzien. De Historia Augusta geeft een beschrijving:

[Keizer] Marcus Aurelius gaf zich geheel en al over aan de filosofie en won de genegenheid van de burgerij. Maar de overstroming van de Tiber, de ergste in zijn tijd, verstoorde dat geluk. Ze trof veel gebouwen in de stad, doodde talloze dieren en veroorzaakte een zeer ernstige hongersnood. Maar Marcus en [zijn medekeizer] Lucius Verus verlichtten de nood door hun zorgzaamheid en aanwezigheid.noot Historia Augusta, Marcus Aurelius 8.2-5.

Lees verder “De Tiber”

Het leven van Suetonius

De inscriptie met Suetonius’ carrière (Archeologisch Museum, Annaba)

Als u nog nooit een antieke bron heb gelezen, zijn er eigenlijk maar drie plaatsen om te beginnen: de profeet Amos, voor het betere pek-en-zwavel-werk, de altijd onderhoudende Historiën van Herodotos van Halikarnassos of de keizerlevens van Suetonius. Over eerstgenoemde moeten we het bij gelegenheid nog eens hebben, over de tweede hebben we het al eens gehad, en dus is vandaag Suetonius aan de buurt.

Suetonius’ jeugd

Gaius Suetonius Tranquillus, zoals zijn volledige naam luidt, is geboren in de havenstad Hippo Regius, het moderne Annaba in het noordoosten van Algerije. Zijn vader, Suetonius Laetus, was een rijk man en behoorde tot de ridderstand, de op een na hoogste rang in de Romeinse elite (na de senatoren). In 69 na Chr., het jaar van de burgeroorlog die bekend staat als Vierkeizerjaar, diende Laetus als tribuun in het Dertiende Legioen Gemina. Zijn zoon zou later vertellen dat Laetus aanwezig was geweest toen keizer Otho besloot zelfmoord te plegen.

Lees verder “Het leven van Suetonius”

Langs elkaar heen praten tot de dood erop volgt (1)

Paulus (Catacomben van Domitilla, Rome)

“Verwerpelijk bijgelovig geraaskal.” In woorden van die strekking typeert Plinius, Romeins provinciebestuurder, in een brief aan keizer Trajanus de uitspraken van twee christelijke vrouwen. Van hun geloofspraktijk en ethische code kan Plinius nog wel iets begrijpen, maar wat het christelijke geloof zelf inhoudt, daar kan deze gezagsdrager niets mee.

We weten dat Plinius’ aanpak van christenen in zijn provincie Bithynië uitmondde in executie, maar kunnen niet nagaan wat de vrouwen tegen Plinius zeiden toen hij ze de duimschroeven aandraaide. Van een soortgelijk verhoor van later in de tweede eeuw is echter wel iets bewaard gebleven in de vorm van een martelaarsakte.

Dankbetuiging

“We hebben niets verkeerd gedaan,” zegt de woordvoerder van deze groep tegen gouverneur Saturninus, achter gesloten deuren in Carthago. Dat zal de overheidsbeambte ook andere gevangenen hebben horen zeggen, maar wat hem erg vreemd in de oren moet klinken is wat de christen daarna zegt:

Lees verder “Langs elkaar heen praten tot de dood erop volgt (1)”

Romeinse villa’s in Limburg

Detail van een muurschildering uit de villa bij Maasbracht (Limburgs Museum, Venlo)

Het is een gemeenplaats dat het Romeinse Rijk een agrarische wereld was. Je kunt als vuistregel nemen dat negen boeren het eten produceerden voor tien mensen. Als we optimistisch zijn, waren tijdens het Romeins Klimaatoptimum acht boeren genoeg. In een zó agrarische samenleving hebben ook degenen die nooit ploegden en nooit met een kudde op pad gingen, een vanzelfsprekende boerenmentaliteit. Een schatrijke Romeinse senator als Plinius de Jongere stelde groot belang in het verwerven van de juiste gronden en het aantrekken van de juiste pachters. Zelfs de aanleg van een siertuin had zijn aandacht. (Vincent Hunink verzamelde Plinius’ teksten over het landelijk leven in een boekje dat Mijn landhuizen heet. Ik schreef er al eens over.)

Wat is een villa?

Dit betrof dus de landhuizen van iemand aan de top van de maatschappelijke elite van het oude Italië. We noemen die landhuizen vaak villa’s, maar dat is een onhandige term. Het Latijnse woord heeft namelijk de betekenis van “exploitatie-eenheid” en slaat niet zelden op betrekkelijk kleine bedrijven. Bovendien denken wij, eentwintigste-eeuwers, bij een villa aan een rustiek gelegen buitenhuis of een bungalow met een grote tuin. In de Oudheid gaat het toch meer om plantages waar slaven en deelpachters hard werkten om voldoende te produceren. Naast het bedrijfsgedeelte, de pars rustica, was er een woongedeelte, de pars urbana, doorgaans simpel.

Lees verder “Romeinse villa’s in Limburg”

Romeins Recht (2): Keizertijd

Portret van een Romeinse rechtsgeleerde, vermoedelijk Ulpianus (Palazzo Massimo, Rome)

In het vorige blogje vertelde ik over de complexe republikeinse grondslagen van het Romeins Recht. In de Keizertijd ontstond steeds meer behoefte aan één, systematisch geordend geheel. Eén reden was dat de rechtsgeleerden zochten naar algemene principes, een tweede reden was ambtelijke rationaliteit, een derde reden was het verlangen geen rechtsongelijkheid te laten groeien tussen de diverse provincies. Dit was geen denkbeeldig gevaar. Immers, de keizer regeerde officieel als gouverneur van een stuk of twintig provincies, waar zijn edicten golden, terwijl er ook een stuk of twintig provincies waren waar dat niet het geval was.

Eén Romeins Recht

In anderhalve eeuw keizerlijk bewind veranderde de situatie aanzienlijk. Hoewel het gewoon mogelijk was dat in de ene provincie keizerlijk recht gold en in de andere niet, volgden de magistraten in de niet-keizerlijke provincies doorgaans de keizerlijke edicten. Dat gold ook voor het recht van niet-Romeinen. Waar we dat kennen, zoals in Judea, accepteerde men de Romeinse regels. De Mishna, de eerste optekening van rabbijnse wijsheid, is te zien als een handboek om joods te leven in een wereld waar het recht niet meer Joods is.

Lees verder “Romeins Recht (2): Keizertijd”

III Gallica (2)

Soldaten van III Gallica eren keizer Caracalla (Nahr al-Kalb; meer)

[Tweede blogje over de geschiedenis van het Derde Legioen Gallica. Het eerste was hier.]

Armenië, Judea en Italië

Tijdens de regering van keizer Nero nam het Derde Legioen Gallica onder leiding van Corbulo deel aan de oorlogen in Armenië waarover ik al schreef. In 66 maakte een onderafdeling van III Gallica deel uit van het expeditieleger waarmee Gaius Cestius Gallus vergeefs probeerde de Joodse Opstand in de kiem te smoren. Vermoedelijk dienden de soldaten nog even onder Vespasianus, de door Nero gestuurde generaal die de regio moest pacificeren. Begin 68 werden ze echter overgeplaatst naar de Donau, waar III Gallica en VIII Augusta met succes de grens beveiligden tegen de Roxolani.

Lees verder “III Gallica (2)”

Aanbevelingsbrieven

Trajanus (Glyptothek, München)

Een opvallend groot aantal brieven uit de Oudheid is te typeren als aanbeveling. Ik ga daar hieronder het een en ander over neuzelen, maar het is zinvol als u eerst eens zo’n aanbevelingsbrief hebt gelezen. Hieronder is dus eerst een voorbeeld uit de correspondentie van Plinius de Jongere, gericht aan keizer Trajanus en daterend uit 112 na Chr.

Plinius’ aanbevelingsbrief

Samenvatting: Plinius vraagt voor een geleerde ridder uit Hippo Regius in Numidië een ontheffing van het verplicht beheren van het vermogen van een vrouwelijk familielid. Dit kon tijdrovend werk zijn en vermoedelijk vond Plinius dat de geleerde zich verdienstelijker maakte met nieuw literair werk dan met vermogensbeheer.

Lees verder “Aanbevelingsbrieven”