Het jaar 1000: vroege globalisering?

Zoals ik zojuist beschreef, toont Daan Nijssen in Alle wegen leiden naar Babel hoe de grote handelswegen in het oude Nabije Oosten en de Mediterrane wereld groeiden. De Chinezen hoefden alleen maar in te pluggen in een bestaand netwerk. Dat is waar Nijssens verhaal eindigt. Het boek van Valerie Hansen, The Year 1000, pakt de draad een ruim millennium later op als de ontstane handelsnetwerken een schaalvergroting zouden hebben ondergaan.

In de woorden van Hansen, die geschiedenis doceert aan de Yale-universiteit, begon de globalisering rond het Jaar 1000. Dat is een samengestelde bewering die haar dwingt twee dingen te bewijzen:

  1. er was zoiets als globalisering,
  2. die begon rond 1000.

Dat laatste is natuurlijk slechts een nummer. Historici hebben vanouds een ambigue houding ten opzichte van l’an mil, waarvan ze enerzijds weten dat het geen keerpunt was, maar dat ze anderzijds graag gebruiken als signaalwoord om aandacht te trekken. “Globalisering” is ook geen fijn woord. Hansen focust op handel en heeft het soms ook over geweld, maar haar essentialistische beeld van religie laat haar geen ruimte voor wederzijdse beïnvloeding tussen de wereldgodsdiensten, die toch ook hoort bij het algemene culturele proces. Zelfs als we haar conceptuele vaagheid accepteren, is The Year 1000 echter mislukt. Hansen kan het eerste deel van haar stelling illustreren, niet méér, en bewijst het tweede geheel niet.

Globalisering?

Dát er handel tussen de diverse culturen was, toont Hansen uitvoerig aan. Ze beschrijft Noormannen in Canada en speculeert over een Viking-raid op de Maya’s; ze vertelt over allerlei vormen van slavenhandel; het Afrikaanse goud komt aan bod; ze heeft fascinerende informatie over de kolonisatie van Madagascar vanuit Achter-Indië; ze schrijft met aanstekelijk enthousiasme over China. Het is een prachtig overzicht van de wereld ten tijde van de Volle Middeleeuwen. Het wemelt van de leuke feitjes.

Vernieuwend is het vanzelfsprekend niet. Het is allemaal al eerder gedaan in boeken als Berzocks Caravans of gold (over de handel in Afrika) of Hansens eigen (in deze blog al besproken) The Silk Road. Belangrijker is dat Hansen vergeet dat ze moet bewijzen dat het handelsvolume in pakweg de tweemaal twee eeuwen voor en na 1000 toenam. Leuke feitjes, zeker, en lezenswaardig, dat zeker ook, maar de analyse is onvolledig.

Datering?

Bovendien: wanneer begon het? Hansen is serieus dat het decennium na 1000 een keerpunt was. 1000 is niet slechts een signaalwoord: in 1005 sloten de Liao- en Song-dynastieën een verdrag, een jaar later namen de Karakhaniden de stad Kashgar, en ruwweg op dat moment maakten de Noormannen en de First Nations contact. Maar zelfs als Hansen een wijder interval had gekozen, bijvoorbeeld enkele eeuwen rond 1000, was dit problematisch.

De lezer van het boek van Nijssen (of van de in mijn vorige blogje genoemde boeken over de Zijderoute) weet dat er al veel eerder handelscontacten waren en dat die behoorlijk massaal waren. Zie eventueel ook de berekeningen in McLaughlins The Roman Empire and the Indian Ocean. Voor de verspreiding van mondelinge informatie over enorme afstanden in Afrika, zie Lacroix’ boek Africa in Antiquity. Waarom noemt Hansen dan 1000?

Haar stelling is dat er op dat moment een demografische doorbraak was. Doordat er overal meer graan, rijst en mais werd geproduceerd, waren er meer mensen, ontmoette een reiziger veel vaker andere mensen, was er meer kans op contact en dus op handel. Helaas baseert ze haar opvattingen over een toename van de graanteelt op het allang weerlegde idee dat pas ten tijde van Karel de Grote het drieslagstelsel is ingevoerd.

Hoewel er best iets valt te zeggen voor het idee dat de mensheid op een bepaald moment een kritische grens overschreed waardoor contact en handel aantrekkelijker werd, kan dat elk moment zijn geweest en in elke regio op een ander moment. Hansens argumentatiestijl bestaat dus enerzijds uit het opsommen van feitjes die weliswaar bewijzen dát er handel was maar die niet bewijzen dat er een kwantitatieve toename was, en anderzijds uit een niet onderbouwde claim dat dit rond 1000 gebeurde. Laut tönendes Nichts.

Met deze losse wijze van argumenteren kun je ook aantonen dat de globalisering begon in de tweede eeuw v.Chr., toen de Chinezen aansluiting vonden op het Mesopotamische handelsnetwerk, of in de eerste eeuw na Chr., toen de Romeinen de moessonvaart naar India ontdekten, of in de achtste eeuw na Chr., toen de kaliefen het oosten serieuzer begonnen te nemen. Wie aanneemt wat moet worden bewezen, kan nog zo vlot schrijven, maar bewijst niets.

Globalisering als frame

Tot slot: de geesteswetenschappen zijn er niet om een object te bestuderen maar om het subject te doorgronden. We doorzoeken onze eigen ideeën. Je mag het ook aanduiden als “het waardenstelsel ontmaskeren”, al vind ik dat een wat negatieve aanduiding. Maar hoe je het ook noemt, ik zou zo graag een boek zien dat het frame verkende dat de wereld op een bepaald moment werd opengelegd.

Ik denk dat het teruggaat op de hellenistische visies op Alexander de Grote. Later is van het Romeinse Rijk, van de laatantieke Zijderoute, van het Kalifaat, van de Kruistochten, van Timoer Lenk, van de Grote Ontdekkingen gezegd dat ze de wereld openden. Dat frame kun je omkeren, zoals Nijssen doet door de Zijderoute niet te bekijken vanuit het Verre Oosten maar vanuit Voor-Azië. Je kunt de openlegging van de wereld ook op een nieuwe manier proberen te dateren, zoals Hansen probeert. Maar ik zou een studie willen zien die het frame zelf bediscussieerde.

Ik vermoed dat het feitelijk een langzaam, gestaag proces is geweest. Culturen maakten contact, eerst heel voorzichtig, later steeds iets meer. Met het laatste decennium van de vijftiende eeuw als uitzondering, ken ik geen bewijs voor een abrupte versnelling. Het idee dat alles op één moment zou zijn gebeurd, veronderstelt echter een soort Achsenzeit. Mij lijkt de opvatting dat de wereld op een specifiek moment is opengelegd, een fundamenteel dwaalspoor.

Deel dit:

19 gedachtes over “Het jaar 1000: vroege globalisering?

    1. Ik moest voortdurend denken aan dat rare boek “The Swerve”, waarin Stephen Greenblatt alles wat lelijk is toeschrijft aan de middeleeuwse kerk en alles wat mooi is aan de herontdekking van Lucretius in de Renaissance. Het opsommen van informatie vervangt in dat boek de analyse. Waarbij ik aanteken dat Hansen weliswaar faalt in haar analyse, maar de feiten doorgaans op orde lijkt te hebben, terwijl Greenblatt zowel op het niveau van de feiten als de analyse het moeras in loopt.

  1. Thusnelda Wetering

    In het nawoord beweert Hansen dat ze Arabisch heeft geleerd. Ze vertaalt Al-Mina, dat gewoon haven betekent, als mijn. Thierry Baudets Latijn is beter.

  2. Huibert Schijf

    Mooie opsomming van terechte bezwaren tegen Valerie Hansen The Year 1000. Nog twee aanvullingen. De vele meelezers doet het ergste vrezen. Too many cooks make a bad soup. Het boek is ook een waarschuwing tegen auteurs die een wereldgeschiedenis willen schrijven ver buiten hun eigen vakgebied. En ook voor lezers die zulke boeken gretig willen lezen.

  3. Ben Spaans

    Hansen: crying all the way to the bank?
    Dit zijn wel boeken die een groter publiek bereiken. Mensen kunnen hier mee uit de voeten. En de feiten op orde hebben – dat is al heel wat hoor.

    Doorbladerend in winkels vond ik persoonlijk alleen het eerste deel van het boek over de Noren naar ‘Amerika’ echt interessant Toch: Vikingen bij Maya’s…? West-Afrikanen zouden er trouwens ook geweest zijn.
    Contact tussen de Noren en ‘First Nations’ hoe first waren die Nations eigenlijk?

    Ik denk dat 1492 het enige echte keerpunt blijft in de ‘globalisering’ van de wereld.

    1. Frans Buijs

      Over die Vikingen… De enige aanwijzing die wordt gegeven is een illustratie van figuren met licht haar en iets wat op een schip lijkt. En het is vanaf Newfoundland nog een verdomd end varen naar Yucatan, vooral omdat je dan tegen de Golfstroom in gaat.

      1. Ja. Dit is erg hypothetisch.

        Vóór Hansen pleit echter dat ze zich inhoudt. Er zijn meer gekke dingen in precolumbiaans Amerika, maar die zijn nog curieuzer en daar houdt ze zich verre van.

        1. Frans Buijs

          Ja, de Tempeliers schijnen er ook te zijn geweest, maar ja, die hebben nou eenmaal overal mee te maken gehad.

    2. Ik denk niet dat Hansen het schreef om de centen, dus geen “crying all the way to the bank”. Maar het is wel de zoveelste in Engelse auteur die analyse inruilt voor opsomming. En dat is geen goede wetenschap.

    3. FrankB

      Wanneer is een keerpunt in de globalisering ‘echt’ en wanneer niet?
      Waarom bijvoorbeeld niet de 18e eeuw, toen Europa China voorbijstreefde in technologisch en economisch opzicht?
      Ik vind trouwens het hele woord “keerpunt” nogal raar. Wat werd er eigenlijk gekeerd?

  4. Ben Spaans

    Mensen (‘het grote publiek’) willen eerst weten wat er zoal voorgevallen is voor ze aan analyses toe zijn, als ze zover al willen gaan.

    Ik denk ook niet dat Hansen commerciële motieven had toen ze het boek publiceerde.
    Maar door het betrekkelijke succes hiervan zal haar volgende werk wel in dit stramien blijven hangen.

  5. “Mij lijkt de opvatting dat de wereld op een specifiek moment is opengelegd, een fundamenteel dwaalspoor.” Dit zou een open deur moeten zijn. En dat het zelfs heel uitzonderlijk is als wat dan ook op een specifiek moment gebeurd is. En als er in een uizonderlijk geval toch iets belangrijks op een specifiek moment gebeurd is dan is er een lange voorgeschiedenis en een nasleep.
    Ik begrijp uit het blog dat Hansen begrijpt dat ze omstandigheden dient te beschrijven die de op het gekozen moment het te verklaren verschijnsel in de hand hebben gewerkt. Maar dat ze de sterke vergroting van de landbouwproductie, die ze daarvoor kiest, onvoldoende documenteert. Haar feiten zijn dus heel gewoon niet in orde, en dat ze een gebeurtenis in het onbetekende West-Europa (het drieslagstelsel) als relevant opvoert, is geen sterke bewijsvoering, zelfs als dit wel juist zou zijn.

  6. Huibert Schijf

    Volgens Google Schoolar is haar boek over de zijderoute 668 aangehaald, dat over het Year 1000 slechts 57. Dat zal niet iedereen overtuigen, maar enige scepsis is dan wel op zijn plaats.

  7. “Ik vermoed dat het feitelijk een langzaam, gestaag proces is geweest.”

    Dat is toch eigenlijk wel gewoon bewezen? Er zijn zoveel momenten van “openleggen” aan te wijzen dat juist al die pogingen één moment aan te wijzen bewijs zijn voor dat dit er niet is … en dan ook nog eens het materiaal dat we krijgen via DNA waar je het regelmatig over hebt … Je kan er wellicht een leuk boek omheen schrijven 🙂 .

    1. FrankB

      Vergelijk de evolutietheorie. Evolutie is een geleidelijke ontwikkeling met hier en daar een versnelling. Het is niet het één of het ander.
      Een probleem waar ik tegenaan loop is dat globalisering niet behoorlijk is gedefinieerd. Hebben we het over handelsvolume? Over de reikwijdte van handelsnetwerken? Uitwisseling van cultuur?
      De Blauwe Maandag die ik op de universiteit heb doorgebracht hebben mij bijgebracht dat een begrip als globalisatie geoperationaliseerd moeten worden. Zelfs op deze pagina heb ik het gevoel dat nogal wat mensen langs elkaar heen praten, omdat ze allemaal net iets anders voor ogen hebben – en wat ze voor ogen hebben is vaag.

  8. Ben Spaans

    Het drieslagstelsel ‘allang’ voor de Karel de Grote ingevoerd – googlend levert maar op schaarse info op, al zou het al in de zesde eeuw zijn toegepast. Verder is online de link met Karel de Grote nog heel sterk aanwezig. Er zijn wel publicaties die een rigide van bovenaf opgelegd systeem voor heel Noordwest-Europa in twijfel trekken.

  9. “Globalizatie” is inderdaad een nogal wijd begrip, wereldwijd zelfs. In het jaar 1000 was er in Europa amper notie van het continent aan de overzijde van de Atlantische Oceaan en de kennis over Afrika en Eurazië was summier. We mpgen aannemen dat het omgekeerd niet veel beter was.

    Ik vermoed dat de auteur dat ook wel weet en dat ze aspecten behandelt van globalizatie, ten eerste de handel, de daartoe benodigde transportmiddelen, technologisch en intellectueel, plus geld, als efficiënt ruilmiddel.

    Handel komt voort uit en bevordert specialisatie. Specialisatie kan ontstaan door de beschikbaarheid van grondstoffen ter plekke, maar ook door ontwikkelde kennis of door toeval. In specialisatie bestaat concurrentie maar daaruit ontstaat weer nieuwe specialisatie, bij het zoeken naar concurrentieel voordeel.

    Tot slot (van mijn opsomming alvast) is er kapitalisme, ttz de idee dat men opgebouwd kapitaal kan investeren (bv in het verder uitbouwen van een specialisatie) en dat het extra rendement daarvan terugvloeit als meerwaarde (rente).

    Zinvolle vragen zijn dus: waar vindt men de eerste sporen van handel? Waar gebruikte men daartoe welk vervoer? Waar werkte men voor het eerst met de notie van geld (een intermediair ipv een direct ruilmiddel), of met schulden (kerfstok). Waar en hoe ontstond welke specialisatie? Wanneer en waar treft men voor het eerst het concept van kapitaal, investering en reële of virtuele meerwaarde aan? Wie besliste er voor het eerst een activiteit die ter plekke kon worden uitgevoerd, toch elders te laten uitvoeren omdat dat ginds goedkoper of beter kon?

Reacties zijn gesloten.