
Wat heeft bovenstaande foto uit een Romeins badhuis in Syrië te maken met de woordkeuze van een schrijver of spreker? Veel, zoals ik zal uitleggen.
Eerst iets over leenwoorden. Dat zijn gewoon woorden die we overnemen uit andere talen en vervolgens behandelen alsof ze Nederlands zijn. Ons woord cijfer komt van het Arabische sifr, “nul”, maar we behandelen het alsof het een Nederlands woord is. Het meervoud is cijfers en niet asfaar. We becijferen de opbrengst, onderbouwen iets cijfermatig en vinden mensen ongecijferd als ze in 2020 beweerden dat de slag bij Thermopylai (480 v.Chr.) 2500 jaar eerder had plaatsgevonden. Kortom, het woord cijfer is weliswaar afkomstig uit een andere taal, maar gedraagt zich alsof het een Nederlands woord is.
Code-switching
Dit is iets anders dan het verschijnsel dat we, met een leenwoord, aanduiden als code-switching. Je switcht van code als je een woord blijft gebruiken alsof het behoort tot de oorspronkelijke taal. Een voorbeeld is de pedanterik die vindt dat het de plebs is en de circus (en niet het plebs en het circus, zoals de rest van de Nederlandssprekenden) omdat deze woorden in het Latijn niet onzijdig zijn. Je neemt dus niet alleen een woord over, maar laat tevens merken dat je weet hoe het in de oorspronkelijke taal gebruikt zou zijn. Je bent van taal veranderd, van code gewisseld.
Omdat er meer mogelijkheden zijn dan alleen van taal veranderen, heet het code-switching en geen language-switching. Je kunt bijvoorbeeld ook veranderen van register. Als ik spreek met mijn vriend Saul, die volgende week vier wordt, dan heb ik het niet over een leeuwin en een leeuw, maar over een mama-leeuw en een papa-leeuw. Hier switch ik dus naar kindertaal. Als ik blog, heb ik het over een “dwarsbalk”, maar als ik spreek met kunsthistorici, heb ik het over een “architraaf” of “epistyle”.
En daarmee komt een belangrijk aspect in zicht: code-switching veronderstelt een doelgroep. Er is iemand met wie je rekening houdt. Dat kunnen mensen zijn van wie je hoopt dat zij je bewonderen omdat jij de Latijnse woordgeslachten snapt, maar het kan ook een kind zijn of een kunsthistoricus. Code-switching is dus ten diepste een sociaal proces.
Archeologie
En dat kan natuurlijk ook buiten de taal, in de materiële cultuur. De foto hierboven toont een detail uit een badhuis in de Syrische stad Apameia. Het is niet zomaar een badhuis, het is een Romeins badhuis. Het is grotendeels gebouwd uit natuursteen, zoals alles in de regio, maar ze bouwden twee pijlers uit het meest Romeinse materiaal dat men kende: baksteen. De bouwmeester switchte van code: hij werkte niet met de gebruikelijke natuursteen, maar toonde dat hij het Romeinse materiaal kende en hij verwachtte dat de gebruikers van het badhuis dat herkenden.
Kortom, code-switching is iets dat we kennen uit zowel de literatuurwetenschap als de archeologie. De pointe van dit stukje is echter niet de uitleg van het verschijnsel en evenmin is de pointe dat er een archeologische parallel bestaat. Het gaat me erom dat het uitleggen van teksten en het uitleggen van de materiële resten allebei vormen van uitleg zijn. Literatuurwetenschap en archeologie zijn allebei interpretatieve wetenschappen, en ook al hebben ze betrekking op verschillende cultuurelementen, overeenkomsten zijn te verwachten. Hermeneutiek, wil ik maar zeggen, is de gedeelde methode van alle geesteswetenschappen.
[De oudheidkundige disciplines bieden meer dan wistjedatjes, indeOudheidhadjeookjes en trivaliteitjes. Oudheidkunde is een wetenschap. Een overzicht van vergelijkbare stukjes is daar.]

Wat een prachtig stukje Jona.
En voor mij een manier om te onthouden wat hermeneutiek is.
Ik zou willen dat we het “begripsvaardigheid” zouden kunnen noemen, want het is de kunst om elkaar te begrijpen.
Van mij mag je daar nu mee beginnen, ik vind het best een leuk woord.